De Gouden Cirkel tour

Onder andere Kerid, Gullfoss, Geysir, Laugarvatn en Thingvellir Dit is een dagtrip langs de klassieke bezienswaardigheden in Zuidwest-IJsland. De afstand bedraagt 234 km en de reis duurt een hele dag. Reykjavík, De route begint rustig. In 45 minuten rijdt u over de ringweg via Hellisheidi naar Hveragerdi, Dit is het centrum van de glastuinbouw. Vlak voor Selfoss slaat u af naar Kerid, Een schitterende, indrukwekkende en 55 m diepe explosiekrater met vele kleuren en in de krater een prachtig blauwgekleurd meer. Hij is 270 bij 170 meter, dus ovaalvormig en het meertje is tussen de 7 en 14 meter diep. Te voet kunt u langs de rand van het meer lopen. De krater ontstond zo’n 6500 jaar geleden en maakt deel uit van de kraterrij Tjarnarhólar. Skálholt, Na 21 km slaat u rechtsaf en nadert u het oude bisdom van IJsland. Van 1056 tot 1796 was dit een bisschopszetel en stond er een kathedraal. Het is een van IJslands historische plaatsen en gedurende meerdere eeuwen een religieus en cultureel centrum. In 1963 was de bouw van de huidige kerk gereed. In deze nieuwe kerk, naast de restanten van de oude ’kathedraal’, is een klein museum waar u stenen kunt kopen. Ook is er een opleidingsschool voor predikanten, maar de belangstelling is dermate klein dat het tegenwoordig gebruikt wordt als restaurant. Dankzij de hier wonende bisschoppen zijn de meeste originele manuscripten bewaard gebleven. De IJslanders hadden in hun arme periode vaak de neiging om deze onvervangbare geschriften te gebruiken om hun huizen mee te isoleren of hun schoenen mee droog te maken. Isleifur Gissurarson was de eerste bisschop van IJsland, die hier in 1056 werd ingewijd. Na de kerk van binnen gezien te hebben gaat u eerst 3 km terug en vervolgen via de [35] langs Geysir, waar we straks terugko-men, naar Gullfoss. Gullfoss, De gouden waterval, vermaard om zijn adembenemende schoonheid. Wanneer de zon schijnt vormen zich prachtige regenbo-gen, die deze waterval zijn toepasselijke naam opleverde. Deze machtige waterval geeft een majestueus spektakel wanneer het water van de Hvítá (‘witte rivier’) in twee etappes naar beneden dondert in een 32 m diep breukvlak van een kloof die 2,5 km lang is en op sommige plaatsen maar liefst 70 m diep. De twee trappen van de waterval ontstonden doordat op deze plek de harde basaltlagen worden afgewisseld door zachter materiaal. Dit zachte materiaal heeft een dikte van 70 m en een lengte van 2,5 km. Vanaf de verschillende uitzichtpunten is het een indrukwekkend gezicht de grote hoeveelheden gletsjerwater in een diepe kloof te zien verdwijnen. Begin vorige eeuw wilde een Engelse projectontwikkelaar hier een waterkrachtcentrale bouwen. Maar de kranige IJslandse boerin Sigrídur Tómasdóttir dwarsboomde die snode plannen: zij dreigde zich in de diepte te laten vallen als de regering het land waarop de waterval (en haar huis) lag aan de speculant zou verkopen. De koop ketste af en haar beeltenis prijkt sindsdien fier en trots voor de gouden waterval, die tot beschermd natuurgebied is verklaard. Gullfoss is namelijk een van de grootste trekpleisters van IJsland geworden. Na Geysir natuurlijk, het borrelende en spuitende geiserveld, waar de route u nu naar toe leidt. Geysir, In dit hete, geothermische gebied zorgen de krachten van moeder natuur voor een imponerend schouwspel, want er is een enorme variëteit aan hete bronnen en bubbelende poelen te vinden. Zo vindt u er deze overleden geiser, die ieder halfuur zo’n 60-80 m de lucht in spoot en daarmee de grootste geiser ter wereld was. Een eruptie kon wel 20 minuten duren. Geysir is de moeder van alle geisers: ook onze keukengeiser heeft er zijn naam aan ontleend. Men vermoedt dat hij in de 13e eeuw is ontstaan. Letterlijk vertaald betekent Geysir ‘spuiter’. Geysir bestaat uit een bolvormige kom met een diameter van 18 m met onderin een 20 m diepe kamer. Het overlijden van de Grote Geiser komt vrijwel zeker doordat vroeger veelvuldig gebruik werd gemaakt van kilo’s waspoeder, die in het bronwater werden gegooid om hem tot spuiten op te roepen. Dat verstoorde echter zijn waterhuishouding dusdanig, dat men rustig kan stellen dat Geysir vermoord is. In 1928 was Geysir al niet meer actief en pas in 1935 wist men hem door het graven van een afvoergeul weer tot leven te wekken. In 1963 viel Geysir weer in slaap, terwijl het toerisme toenam; het was dus belangrijk een werkende geiser te hebben. Maar men wilde niet opnieuw in Geysir gaan boren, wat