Egilsstadir – Höfn

De afstand bedraagt 262 km en de reistijd ongeveer 8 uur, inclusief de fotostops. Egilsstadir, Vanaf Egilsstadir rijden we langs het meer in zuidelijke richting. Breiddalsheidi, Na deze 470 m hoge pas begint de route door de Oostfjorden. Hier begint ook de [939], die via de vervaarlijke Öxi-pas (zie verderop) naar Berufjördur voert. BreiddalsVík, Een vissersplaatsje met 230 inwoners. De inham, waar de plaats aan ligt luistert (uiteraard) naar dezelfde naam. De plaats bestaat pas sinds de tweede helft van de 20e eeuw. De meeste inwoners werken in de visindustrie, maar er is enige vorm van commercie en landbouw. Van verre herkent u het blauwe dak van het prachtige hotel Bláfell, dat in 1987 in Parijs de International Gastronomic Award – Europe ’87 ontving. Verder is er een postkantoor met een telefooncel. In het landbouwdal Breiddalur stroomt de rivier Breiddalsá, waarin zowel op zalm als op forel gevist kan worden. Buiten deze rivier zijn er nog vele riviertjes die vol zitten met kleine watervalletjes, zoals Beljandi. Berufjördur, Een diepe fjord, waar aan het begin de zenuwslopende hooglandpas Öxi [939] (zie pag. 297) weer terugkeert op de ringweg. Djúpivogur, Vissersdorpje met 450 inwoners, dat zijn bestaan dankt aan de visserij en ondersteunende activiteiten voor het omliggende landbouwgebied. De nederzetting is al sinds 1589 een handelsplek, maar in 1600 werd het pas een echt dorp. De oudste huizen dateren uit de tijd van de Deense kooplui (1788-1920). Ten zuiden van het dorpje staan nog veel restanten van niet meer gebruikte stokvisdrogerijen. Tegenwoordig wordt de stokvis binnen gedroogd, in grote verwarmde silo’s. De plaats ligt op een schiereiland van rotsen en de omgeving wordt overheerst door de 1068 m hoge Búlandstindur, een kale piramidevormige basaltberg. De berg wordt, net als de Snaefellsjökull, gezien als een van de weinige plaatsen ter wereld waar spirituele krachten heersen. Zo’n 1000 jaar geleden was dit gebied nog dichtbebost. Er staat een 90 jaar oud hotel, Framtíd, waar toeristen een kopje koffie kunnen drinken, nadat zij hun auto bij de plaatselijke benzinepomp vol hebben getankt. Deze benzinepomp is te vinden in een straat langs de haven, met de toepasselijke naam Bakki. Het plaatsje is tevens ‘beroemd’ om zijn mistbanken en de vele zandstrandjes aan de kust. Wanneer u op de fiets wilt genieten van de prachtige, ongerepte natuur dan is er in het hotel een beperkt aantal fietsen te huur. Tijdens zo’n tocht is er een kans, dat u wilde rendieren, eidereenden en visdiefjes zult zien. Wilt u liever wandelen, dan kan bij de receptie een kaart gehaald worden waarop alle voetpaden en tochten in de omgeving van het dorp staan. Wilt u zeevissen, dan kan iedere dag van de week voor minimaal 2 uur een boot worden gehuurd. Op de visgronden is altijd vis in overvloed. Papey Voor de kust ligt dit ‘papeneiland’ waar Ierse monniken ooit een contemplatief leven zouden hebben geleid, voordat ze in 930 door de Noormannen werden weggejaagd. Nu is het eiland het domein van schapen en eidereenden. Zij zorgen er met hun wol en veertjes voor dat de inwoners van Djúpivogur dankzij hun wollen truien en donsdekens zowel overdag als ’s nachts geen kou hoeven te lijden. Vanaf midden juni worden er dagtochten naar het eiland georganiseerd. De natuurlijke schoonheid zal zeker ontroeren. Houd