Myvatn – Egilsstadir

Er zijn twee mogelijkheden voor deze tocht: 1., De korte en snelle route via de ringweg; 173 km lang en de reistijd bedraagt ongeveer 5 uur, inclusief de fotostops. 2., De uitgebreide tocht, die langs de noordoostelijke kust voert. Deze route is maar liefst 433 km lang en kost twee volle reisdagen. Via de ringweg De afstand bedraagt 174 km en de reistijd bedraagt ongeveer 5 uur. Reykjahlíd, De route begint vanaf de ringweg en voert in oostelijke richting via Bjarnarflag, U kunt hier in de buurt traditioneel gebakken roggebrood proeven, dat door de aarde is gekookt op plekken waar de stoom heet uit de grond komt. Hrossaborg, 2 km op de [F88] ligt deze 40 m hoge en 426 m brede krater, waarvan beide helften zo ver uit elkaar geduwd zijn, dat een bus zonder problemen naar het binnenste van de berg, de kraterbodem, kan rijden. De berg is een aantrekkelijk klimobject! WANNEER U OVER DE [F88] VERDER ZOU RIJDEN, KOMT U NA 60 km BIJ DE BEROEMDSTE IJSLANDSE BERG, DE HERDUBREID. ZOU U NOG VERDER RIJDEN, DAN DOEMT DE ASKJA OP. 20 km NA DE HERDUBREID KUNT U DE [F910] NEMEN EN NA 14 km DE [F902], WAARDOOR U VIA EEN IN 1992 NOG ZENUWSLOPENDE WEG IN KVERKFJÖLL AANKOMT. VERDER NAAR EGILSSTADIR GAAT HET BEST DOOR TERUG TE GAAN VIA DE [F910] EN [F905] OM VERVOLGENS EVEN IN MÖDRUDALUR (ZIE VERDEROP) DE DORST TE LESSEN. Jökulsá á Fjöllum, Gletsjerrivier met indrukwekkende canyons en gigantische watervallen, waaronder de Dettifoss. Ódádahraun, Aan de rechterhand ligt dit uitgestrekte lavaveld. Bij helder weer ziet u in de verte (op 65 km) de Askja liggen, rechts van de Herdubreid (45 km). Een kleine witte streep rechts achter de Askja is Kverkfjöll aan de noordkant van de Vatnajökull, dat op 105 km (!) afstand ligt. Dit bewijst niet alleen hoe helder de lucht boven IJsland is, maar ook, dat het mogelijk is om met de kromming van de aarde mee te kijken. Afslag [85] naar Vopnafjördur, Mödrudalur, De hoogstgelegen boerderij van IJsland (469 m hoog), een door de boer zelf gebouwd kerkje en een inmiddels drukbezochte uitspanning, waar heerlijke koffie geserveerd wordt. De schilderingen in het kerkje zijn ook door de boer gemaakt en stellen Christus voor, die predikt vanaf een van de bergen in de buurt. Bij helder weer is links van de Herdubreid het noorden van de Vatnajökull, Kverkfjöll, te zien. Afslag [F905] naar Kverkfjöll, Als u bij Hrossaborg gekozen hebt om via de [F88] naar de Askja of -Kverkfjöll te gaan, is de kans groot, dat u hier weer op de ringweg terugkeert. Jökuldalsheidi, Hooggelegen, onbewoond plateau in het oostelijk deel van het binnenland, op gemiddeld 500 m hoogte, met veel grasland, meren en zelfs nog enige restanten van nederzettingen uit de periode tussen 1841 en 1946, waaronder de volgende: Afslag [907] naar Saenautasel, Aan het meer Saenautavatn staat een oude IJslandse boerderij uit 1843, die onlangs is herbouwd als museum. De weg voert via een verlaten landschap met enkele spookboerderijen langs Jökuldalur, waar een aantal watervallen vanaf de ringweg zichtbaar is. Hjardarhagi, Hier kan gekozen worden tussen het volgen van de ringweg [1] of via de rechteroever van de Jökulsá á Brú [924] te rijden. Laatstgenoemde route is 5 km korter en voert langs Maelishóll, enige bezienswaardige basaltkolommen