[F208] Fjallabaksleid-Nyrdri: Sigalda – Búland (Skaftártunga)

Het gebied ten noorden van de Myrdalsjökull heet Fjallabak. Er zijn 2 routes die Fjallabaksleid (‘de route achter de bergen’) genoemd worden, de noordelijke die hier besproken wordt en de zuidelijke (zie volgende paragraaf). De zuidelijke Fjallabakroute werd vroeger veel gebruikt door mensen die hun producten naar de handelsposten brachten en werd gezien als een makkelijk begaanbare weg, ook al was het doorsteken van de Markarfljót gevaarlijk. De noordelijke Fjallabak is (nog steeds) een belangrijke alternatieve route wanneer de kustweg onbegaanbaar is geworden door overstromingen die worden veroorzaakt door de vulkaan Katla. Tot 1984 was er nog geen officiële weg en zat er niets anders op dan grote delen van deze route letterlijk door de rivier de Skaftá te rijden wanneer men vanaf het gebied ten oosten van de Myrdalsjökull naar Eldgjá of naar Landmannalaugar wilde. De weg begint als u ten oosten van de rivier Kúdafljót van de ringweg afslaat en de [208] volgt. Vanaf de andere kant vindt u hem door vanaf de Sprengisandur [F26] bij de Hrauneyjafoss af te slaan naar het Sigalda krachtstation. De lengte van deze route bedraagt 83 km. Sigalda, Waterkrachtstation uit 1976, goed voor 150 megawatt. Dómadalur, ’Vallei van de Rechtspraak’ ten noorden van het Frostastadavatn, waar vroeger door regionale rechters werd rechtgesproken. Hier begint de Landmannaleid [geen wegnummer] die door deze vallei naar de [F26] voert. Landmannalaugar, Het mooiste wandelgebied van IJsland, maar tevens een zeer actief geothermisch gebied. De enorme schakering van natuurlijke kleuren wordt nergens geëvenaard. Een overweldigend en zeer vulkanisch natuurgebied met kleurrijke bergen, die variëren van geel tot roodbruine tinten, afgewisseld door met mos bedekte gebieden, waar de rivieren door meanderen. Het is onderdeel van het Fjallabak natuurreservaat. Een boeiend gebied van brede bergruggen, overdekt met kleurrijk lavastof en overgebleven sneeuwvelden, die als grote armen over de aardkorst liggen. Door de vele vulkaanuitbarstingen zijn hier lagen met zwart glinsterend obsidiaan ontstaan in het 2,5 km lange lavaveld Laugahraun. Hier ziet u vele kleurrijke bergen en valleien, nerveus sputterende modderpotten, magisch gekleurde ryolietbergen, bergmeren, wilde bergstromen, lavavelden, hetebronnengebieden, uitgestrekte sneeuwvelden en vele kraters. U kunt er (naakt) zwemmen in een heerlijk warme beek, met temperaturen van 26 tot 60 graden Celsius. Er is voor de wandelaars een aantal voetpaden aangelegd. Het beklimmen van de 943 m hoge Bláhnúkur (blauwe berg) is een vast onderdeel bij groepsreizen. Om de top te halen moet u niet alleen uiterst langzaam, maar ook continu doorlopen. Vanaf deze berg hebt u een schitterend en kleurrijk uitzicht over de verschillende natuurvormen in Landmannalaugar. De camping ligt aan de rand van het obsidiaanveld. In de winter is het mogelijk diverse tochten per sneeuwscooter te maken. Het spectaculaire landschap van het met een dik pak sneeuw bedekte hoogland vormt een uniek decor. Ook ’s winters kunt u een bad nemen in de warme beek, al zal het water een stuk heter zijn door het vrijwel ontbreken van ijskoud smeltwater als verkoeling. De dampende beek wordt gevoed door een bijna kokende bron, die honderd meter verderop ontspringt. Een natuurwonder, omringd door een al even wonderlijke groene algenkolonie. Vergeet vooral niet om een foto te laten nemen, wanneer u in de beek ligt te genieten! Volgens de IJslanders, en ik heb dat ook zelf mogen ervaren, is het weer in Landmannalaugar het tegengestelde van het weer aan de zuidkust. Dus wanneer de wisserbladen zacht zoemend hun werk doen op het zuidelijk deel van de ringweg, sla dan af naar dit gebied, en de kans is groot dat hier de zon schijnt en de kampeeruitrusting kan drogen. Brennisteinsalda is de naam van de enorm kleurrijke bergwand, met aan de voet een uitgestrekt lavaveld waarin veel obsidiaan voorkomt en een klein zwavelveld. Ten noorden ligt het meer Frostastadavatn en daarnaast Ljótipollur, een explosiekrater met een groenachtig meer op de bodem. De krater is waarschijnlijk in de 16e eeuw ontstaan. Ten zuidoosten, bij de kloof Jökulgil, liggen het berglandschap Hábarmur van maximaal 1192 m hoog met een hetebronnengebied en Hattur (‘de Hoed’), een bijna onnatuurlijk symmetrisch herkenningspunt. De gigantische zwarte lavavlakte heet Höfdabrekka. Eldgjá, Deze immense vulkanische ‘vuurkloof’ is in 930 ontstaan en met zijn 40 km de grootste ter wereld. De Eldgjá is bereikbaar over avontuurlijke bergpistes, die deels door rivierbeddingen lopen. Het mooiste uitzicht over het meest indrukwekkende deel van deze kloof is vanaf de top van de 943 m hoge vulkaan Gjátindur, net ten noorden van de Ófaerufoss. Alleen al het beklimmen van deze vulkaan vergt veel energie, maar daarna kunt u genieten van het meest spectaculaire deel van de Eldgjá, die hier ongeveer 5 km lang, 600 m breed en 200 m diep is. Wanneer u in de kloof afdaalt, loopt u langs de rivier Nydri Ófaera, die halverwege dit gedeelte als de unieke en schilderachtig mooie Ófaerufoss-waterval in meerdere stappen over de rand van de kloof valt. Op een bepaalde plaats had de rivier zich een weg onder de rotsen door gebaand, waardoor een beroemde, natuurlijk gevormde lavabrug ontstond. Deze brug werd tot ieders droefenis in de lente van 1994 weggespoeld door hevige overstromingen, nadat hij onder het gewicht van ijs en sneeuw al bijna was bezweken. Dus de enige manier om nog van dit echt IJslandse fenomeen te genieten is op kaarten en wat oudere foto’s. Skaftártunga/Búland, Búland is de oudste boerderij in Skaftártunga. Hier gaat de binnenlandweg [F208] over in de normaal te berijden [208] en sluit uiteindelijk weer aan op de Ringweg,