er rekening mee dat deze tochten minimaal 4 uur duren (waarvan 2 uur varen) en minimaal 2 dagen van tevoren gereserveerd dienen te worden. Hamarsfjördur, Aan het begin van deze fjord ligt het overnachtingsadres Hamar, waar zowel van bedden als van slaapzakaccommodatie gebruikgemaakt kan worden. Er is tevens een camping. Aan activiteiten kan men zich vermaken op een 9-holes golfbaan, paardrijden, vissen in de rivier Hamarsá en uiteraard wandelen in de uitgestrekte omgeving. Álftafjördur, Fjord, waarin veel zeehonden en zwanen te bewonderen zijn. Afslag [F980] naar Lónsöraefi, Een bergachtige wildernis met onoverbrugde gletsjerrivieren en vulkanen, die uit het tertiaire tijdperk dateren. Het gebied is buitengewoon geschikt voor ervaren wandelaars, die willen genieten van de totale leegte, rust en puurheid van de onbezoedelde natuur. Er zijn veel korte en lange wandeltochten te maken. Het is mogelijk om aan beide zijden van de Jökulsá á Lóni te rijden. Wanneer u niet bekend bent met het gebied, wordt het afgeraden verder te rijden dan Skyndidalsá naar het westen en Smidjunes naar het oosten. Vesturhorn, Vlak voor Almannaskard ligt op een schiereiland een van de bergen, waar ooit twee jaar lang aan de noordoostelijke kant monniken hebben geleefd. Er zijn munten en overblijfselen van hun behuizing gevonden, die dat bevestigen. Waar ze uiteindelijk gebleven zijn is slechts een van de vele raadselachtige verdwijningen in het land. Almannaskard, Tot enkele jaren geleden moest men via deze steile (16%) bergpas rijden. Maar sinds de bouw van een tunnel is dit een stuk eenvoudiger geworden. Vanaf de noordkant van deze tunnel kunt u nog naar de top rijden voor het maken van een panoramafoto. Naar het westen is er een fantastisch uitzicht over de grootste gletsjer van Europa, de Vatnajökull (zie verderop) en zijn gletsjertongen Hoffellsjökull, Svínafellsjökull, Heinabergsjökull, Fláajökull en Skálafellsjökull; naar het zuidwesten over de stad Höfn en naar het zuiden de Atlantische Oceaan. Stokksnes, Vlak na de pas slaat u af in de richting van een voormalig NATO-radarstation. Op enkele rotseilandjes vlak voor de kust huist een zeehondenkolonie. Voor de ingang van deze radarpost staat een bord, dat de zeehondenliefhebbers naar rechts stuurt. Wanneer u het laatste stuk vanaf de auto(-bus) naar de kust loopt om de zeehonden te zien, komt u door het broedgebied van de sterns, die hun nesten met soms rake aanvallen verdedigen. Een boven het hoofd gehouden stok biedt uitkomst, tenzij de voorraad meegenomen pleisters aangesproken mag worden. Let goed op waar u loopt en laat de dieren in ieder geval met rust! Höfn, 4 km van de ringweg ligt deze stad op een landengte tussen de Skardsfjördur en de Hornafjördur. Gedurende de laatste decennia is de plaats snel gegroeid. De 1760 inwoners kunnen dankzij de visindustrie het hoofd boven water houden, hoewel er in de omgeving ook erg veel boerderijen liggen. De huizen staan bijeen op vlakke eilandjes en schiereilandjes. Op het zuidelijkste punt van Ósland, een van de (schier-)eilanden, verrijst een van de vele vuurtorens, die langs deze onherbergzame kust staan. Ósland is ook een prachtige plek om van de zonsondergang te genieten en interessant voor vogelliefhebbers. Naast de camping staat het oudste gebouw van de stad, waarin een volksmuseum is gevestigd. De nauwe en sterkstromende