[F910] Austurleid

Deze bijna 300 km lange binnenlandroute begint bij Tómasarhagi als afslag van de Sprengisandur [F26], net boven de Tungna-fellsjökull en loopt via de Askja en Brú naar Lagarfljót. De weg is op zijn vroegst pas in juli geopend en grote delen kunnen uitsluitend met 4x4-auto’s worden bereden. Bovendien wordt sterk aangeraden om de tocht in een konvooi te maken. De lengte van deze route bedraagt 287 km. Nyidalur, In dit dal staat een hut van de Touring Club of Iceland en ligt 5 km van het eigenlijke begin van deze route. Skjálfandafljót, 25 km na het officiële begin komt u bij het begin van de zuidelijke weg, die vlak langs de Vatnajökull naar het oosten voert. Maar wij rijden ten noorden rond de 1459 m hoge Trölladyngja. Wanneer u echter de zuidelijke weg volgt, komt u achtereenvolgens langs Gaesavötn (een ondiep meer op 930 m hoogte), een berghut bij Dyngjuháls (1100 m hoog), Urdarháls (een richel van 1100 m lang, 800 m breed en 100 m diep; alles op 1025 m hoogte). Uiteindelijk komt u na 64 km weer op de noordelijke route van de Austurleid terug. Afslag naar [843], Deze weg komt uit op de [843], die uiteindelijk bij de Godafoss weer op de ringweg uitkomt. Dyngjufjalladalur, Een 15 km lang dal. Zuidweg sluit aan, Hier keert de zuidelijke route, die zich bij de Skjálfandafljót afsplitste, weer op de noordelijke route terug. Drekagil (Askja), U rijdt langs de inmiddels uit andere routebeschrijvingen bekende Drekihut in deze ‘Drakenkloof’ aan de voet van de Askja. Splitsing met [F88], Na de Dreki rijdt u tot de volgende afslag over de [F88] (Öskjuleid), die via de Herdubreid naar Hrossaborg aan het noordelijke deel van de ringweg voert. Jökulsá á Fjöllum, Bij Upptyppingar moet deze rivier doorkruist worden. Afslag [F902] naar Kverkfjöll, Het begin van de Kverkfjallaleid die in de vorige route is beschreven. Afslag [F903] naar Hvannalindir, Deze Hvannalindavegur voert ook naar Kverkfjöll, maar dan via het prachtige Hvannalindir, een oase in de woestijn Krepputunga. Een van de meest bijzondere bezienswaardigheden zijn de resten van oude outlaw-behuizingen, waaronder die van Fjalle-Eyvindur. Kreppa, Oversteek van deze gletsjerrivier, die uit de Brúarjökull ontspringt. Arnardalsfjöll, Afslag naar het zuiden, die via een bijna onbegaanbare weg door het Álftadalur naar de Brúarjökull voert. Afslag [F905] naar Mödrudalur, Hier buigt de [F910] naar het oosten. Rechtdoor komt u via de [F905] na 20 km even ten zuiden van Mödrudalur weer op de ring-weg. Afslag Múli, Deze weg voert na nog geen 60 km tot de voet van de Brúarjökull. Afslag [907], Deze weg komt na 22 km uit op de ringweg. Brú aan de [923], De [923] voert in noordoostelijke richting naar de ringweg (31 km). Hafrahvammagljúfur, Na het oversteken van de Jökulsá á Dal rijdt u door een wonderschone, 160 m diepe kloof die door de rivier is uitgeslepen in het Hrafnkelsdalur. In deze buurt kunt u rendieren observeren. Adalból, Na deze boerderij wordt de weg weer moeilijk berijdbaar. Laugarfell, Hier begint ook de [F909] die via een camping (aan de voet van de Snaefell) naar Brúarjökull voert. Een paar kilometer na deze afslag wordt de weg weer goed berijdbaar. Ten zuiden van de weg ligt de Snaefell Deze ‘Sneeuwberg’ is de op een na hoogste vulkaan van IJsland (1833 m) en de hoogste berg die niet onder een gletsjer ligt. Aan de voet van de berg staat een berghut, Snaefellsskáli, waar maximaal 60 personen kunnen overnachten (slaapzakaccommodatie). Vanaf deze hut is het 4-6 uur klimmen naar de top van de berg. In de omgeving ziet u de meeste rendieren; in geheel Oost-IJsland leven er ongeveer 4000 stuks. Gilsárvötn, Langgerekt meer ten westen van de weg. Lagarfljót, Het einde van de Austurleid. Het is nu tijd om even uit te blazen om energie op te doen wanneer u de 5 km verderop gelegen Hengifoss wilt bekijken.