Het oosten en de Oostfjorden

De haven van Stödvarfjördur
De haven van Stödvarfjördur

Landschap

Oost-IJsland beslaat een groot deel van het land, zo’n 16.410 km2. Het landschap is erg afwisselend: hoge en steile bergen, kleurrijke dalen, hoge bergpassen, diepe rafelige fjorden, meren, zwarte lavastranden, gebieden met geothermische activiteit, woestijnen en vruchtbare oases.

Karakteristiek voor de oostelijke fjordenkust zijn de in de verte oprijzende bergen met hun grote verscheidenheid aan kleuren en meestal besneeuwde toppen. Geologisch gezien heeft het oosten bergen met de meest bonte schakering van IJsland en bevatten ze een pracht aan gekleurde rotsen, mineralen en in enkele gevallen halfedelstenen. De 1833 m hoge Snaefell is IJslands grootste berg, afgezien van de zeer indrukwekkende Vatnajökull. Wellicht is het hierdoor de regio die de scherpste afwisselingen van het land biedt.

Het weer

Voor een groot deel wordt het oosten door het centrale hooglandplateau tegen alle heersende weertypes beschermd en is het constant het warmste deel van IJsland en tevens het meest beboste deel.

Bereikbaarheid

Het oosten is vanaf de andere delen van IJsland te bereiken per vliegtuig of via de nationale ringweg, maar voor veel bezoekers is het de eerste kennismaking met IJsland, omdat de veerboot in Seydisfjördur binnenloopt.

Bevolking

Het oostelijk fjordengebied vormt traditioneel een thuishaven voor vissers en landbouwers. De kustlijn wordt er ingesneden door talloze baaien en lagunes. Elke fjord heeft, heel typerend, zijn eigen stad of dorpje, hoewel sommige daarvan nu verlaten zijn. In dit deel van IJsland heeft de visindustrie voorrang boven alle andere bezigheden. Meer landinwaarts zorgen de vruchtbare landerijen rondom Egilsstadir, de hoofdstad van deze streek, voor een schril contrast.

Natuur en bezienswaardigheden

U vindt hier naast overvloedig bouwland ook de plek waar de grootste bebossingsplannen van IJsland, in Hallormsstadarskógur, plaatsvinden. Dit gebied ligt aan de langzaam stromende rivier Lagarfljót, die aan zijn bestaan is begonnen als gletsjerrivier, net zoals de meeste rivieren in deze regio. Nog verder landinwaarts neemt de dorre wildernis van de binnenlanden de overhand, hoewel hier toch nog oases met verrassende natuurlijke gewassen worden gevonden. De bodem wordt afgegrazen door kuddes wilde rendieren, die in strenge winters vaak tot aan de bewoonde nederzettingen durven te komen. Ook minks en vossen komen hier in grote aantallen in het wild voor.

Vulkanische en geothermische activiteit is minder duidelijk aanwezig dan in de meeste delen van het land, maar het wordt aan de grens van deze regio met Zuid-IJsland meer dan genoeg gecompenseerd door uitgestrekte lavavelden, die zijn overgebleven van de Skaftáfires in 1783. Dit was de krachtigste vulkanische spleeteruptie ter wereld aller tijden.