ingang van deze grootste haven van Oost-IJsland is extreem verraderlijk en moeilijk, waardoor er in de loop der jaren ontelbare ongelukken en strandingen hebben plaatsgevonden. Aan de oever van de Hornafjördur staat een rustig gelegen hotel. Sinds de ringweg in 1974 werd voltooid, heeft Höfn een veel betere verbinding met de andere delen van het land. Tussen Reykjavík en Höfn (rijtijd 6 uur) zijn geen bergwegen en dit deel van de ringweg wordt het hele jaar door opengehouden. Jöklaferdir (Glacier Tours) biedt avontuurlijke reizen aan met sneeuwmobielen en snowcats op de Skálafellsjökull. Aan de kust is een 9-holes golfbaan te vinden. Op de vele eilandjes liggen vaak kolonies zeehonden. Öxi, Smalle, 21 km lange bergpas (Axarvegur) tussen Berufjördur en Breiddalsheidi, waarvan gebruik kan worden gemaakt in plaats van het Breiddalsheidi plateau via de ringweg. Hierdoor wordt weliswaar het aantal af te leggen kilometers met 70 verminderd, maar in tijd maakt het niet veel uit. Het wordt afgeraden deze weg bij regen of mist te nemen. Het is een enerverend hoge pas (alleen voor 4x4-auto’s) waar men in het verleden de indruk kreeg dat de weg smaller was dan de auto(-bus). Na een grondige opknapbeurt is deze pas veel minder spannend geworden. Een voordeel daarvan is wel dat u nu meer mogelijkheden hebt om de schoonheid van de natuur waar te nemen. Een echte aanrader dus! Het is wel raadzaam communicatie-apparatuur aan boord te hebben omdat er maar weinig auto’s van deze pas gebruikmaken. Vatnajökull Gigantische gletsjer met een oppervlakte van 8456 km2, die groter is dan alle gletsjers van de Alpen, Noorwegen en de overige gletsjers op IJsland tezamen! In grootte komt hij overeen met onze 3 noordelijke provincies bij elkaar. De ijskap van deze ‘water-gletsjer’ bereikt op sommige plaatsen een dikte van bijna 1000 m. Vooral in het zuiden en zuidoosten heeft de ijskap veel gletsjertongen. Het is een van de laatste getuigen van een verdwenen tijdperk: de Würm’ijstijd, die een kleine 10.000 jaar geleden afliep. Ook in de vorige eeuw heeft het ijs zich enigszins teruggetrokken. Dit is goed zichtbaar aan de morenen van de Skaftafellsjökull en de Svínafellsjökull, die in elkaar overlopen. Dit betekent, dat aan het begin van de 20e eeuw beide gletsjertongen nog in het dal samenkwamen. Aan de zuidzijde [1] ligt het Jökulsárlón, een pal aan de ringweg gelegen gletsjermeer met fantastisch gevormde ijsbergen. Aan de noordzijde [F902] ligt Kverkfjöll, een van de grootste, maar tevens moeilijkst bereikbare solfatarvelden. Aan de noordoostelijke kant [F909] ligt de gletsjertong Eyjabakkajökull, waar een mooie ijsgrot alleen in de winter geopend is en ieder jaar verandert. Aan de westkant ligt het centrum van de Icelandic Glaciological Society van waaruit veldwerk wordt gedaan. Onder de westkant van de gletsjer ligt Grímsvötn, een hetebronnengebied, waardoor er meren onder de ijskap zijn ontstaan. De zuidwestelijke gletsjertong Sidujökull begon in 1993 zo snel te schuiven, dat hij uiteengevallen is in grote kloven en scheuren van ijs. Veel bedrijven organiseren gletsjertochten. Het is een spectaculaire belevenis om met een rupsvoertuig dwars over de Vatnajökull te rijden. Bij sommige tochten gaan er enkele sneeuwscooters mee. Het rupsvoertuig is uitgerust met de modernste apparatuur, waardoor de oversteek geen problemen oplevert.