[F210] Fjallabaksleid-Sydri: Keldur – Snaebyli (Skaftártunga)

De zuidelijke Fjallabak-route is een binnenlandroute tussen de districten Rangárvellir en Skaftártunga. De route is alleen in de zomer toegankelijk en dan uitsluitend voor 4x4-auto’s. Wanneer de Katla grote overstromingen veroorzaakt over de aan de zuid-kust gelegen Myrdalssandur, wordt deze route als alternatieve weg gebruikt. De route geeft schitterende uitzichten en interessante landschappen. Het zuidoostelijke begin van de route splitst zich op vrijwel dezelfde plek af van de [208] als de [F208]. De lengte van deze route bedraagt 110 km. Keldur, Hier staat de oudste nog goed bewaarde boerderij (Keldnaskálinn) van het land, gemaakt van stenen en turf. Delen ervan werden rond 1200 gebouwd. De boerderij staat onder toezicht van het Nationale Museum van IJsland en is dagelijks van 10-12 en van 13-18 uur voor het publiek opengesteld. Jón Loftsson, een bekende figuur uit de Njáls Saga, heeft er zijn laatste levensjaren in doorgebracht tot hij daar in 1197 stierf. Hij bouwde in Keldur een kerk en een klooster. De huidige kerk is op dezelfde plaats gebouwd en bevat vele oude relikwieën. Een tunnel loopt van de helling bij de rivier naar het oude huis en stamt waarschijnlijk uit de tijd waarin deze saga zich afspeelde (930-1030). Eystri-Rangá, De weg voert langs de noordoever van deze rivier. Langvíuhraun, Lavaveld uit 1947 (Hekla), waar u af en toe tussendoor moet rijden. Rangárbotnar, Natuurgebied, waar de Eystri-Rangá doorheen loopt. Even voor dit gebied is er een afslag naar het zuiden, die tijdens paardrijtochten gebruikt kan worden. Afslag naar Hrafntinnusker, Een 1128 m hoge berg naast het lavaveld Hrafntinnuhraun, ten zuiden van Landmannalaugar en ten oosten van de Hekla. Rondom de berg ligt een groot geothermisch gebied met veelkleurige modderpotten en actieve geisers. Op het lavaveld ruikt u de zwavel en uit de grond borrelt kokend water. Het veld lijkt een gebombardeerd gebied met chaotisch rondgestrooide lavabrokken en daartussen stoomwolken met een scherpe zwavelstank. Er zijn zelfs ijsgrotten te vinden, groot en klein. Het is een zeer kleurrijk gebied en, hoewel moeilijk bereikbaar, is het zeer zeker de moeite van een bezoek waard. Om dit gebied te bereiken is een 4x4-vervoermiddel nodig. Volg deze afslag in noordelijke richting en steek bij een doorsteekplaats ten noorden van Laufafell de Markarfljót over. De te volgen route is goed aangegeven. Laufafell, Na aankomst aan de zuidzijde van deze 1164 m hoge berg steekt u een van de beginstroompjes van de Markarfljót over in Launfit. Álftavatn, Aan de noordkant van dit meer staan twee schuilhutten van de Ferdafélag Íslands (Touring Club of Iceland). Torfahlaup, Door deze nauwe canyon, ten zuiden van Álftavatn, stroomt de Markarfljót. De canyon ontleent zijn naam aan een legende die verhaalt van een man, genaamd Torfi, die samen met zijn verloofde wegliep. Om haar familie te ontlopen moest hij over de rivier springen, de vrouw in zijn armen dragend. Het pad naar Torfahlaup loopt langs de westoever van het meer Álftavatn (op één plaats moet u het water doorsteken), voorbij het meer Torfavatn (deze is iets smaller dan Álftavatn) naar de Markarfljót, op de plaats waar de rivier door de canyon stroomt. Hvanngil, Ook hier is weer een schuilhut en begint de [F261] die via Thórsmörk naar Fljótshlíd loopt. Vanaf hier rijdt u door Kaldaklofskvísl, Riviertjes, die uiteindelijk de Markarfljót vormen. Maelifellssandur, Een spoelzandvlakte ten noorden van de Myrdalsjökull. Maelifell, Een 791 m hoge berg, naast de Maelifellssandur. Brennivínskvísl, Riviertjes, die samenkomen in de Hólmsá, die op haar beurt weer afkomstig is uit het kleine, door de Torfajökull ontstane gletsjermeer Hólmsárlón (hier vindt u een veld met hete bronnen). Snaebyli, Hier gaat de [F210] over in de [210], die 5 km later in de [208] overgaat. Ringweg,