[F26] Sprengisandur (Sprengisandsleid)

De bekendste hooglandroute door het binnenland, met een schitterende bloemenpracht in een verder grijs gebied. Over deze uitgestrekte, zwarte zandbak is niet veel wetenswaardigs te vertellen, behalve dat het vroeger een oud Vikingpad was, een paardenroute tussen de gletsjers Vatnajökull en Hofsjökull. In deze woestenij hebben veel vogelvrijverklaarden, zoals Eyvindur en zijn vrouw Halla, hun leven moeten slijten onder vaak erbarmelijke omstandigheden. Ruiters te paard die naar het noorden moesten reizen, vreesden deze route vanwege de vele struikrovers die hen hier konden belagen. Veel verhalen en liederen herinneren aan deze tijd. In augustus 1933 werd deze route voor het eerst per auto afgelegd. De 4 inzittenden van de Ford deden er maar liefst 7 dagen over. Het landschap is uiterst afwisselend en de vele vergezichten zijn adembenemend. Het wordt afgeraden deze route te rijden met een niet 4-wiel aangedreven auto, want de route doorkruist enige (nog) niet overbrugde rivieren. De route begint op de wegsplitsing, waar de [26] en [32] samenkomen, zo’n 14 km ten westen van de waterkrachtcentrale Hrauneyjafossvirkjun en loopt naar de waterval Godafoss aan de noordelijke ringweg ten westen van Myvatn. De lengte van deze route bedraagt 223 km. Splitsing [26] en [32], Hrauneyjafossvirkjun, De eerste waterkrachtcentrale in de Tungnaá is gebouwd in 1981 en goed voor een vermogen van 210 megawatt. Sigölduvirkjun, Het eveneens in de Tungnaá gelegen Sigalda Power Station, goed voor een winning van 150 megawatt. Behalve de twee ge-noemde waterkrachtcentrales ligt in de rivieren Thjórsá en Tungnaá nog een derde centrale: bij Búrfell met een vermogen van 210 megawatt. Afslag Veidivötn, Deze weg komt na 20 km uit bij een groepje fraaie visrijke ‘vismeren’ (vooral forel) in een verder kaal en onvruchtbaar lavaland-schap. Het bestaat uit ongeveer 50 meren van allerlei afmetingen, die ontstaan zijn door hevige vulkanische activiteit; de laatste in 1480. Veel van de meren zijn dus eigenlijk met water gevulde kraters. In 20 à 30 meren zit erg grote forel: gemiddeld tussen de 2 en 6 pond. De gemiddelde vangst per dag varieert tussen 2 en 10 vissen, die allemaal gehouden mogen worden. De meren behoren tot de beste vangplaatsen van forel ter wereld. Thórisvatn, Een 109 m diep stuwmeer ten noorden van Sigalda in de Tungnaá-rivier. Vroeger had dit op één na grootste meer van IJsland een oppervlakte van 70 km2, maar nadat ook de rivier Kaldakvísl naar dit meer werd omgeleid, heeft het een oppervlakte van 82 km2 gekregen. Het wordt gebruikt door Sigölduvirkjun, de waterkrachtcentrale in Sigalda. Even ten zuiden van dit meer is een afslag, die naar het centrum van de Icelandic Glaciological Society voert, die tegen de Vatnajökull ligt. Van hieruit wordt het veldwerk gedaan. Vatnajökull, Niet alleen de grootste ijskap van IJsland en Europa, maar ook de op twee na grootste ter wereld. Deze kolos, met een oppervlakte van 8456 km2, is tot halverwege de route in het oosten te zien. Thjórsárver, Deze oase vol plantengroei en moerassen ligt bij de heuvels onder aan de Hofsjökull. Het is het grootste leefgebied ter wereld van de kleine rietgans. Thjórsá, De 230 km lange Thjórsá is de langste rivier van IJsland. Hij stroomt een eind ten westen van de weg en ontspringt uit de Hofsjökull, Deze op twee na grootste gletsjer van IJsland ligt ten westen van de weg en heeft een hoogte van 1760 m en een oppervlak van 925 km2. Nyidalur, Dit op 800 m hoogte gelegen dal (‘nieuwe vallei’) ten zuidwesten van de Tungnafellsjökull werd pas in 1845 ontdekt. Een andere naam voor dit dal is het meer toepasselijke Jökuldalur (‘gletsjervallei’). U kunt hier overnachten in een van de twee hutten van de Trekkersclub (Touring Club of Iceland). Tungnafellsjökull, Met een hoogte van 1533 m en 50 km2 oppervlak is dit een van de kleinste gletsjers van het land. Een van de rivieren die in de Skjálfandafljót uitmonden ontspringt uit deze gletsjer. De gletsjer is ook in Hollywood in de smaak gevallen: in 1984 werd hij door geheim agent 007, James Bond, beklommen tijdens de opnamen van de film A View to a Kill. Afslag Austurleid [F910], Het begin van de binnenlandroute Austurleid die naar de Askja en de Herdubreid voert. Deze weg is zeker niet voor juli open. Het traject van Nyidalur naar de berghut Dreki bij de Askja is 121 km lang en kan men in 6 à 8 uur rijden met een 4x4-wagen. Fjórdungsvatn, Meertje, dat in de zomer meestal droog staat. Het ligt ten westen van de 972 m hoge berg Fjórdungsalda, die weer vlak bij het geometrische middelpunt van IJsland staat. Afslag [F752] naar Varmahlíd, Deze weg loopt in westelijke richting, gaat na 82 km bij Gíl over in de [752] en eindigt 42 km verder op de ringweg. Op deze [F752] bevindt zich na 31 km een afsplitsing, waar u via de [F821] in Akureyri terechtkomt. Beide verder niet beschreven routes kunnen meestal niet voor eind juli worden bereden en dan nog alleen met 4x4-wagens. Skjálfandafljót, Deze rivier stroomt bijna 100 km lang ten oosten van de Sprengisandur en bestaat hoofdzakelijk uit regenwater, zij het dat er een beetje gletsjerwater bij zit, dat afkomstig is van de Tungnafellsjökull en de Vatnajökull. De rivier telt veel watervallen, waarvan Godafoss de grootste en bekendste is. Ten oosten van deze rivier ligt Ódádahraun, het grootste aaneengesloten lavaveld van IJsland; 6000 km2 groot. Aldeyjarfoss, Een door merkwaardige basaltzuilformaties en grotten omringde waterval in de Skjálfandafljót, meermalen genoemd als een van IJslands natuurschatten. Vlak naast deze waterval ligt een andere: de verrassende Ingvarafossar. Myri, Het eindpunt van de Sprengisandur, die hier overgaat in de [842] richting Godafoss.