De kolonisatie

IJslands eerste permanente bewoner was een Noor, luisterend naar de naam Ingólfur Arnarson, die zijn huis vlak bij de warme bronnen in het zuidwesten van het eiland bouwde. Hij noemde de plaats Reykjavík (Rook Baai) door de witte rook van geothermische stoom die hij daar op zag stijgen. Dit werd dan ook de plaats waar de hoofdstad van IJsland sindsdien is ontstaan. Het Landnámabok (Het boek over de kolonisatie) verschaft informatie over de kolonisten en hun afkomst. Volgens Landnáma kwam het grootste gedeelte van hen (85%) uit Noorwegen. Hiervan kwam weer de meerderheid uit het westen van Noorwegen. Men denkt dat ongeveer 12% uit Brittannië afkomstig is. De resterende 3% kwam hoofdzakelijk uit Zweden.