hem wellicht voor altijd zou ruïneren. In plaats daarvan werd in de vlakbij gelegen Strokkur geboord, die na een serie aardbevingen in 1896 in slaap was gesukkeld. Er werd een 40 m diep gat geboord om een berg puin weg te halen, wat inderdaad het gewenste effect had. In 1981 boorde een aantal boeren in het holst van de nacht een gat in de zijkant van Geysir om het waterniveau te verlagen en hem weer tot leven te wekken. Dit riep een enorme weerstand op, maar de boeren kregen toch toestemming om Geysir tot leven te wekken met groene zeep. In 1991 besloot het IJslandse natuurbehoud dat het genoeg geweest was. De natuur moest haar beloop hebben en zelfs op de nationale feestdag mocht niet meer van de groene zeep gebruikgemaakt worden. Na de aardbeving van 2002 laat Geysir af en toe weer van zich spreken met een aantal kleinere erupties per dag. Het is in ieder geval dermate spectaculair, dat de bezoekers op ruime afstand van het kratergat worden gehouden. Strokkur (‘de Karnton’) Een heetwaterbron op slechts 100 m afstand van Geysir, die nog geen last heeft van hartritmestoornissen. Voorafgegaan door een flinke oprisping spuugt hij met grote regelmaat een enorme waterstraal 20-30 m de lucht in. Dit proces herhaalt zich iedere 5 à 10 minuten. Na een aantal keren kunt u zelf het tijdstip herkennen, waarop het water zich tot een prachtig blauwe, bolvormige bel vormt, waarna de geiser uitbarst. Naast dit hetebronnengebied bevinden zich een hotel en een tankstation met een uitgebreide koffieshop en souvenirwinkel. Laugarvatn, Dit meer ligt in het nationale park Thingvellir. Het gebied ontplooit zich rondom een kassentuinderij. Hier vindt u ook het scholen-centrum, twee zomerhotels (Menntaskóli is een pension en Húsmaedraskóli een hotel, tezamen 114 kamers en slaapzakaccommodatie), een sportcentrum en een uitmuntend, door struikgewas omzoomd kampeerterrein met uitstekende kampeerfaciliteiten. De kampeergelden zijn inclusief het gebruik van de toiletgebouwen; in het gebouw zijn douches en buiten zijn afwasmogelijkheden met koud en warm stromend water. Het kleine winkeltje en het café zijn iedere dag van 9.00 tot 23.30 uur geopend. Er is een apart deel voor caravans, waar tevens aansluitingen zijn gemaakt voor het gebruik van elektriciteit. Het kampeerterrein is van begin juli tot eind augustus geopend. Het gebied heeft een mild klimaat en de prachtige groene berghellingen, die in het serene meer weerspiegelen, fascineren de naar rust zoekende bezoeker, bevrijd van de onrust uit het dagelijks leven. Het is dan ook een vakantiegebied bij uitstek. Het dorp zelf ligt aan de oever van het meer en heeft slechts 160 inwoners, maar in het zomerseizoen komen veel bezoekers, onder wie ook IJslanders, genieten in een van de in groten getale aanwezige zomerhuisjes. Er kunnen paarden gehuurd worden voor een onbezorgde tocht door de natuur. Het sportcentrum is het gehele jaar geopend en heeft uitstekende faciliteiten voor een groot aantal sporten, zowel ’s zomers als ’s winters en voor binnen- en buitensporten. Om er een aantal te noemen: zwemmen, badminton, tennis, golf, minigolf, watersport, bergbeklimmen, wandelen, joggen, paardrijden, baden in een natuurlijk stoombad, lichaamsmassage, skiën, rijden op een snowcat en schaatsen. Het centrum is zowel beschikbaar voor individuele sporters als voor groepen en stelt accommodaties en conferentiefaciliteiten ter beschikking. Een van de drukkere plekken ligt aan de rand van het meer, waar u in een aantal geothermische sauna’s kunt bijkomen. De Laugarvatn Lions Club runt een bootverhuurbedrijf en een badhuis, waar u kunt ervaren wat een stoombad is en waarin de dampen van natuurlijke hete bronnen worden gebruikt. Kálfstindar, Halverwege de [365] ligt een weggetje naar deze in de winter zwaar besneeuwde bergketen. Een ideale plaats om er op de Ski-Doo te sneeuwscooteren. Deze sneeuwscooters rijden met gemak 80 km/uur. Thingvallavatn, Met 83 km2 is dit het grootste meer van IJsland. Een stil en glimmend meer met op de achtergrond een veelkleurig berglandschap. Er liggen twee vulkanische eilandjes in, Sandey en Nesjaey, waarop een kolonie mantelmeeuwen nestelt. Het meer en de bijbehorende rivier Sogid liggen precies op de breuklijn tussen de Noord-Amerikaanse en de Europese aardschol. Door convectiestromen drijven deze schollen steeds verder uit elkaar, waardoor het meer breder en dieper (nu 114 m) wordt. Het meer wordt gevoed door 10.000 jaar oud water, dat via