De Westfjorden

De Westfjorden zijn geologisch gezien het oudste deel van IJsland. Deze Vestfirdir liggen voorbij de gebaande wegen en hebben ook voor de IJslanders zelf de roep van onherbergzaamheid en verlatenheid. Het westelijke fjordengebied is nooit een populair oord geweest en is dat, ondanks de betere verbindingen, nog steeds niet. Het isolement, het ruwe klimaat, de vrijwel kansloze landbouw en de crisis in de haringvisserij, hebben velen naar Reykjavík gejaagd.

 

Landschap

Een getande fjordenkust met diepe fjorden, brede baaien, steile berghellingen, hoge vogelrijke kliffen, fantastische uitzichten en weinig of geen laagland zijn de meest in het oog springende kenmerken van het landschap, dat ongetwijfeld een diepe indruk achterlaat. Het is een prachtig gebied met paden en bergpassen die langs prachtige fjorden slingeren.

 

Het is vooral een gebied van stenen en nog eens stenen; bergflanken, weiden, rivieren, wegen, alles ligt bezaaid met stenen en rotsblokken. De hoge rotswanden zijn spaarzaam begroeid; bovenaan lopen ze loodrecht naar beneden, langs de wegen onderaan waarschuwen bordjes voor vallend gesteente. Sneeuwplekken en snelstromende riviertjes, die in watervallen van de bergen tuimelen, zorgen voor enige afwisseling in het monotone landschapsbeeld.

 

Verlaten

De bevolking trekt er weg, hele landstreken en veel van de ontelbare fjorden zijn verlaten, zonder enig teken achter te laten dat het ooit bewoond is geweest. Ook veel boerderijen zijn onbewoond en in verval. Op de droogrekken, die op de rotsen soms dicht bijeen staan, houden alleen raven de wacht. Door deze verlatenheid loopt nu een weg, die het isolement van deze landstreek echter niet heeft kunnen opheffen. Vroeger is het verschillende keren gebeurd, dat de kustwacht Russische vissersboten in de fjorden betrapte, die daar kennelijk een snelle vangst wilden binnenhalen. De kusten zijn hier trouwens berucht vanwege de vele schipbreuken die er hebben plaatsgevonden.

 

Ook IJsland kent spooksteden. In het gehucht DjúpaVík, aan de noordoostkant, wonen nu weer enkele gezinnen, maar het groot-ste deel van de huizen, de visfabriek en de verroeste vissersboten, zien er doods uit. Aan de voorkant de glinsterende zee, aan de achterkant het steile bergmassief. In de winter het kruiende ijs in de baai en lawinegevaar van achteren. Langzaam begint u te begrijpen waarom de mensen deze fjorden hebben verlaten. Een fjord noordelijker dan die van DjúpaVík markeert het einde van de kustweg – het einde van de wereld zou ook kunnen…

 

Flora en fauna

Vaak zijn er zeehonden te zien, die liggen te luieren aan het strand. Vooral vogelliefhebbers komen in dit gebied volop aan hun trekken. Schapen zijn er weinig, paarden des te meer.

 

Bezienswaardigheden en activiteiten

IJslands grootste vogelrots ligt in het zuidelijke Látrabjarg en is een verplicht reisdoel wanneer u de Westfjorden aandoet. Het is een loodrechte klif die een hoogte bereikt van 444 m, 14 km lang is en in het meest westelijke punt van IJsland (en dus ook van Europa) eindigt. De klif huisvest enkele van de grootste kolonies zeevogels ter wereld.

Ten noorden van de kleine gletsjer Drangajökull, de enige gletsjer in de Westfjorden, ligt de afgelegen wildernis van Hornstrandir, die zijn hoogtepunt bereikt op het meest noordelijke punt, de duizelingwekkende klif Hornbjarg. Afgewisseld door kale rotsen en overvloedige vegetatie is Hornstrandir bestemd voor beschermd gebied en kan alleen te voet of per boot vanaf Ísafjördur bereikt worden. Een enorm aantal wandelroutes is uitgezet tussen de fjorden en de valleien.

 

Wonen en werken

De visgronden in dit gebied horen tot de overvloedigste ter wereld, met een vissersdorp in vrijwel iedere fjord, waar uiteraard het werken in de visserij het meest gebezigde beroep is. De vissersplaatsjes, die op de landkaart dicht bij elkaar lijken te liggen, zijn in werkelijkheid vaak van elkaar gescheiden door imposante natuurlijke barrières van bergruggen of bergmassieven.

 

Ísafjördur is de regionale hoofdstad en heeft 3500 inwoners, een kwart van alle inwoners van de Westfjorden. Het is een belangrijk centrum voor handel en visserij. In deze stille, mistige en geheel door hoge fjordenwanden ingesloten stad is de visafslag het middelpunt van alle activiteiten. In het meest noordelijke deel van de Vestfirdir wonen geen mensen meer. Deze ontvolkte kusten, waar veel Siberisch hout aan-spoelt en waar het Groenlandse drijfijs ook ’s zomers aan voorbij trekt, zijn weer geheel teruggegeven aan de vogels en de planten.

 

Op het erf van de meeste boerderijen staan verschillende trekkers, want er moet in korte tijd veel werk gebeuren. Ook het land rond de inmiddels verlaten boerderijen wordt gehooid. Alles draait ’s zomers nog steeds om de wintervoorraad voor het vee. Er wordt twee keer gehooid, in de loop van juni en begin september. Rond de boerderij wordt het gras bemest, waardoor dit het beste maaigras oplevert. Verder heeft de boer de beschikking over de natuurlijke weiden en de schaars begroeide ‘alpenweides’ in de bergen. Komt men in de winter voer tekort, dan krijgen de schapen krachtvoer of visafval voorgezet.

 

Excursies

Vanuit Ísafjördur worden reizen per bus, (post-)boot en vliegtuig georganiseerd, waarmee dagtrips naar naburige trekpleisters gemaakt worden, maar ook over langere afstanden naar meer afgelegen oorden. Buiten het zomerseizoen herbergt de stad een van IJslands aardigste skigebieden.