Literatuur

IJslanders zijn over het algemeen fervente lezers, en het jaarlijks aantal uitgebrachte boeken per hoofd van de bevolking is op IJsland groter dan waar ook ter wereld. Eén kenmerk van uitgaven op IJsland is, dat verreweg het grootste deel van de totale verkoop vlak voor Kerstmis wordt behaald, omdat boeken een traditioneel en nog steeds populair geschenk zijn. Saga’s IJslands uitstekende bijdrage aan de wereldcultuur bestaat uit zijn middeleeuwse literatuur, met name de ‘saga’s van de IJslanders’, een uniek genre van realistische en onvergankelijke prozaïsche novellen, geschreven in de landstaal van de 12e en 13e eeuw. De belangrijkste schrijvers van de IJslandse saga’s zijn Saemunder Sigfússon (1056-1133) en Ári Thorgilsson (1067-1148). Hun verhalen zijn nauw verwant aan de geschiedschrijving uit de 12e eeuw. Het was niet hun bedoeling onderhoudende verhalen te schrijven, maar om feiten en tradities aan het papier toe te vertrouwen. Door hun kritische en onafhankelijke houding kregen zij als bijnaam ‘frodi’ (de wijzen). De letterlijke vertaling van het IJslandse woord ‘saga’ is ‘een verhaal vertellen’. Tegenwoordig alleen als het verhaal minstens 5000 woorden bevat; anders wordt het een ‘thaettir’ genoemd. De lengte van de middeleeuwse saga (niet te verwarren met het Nederlandse woord sage) varieert enorm; zo is de Njáls Saga met 97.000 woorden de langste en behoort de Hrafnkles Saga met 10.000 woorden tot een van de kortere. Verbazingwekkend modern van stijl, aanpak en onderwerpen, handelen de saga’s over het bestaan, de reputaties, het dagelijkse leven en de heldendaden van prominente IJslanders uit de 10e en 11e eeuw. Ze zijn in een groot aantal buitenlandse talen vertaald en in vele Engelse versies verschenen, zoals de Njáls Saga (anno 1285), Egil’s Saga, Laxdaela Saga, de Saga van Gísli en de 14e-eeuwse Saga van Grettir de Sterke. Terwijl de middeleeuwse saga’s hun inspiratie mogelijk hebben opgedaan uit heldendaden en grote vermetelheid, verhalen zij ook van de dagelijkse werkzaamheden waarmee men zich in die tijd bezighield, waaronder het schapen scheren, wol spinnen, haken en breien, en het maken van allerlei kunstige handvaardigheden, wat steeds meer een traditie werd en in de loop der tijd slechts weinig veranderde. De legendes werden op perkament geschreven en tot boeken ingebonden. Anders dan de meeste Europese boeken, zijn deze nogal eenvoudig en niet met illustraties en details overladen, omdat ze geschreven zijn voor gebruik en niet voor de show. Een nadeel hiervan is, dat veel verloren is gegaan en nog slechts een paar in IJslandse musea te bewonderen zijn. Snorri Sturluson Snorri Sturluson (1179-1241), de belangrijkste IJslandse geschiedschrijver uit de middeleeuwen, beschreef de geschiedenis van de Noorse koningen in zijn inlandse Heimskringla (Oog van de Wereld), die werd uitgeroepen als een van de klassieken van de wereldliteratuur, en een leerboek voor de verskunst, bekend onder de naam Prosa-Edda. Hij was waarschijnlijk ook de auteur van Egil’s Saga, het verhaal over de Vikingdichter Egill Skallagrímsson, een van de grote vernieuwers in de Scandinavische dichtkunst, die in de 10e eeuw in West-IJsland leefde. Edda-gedichten De heroïsche en mythologische dichtkunst in de Poëzie-Eddacyclus is de enige bestaande bron voor het geloof, kosmologie en levensopvatting van de Germaanse volkeren in de tijd voor het christendom, waarnaar onder andere Richard Wagner zich richtte bij zijn onderwerp in Ring der Nibelungen. De Edda-gedichten in hun huidige vorm werden tussen 800 en 1200 opgesteld, maar delen ervan dateren mogelijk zelfs uit de 6e eeuw, en zij behoren tot de grote heroïsche en mythologische gedichten in de wereldliteratuur. De Edda omvat de goden- en heldenliederen die door anonieme dichters werden geschreven. Na het ineenstorten van het IJslandse Gemenebest aan het eind van de 13e eeuw, nam de literatuur geleidelijk aan af en leefde niet echt op tot aan de 19e eeuw, met uitzondering van een korte periode in de 17e eeuw, welke overheerst werd door een briljante schrijver van lofzangen, Hallgrímur Pétursson (1614-1674), wiens ‘Passion Hymns’ in meer dan 50 edities verscheen, een IJslands record voor publicaties. Romans De Romantische Beweging, die samenviel met de nationale wederopstanding in de 19e eeuw, produceerde een lange reeks mooie gedichten die het roemrijke verleden van het gemenebest en de natuurlijke schoonheid van het IJslandse landschap verheerlijkten, bekrachtigde de oude taal met een nieuw elan en spoorde het volk aan om te beseffen, dat er een nieuwe periode vol hoop en betere vooruitzichten aankwam. De meest geliefde van deze romantische dichters was Jónas Hallgrímsson (1807-1845), een meesterlijke beheerser van de taal en een gevoelige waarnemer van de natuur. Hij groeide op in Öxnadalur en zijn leven werd vanaf zijn 7e jaar danig beïnvloed toen zijn vader in Hraunsvatn verdronk. De 19e-eeuwse traditie van de IJslandse dichtkunst werd niet echt losgelaten, tot na de Tweede Wereldoorlog, toen Steinn Steinarr (1908-1958) en zijn geestelijke volgelingen een volkomen nieuwe weg insloegen om een ander gezicht aan de verskunst te geven, vrijer van vorm, geraffineerder en in zichzelf gekeerd. Op IJsland kwam de roman weer tot leven rond het midden van de 19e eeuw door Jón Thoroddsen (1819-1868), die in de 20e eeuw opgevolgd werd door vele goede romanschrijvers, met als hoogtepunt Halldór Kiljan Laxness (1902-1998), die in 1955 onderscheiden werd met de Nobelprijs voor de Literatuur. Enkele IJslanders schreven in het begin van de vorige eeuw hun grote werken in het Deens, van wie de bekendsten de toneelschrijver Jóhann Sigurjónsson (1880-1919) en de romanschrijver Gunnar Gunnarsson (1889-1974) waren.