ondergrondse rivieren van onder de omringende bergen vandaan komt. Er leven 4 verschillende soorten forellen, iedere soort op zijn eigen hoogte. In de elkaar overlappende grensgebieden worden de forellen uit het hogere gebied opgegeten door de forellen uit het diepere deel. Ten zuiden van het meer liggen in de rivier Sog drie hydro-elektrische installaties, namelijk Steingrímsstöd, Ljósifoss (bij het bekende zomerpension Efri-Brú) en de bekendste: Írafoss. Thingvellir, Deze ‘vlakte van het parlement’ (letterlijk vertaald) is HET nationale heiligdom van IJsland, 50 km ten oosten van Reykjavík. Het is een 6 km brede en 40 km lange verzakking, die aan de zijden wordt begrensd door diepe kloven en scheuren. Thingvellir is het directe gevolg van het langzaam uiteendrijven van de tectonische platen. De ontmoetingsplaats van de oude en nieuwe wereld bleek een vruchtbare voedingsbodem voor de rijke verbeelding van de Vikingen, want hier, in de kloof Almannagjá, kwam in 930 het Althing, het eerste parlement van IJsland, samen vanwege de uitstekende akoestiek. Dit parlement heeft hier bijna 900 jaar gezeteld, want tot 1798 vergaderden de volksvertegenwoordigers hier iedere zomer in de openlucht. Maar niet alleen leidinggevende figuren kwamen hier bijeen, ook een groot deel van de bevolking ontmoette elkaar hier elk jaar. Twee weken lang werd er feest gevierd, rechtgesproken, fel handel gedreven, getrouwd en gesport. Ook wisselde men er de laatste roddels uit. De kloof is ook indrukwekkend vanwege zijn ‘bouwstijl’, soms lijkt de natuur door mensenhanden gebouwd, zo precies past alles. Thingvellir bestaat naast Almannagjá uit nog een aantal delen: Lögberg was het belangrijkste deel van het Althing, omdat op deze klif de rechtspreker stond, terwijl hij naar het gezelschap beneden hem keek. In Lögrétta zat men te discussiëren over de wetten. Deze twee plekken zijn te vinden in het oostelijke deel van de kloof Almannagjá (Almanna = alle mannen en gjá = kloof, dus de kloof waar alle mannen bijeenkwamen). In Drekkingarhylur (Meer der Verdrinking) in de rivier Öxará werden veroordeelde vrouwen door verdrinking om het leven gebracht. In de rivier ligt ook de waterval Öxarárfoss. De laatste eeuw onder Deense heerschappij groeide Thingvellir uit tot een nationaal symbool. Toen de IJslanders zichzelf op 17 juni 1944 onafhankelijk verklaarden, gebeurde dat natuurlijk in Thingvellir, want in de harten van de meeste IJslanders neemt Thingvellir een bijzondere plaats in. Veel nationale herdenkingen worden hier gevierd, zoals het 1000-jarig bestaan van het Althing in 1930 en het 1100-jarig bestaan van de kolonisatie van IJsland in 1974. Thingvellir is een van de meest fascinerende plaatsen op IJsland, gelegen op een uitgestrekt, vlak lavaveld, omringd door bergen en doorsneden door diepe rotsspleten. Sinds 1928 is het een nationaal park geworden, want aan natuurschoon vindt men hier diepe kloven en ravijnen, aardverzakkingen en indrukwekkende rotsplateaus. Tegen de kloof Almannagjá ligt het enige hotel in dit nationale park: Valhöll. Wanneer u vanaf Laugarvatn de [365] en vervolgens de [36] naar Thingvellir volgt, komt u bij een uitspanning. Hiervandaan kunt u lopend de weg volgen, tot u bij het schapenrooster komt. Hier direct naar links en in zuidwestelijke richting volgt u dan de uitlopers van Almannagjá en u komt dan na een fikse wandeling in Thingvellir. Neem wel een vliegennetje mee! Vervolgens rijdt u langs het Esja-gebergte (aan de rechterhand). Nesjavellir, Geothermische krachtcentrale aan het Thingvallavatn, die een deel van het warme water voor Groot-Reykjavík en omgeving levert. Dat is dus de helft van de IJslandse bevolking. De stoom komt uit de krachtigste door mensen geboorde bron ter wereld. Nadat de stoom zich vanuit de aarde naar boven heeft geperst, wordt deze via een pijpleiding naar een centrale geleid. Daar wordt met behulp van een turbine jaarlijks 2,9 megawatt elektriciteit opgewekt. De stoom warmt tegelijkertijd koud water op; heeft het water eenmaal een temperatuur van 83 °C, dan wordt het door een 27 km lange, geïsoleerde pijp naar Reykjavík getransporteerd, waar het wordt opgeslagen in 6 grote tanks. Een uitgebreide beschrijving van Nesjavellir en de winning van geothermische energie staat op pag. 109. Reykjavík via de Hitaveituvegur, Het laatste deel voert de weg naast de heetwaterleiding, de Hitaveituvegur. Ik ben ervan overtuigd, dat u nu weet waarom deze route de Gouden Cirkel wordt genoemd.