[F88] Öskjuleid naar de Askja

De [F88] is de belangrijkste weg om bij de Askja te komen. De route begint op de ringweg, 7 km ten westen van Grímsstadir en loopt via de westelijke oever van de Jökulsá á Fjöllum langs de Hrossaborg en de Herdubreid naar de vulkaan Askja. Het is ook mogelijk via de oostoever van deze rivier te rijden, maar dan moet de [F905] vanaf de ringweg net ten oosten van Mödrudalur gevolgd worden. Deze mogelijkheid bestaat pas sinds 1986, toen bij de berg Upptyppingar de Jökulsá overbrugd werd. De wegen ten oosten van de Askja worden op dit moment verbeterd, dus afwijkingen in de opgegeven afstanden zijn zeer wel mogelijk. De lengte van deze route bedraagt 101 km. De totale reisafstand vanaf Reykjahlíd bedraagt 134 km. Reykjahlíd, Plaats aan het meer van Myvatn. Dit is de laatste serieuze plaats waar de benodigde inkopen kunnen worden gedaan, voordat het ruige binnenland wordt bereikt. Hrossaborg, Een explosiekrater, waarvan de twee kraterhelften ruim 70 m uit elkaar gedrukt zijn. Dit is het officiële begin van de [F88]. Ódádahraun, De rest van de route ligt ten westen van het ‘Lavaveld van misdadigers’, waar in het midden de Askja ligt. Dit 6000 km2 grote veld ligt ingesloten tussen de [F26] en de Skjálfandafljót in het westen, de [1] in het noorden, de [F88] in het oosten en de [F910] in het zuiden. Het is het grootste, ononderbroken lavaveld op IJsland. De oudste delen zijn nog voor de kolonisatie van IJsland ontstaan, terwijl de rest veel recenter is. Het lavaveld is vrijwel helemaal dor, kaal en dus zonder vegetatie, met uitzondering van de plaatsen waar bronnen of stroompjes in de buurt zijn. Het is een redelijk legendarisch oord, waar asociale elementen graag een schuilplaats zochten. Grettir de Sterke, uit de gelijknamige saga, heeft hier geleden en gestreden in de jaren na IJslands officiële bekering tot het christendom. Ook de bekendste ‘outlaw’ uit de IJslandse historie, Fjalle-Eyvindur, verborg zich hier eeuwen later enige tijd. Herdubreid, Een 1682 m hoge tafelberg, die de ‘koningin van de IJslandse bergen’ genoemd wordt. Letterlijk betekent het de ‘breedgeschouderde’. Hij rijst majestueus op uit het ruige en kale noordelijke landschap en heeft een altijd besneeuwde kroon. Het komt zelden voor dat de top niet in wolken is gehuld en men de schuin opstaande kam kan zien. Deze top is in wezen een schildvulkaan. De berg is uitzonderlijk moeilijk te beklimmen, niet in de laatste plaats vanwege de veelvuldig neervallende stenen. Menig toerist is ernstig gewond geraakt of zelfs omgekomen tijdens een poging naar boven te lopen. Niemand mag de berg dan ook beklimmen zonder de juiste uitrusting en dan nog alleen wanneer hij wordt begeleid door een gediplomeerde en speciaal getrainde toeristengids, bij voorkeur een berg- of wandelgids. Fjalle-Eyvindur bracht hier de winter door in een hut, die hij bij een stroompje aan de voet van de kale berg had gebouwd. De nokbalk bestond uit de wervelkolom van een paard en het dak uit buntgras. Herdubreidarlindir, Dankzij riviertjes en de beschutte ligging is dit een vruchtbare oase aan de rand van Ódádahraun, ten oosten van de Herdubreid. Nergens anders zijn de contrasten in de natuur zo duidelijk zichtbaar als hier. Er zijn enkele bronnen te bewonderen. Vanaf Reykjahlíd kan dagelijks deelgenomen worden aan een excursie naar dit gebied. Er is een camping en een klein vliegveldje. Afslag [F910], Austurleid, De eerste afslag van de [F910]. Deze voert naar Brú in het oosten. Afslag [F910], Austurleid, Vlak na deze afslag, die naar de Sprengisandur loopt, liggen de hut Dreki en de camping. Vanaf de camping kan in 30 minuten naar Öskjuvatn en Víti gelopen worden. Achter de hut begint de canyon Drekagil (Drakenkloof) bestaande uit een vreemde rots-wand, gevormd door wind, water en vulkanisme. Askja, Vulkaan in het Dyngjufjöll gebergte, die voor het laatst in 1961 is uitgebarsten. De bergen vormen een kring rond de centrale vulkaan en zijn in de laatste ijstijd, zo’n 1,5 miljoen jaar geleden, ontstaan. Tezamen bestrijken ze een gebied van 250 km2. Ze bereiken hoogtes van 1400 tot 1500 m boven zeeniveau. Een 50 km2 groot gedeelte van dit gebied is verzakt en vormt nu de beroemde en verguisde caldera, die luistert naar de naam Askja. De bodem van deze caldera ligt ongeveer 1150 m boven zeeniveau. De caldera is de grootste van IJsland. De nogal vlakke bodem is met rulle, inktzwarte lavastof bedekt, een zwart tapijt dat zich tot aan de rand van het groene meer uitstrekt. De binnenkant van de krater is met wit en geel besmeurd; slierten rook kringelen uit de wanden omhoog. De uitwerking van zijn erupties bestrijken een zeer groot gebied. Door ondiepe geulen stroomt smeltwater van de met stof bedekte sneeuw. Het inmiddels beschermde ‘ maanlandschap’ is in de jaren zestig gebruikt als trainingscentrum voor de Apollo-astronauten. Öskjuvatn, In 1875 zorgde een enorme eruptie ervoor, dat de Askja-caldera zo’n 11 km2 dieper wegzakte. In dit nieuwe gedeelte heeft zich het ‘Meer van de Askja’ gevormd, met zijn 217 m het diepste meer van IJsland. Öskjuvatn is dus een caldera in de caldera van de Askja. De wanden zijn zo steil, dat er soms hele stukken van afbreken. Vooral ’s ochtends, als het koude gesteente door de zon verwarmd wordt, komen de stukken steen vaak naar beneden. Op sommige plaatsen leggen de rotsstukken een weg af van vierhonderd meter en storten zich vervolgens met donderend geweld in het meer. Víti, Dezelfde uitbarsting veroorzaakte ook de krater, die luistert naar de onheilspellende naam Víti (‘Hell’), net ten noorden van de Öskjuvatn. De krater heeft een doorsnede van 150 m en op de bodem heeft zich een warm kratermeer gevormd, waarin zich water bevindt dat nog steeds lauw, troebel en groenkleurig is. De Víti houdt zich schuil in een lichte verhoging van het landschap. Wie bereid is om van de krater naar het meer af te dalen kan op 1000 m hoogte in dit warme, zwavelhoudende water van zo’n 26 °C een heerlijk bad nemen. Er zit echter zoveel zwavel in het water, dat de partner ook minimaal een duik moet nemen; anders is de stank de rest van de dag en/of nacht bijna ondraaglijk. Overigens heten alle meertjes die in een explosiekrater liggen Víti. Wanneer u na het bezoek aan de Askja verder wilt naar Kverkfjöll, moet eerst via dezelfde weg 13 km teruggereden worden. Vervolgens neemt u de [F910], steekt de Jökulsá á Fjöllum over en rijdt verder over de [F902] (zie volgende route).