in het Hnefilsdalur. Jökulsá á Brú (Jökla), De grootste gletsjerrivier van IJsland, gemeten naar de hoeveelheid water die er doorheen stroomt. Het is ook de meest troebele rivier; per jaar wordt er ongeveer 10 miljoen ton zand en gravel naar zee vervoerd, dat 140 km ver uit het binnenland afkomstig is. Dit gigantische natuurlijke obstakel werd al in de tijd van de oude republiek (930-1261) overbrugd. De rivier wordt ook Jökulsá á Dal genoemd. Vlak na de brug is een mooi gelegen, gezellige picknickplaats. Afslag [925] naar Húsey, U rijdt over de rivier Jökla via IJslands hoogste brug, 44 meter, die in 1994 is gebouwd. De oude, uit 1931 stammende brug, heeft in de herfst van 1994 voor het laatst dienst gedaan. Volgt u hiervandaan de [925], dan komt u bij Húsey [926], een boerderij met jeugdherberg, waar voortreffelijke paardrijvakanties worden georganiseerd. Het ligt tussen de rivieren Jökulsá á Brú en de Lagarfljót, midden in een breed en vlak landschap. Aan beide kanten is het 40 km2 grote land omgeven door besneeuwde bergen. Het is een paradijs voor de vogelliefhebber: er broeden ruim 30 vogelsoorten in deze rivierdelta. U vindt er o.a. de grote jager, noordse stern, tureluur, regenwulp en de voor IJsland typische grauwe franjepoot. Ook groeien hier 170 verschillende plantensoorten, terwijl er landelijk in een dergelijk gebied maar 90 soorten te vinden zijn. 1 km verder sluit de [924] weer aan. Fellabaer, De bevolking is pas in de laatste 25 à 35 jaar tot 450 inwoners gegroeid. Fellabaer vormt eigenlijk één sociaal en economisch geheel met Egilsstadir, ondanks dat beide plaatsen in verschillende districten liggen. De plaats heeft een 9-holes golfbaan van 2100 m lengte, die toegankelijk is door in te schrijven in het clubhuis bij Ekkjufell. Bij de boerderij Skipalaekur kunnen waterscooters (seacats) gehuurd worden, die uitsluitend binnen de gemarkeerde gebieden van de Lagarfljót mogen komen. Wat opvalt, zijn de driehoekige vakantiehuisjes met blauwe daken, die aan het Lögurinn staan. Lagarfljót, Met 140 km de op een na langste rivier van IJsland. Het zuidelijke deel van de rivier (Lögurinn) wordt beschouwd als een meer; het op drie na grootste van IJsland. Egilsstadir, Uiteindelijk komt u aan in Egilsstadir, nadat u bijna over het begin van de landingsbaan bent gereden van het belangrijkste vliegveld van Oost-IJsland, dat ook door internationale vluchten kan worden aangedaan. De hoofdstad van Oost-IJsland heeft 1600 inwoners en is sinds 1950 gegroeid van een groep huizen, gebouwd rondom een klein regionaal ziekenhuis, tot de huidige bloeiende gemeente. De stad is het centrum van dienstverlening, communicatie en transport voor veel van de dorpen en gehuchten, die weliswaar naast elkaar aan de kust liggen, maar van elkaar gescheiden worden door fjorden. De stad ligt ietwat landinwaarts op de vruchtbare vlakte Fljótsdalur, bekend om zijn weelderige plantengroei en milde klimaat. Binnen 20 tot 30 jaar zal een deel van dit gebied opnieuw bebost zijn. In kassen worden duizenden lariksbomen gekweekt, die jaarlijks in het gebied rond de stad geplant worden. Hierdoor zal het oosten nog meer de bosstreek van het land worden, dan het nu al is. Egilsstadir heeft alle benodigde faciliteiten en services, die een reiziger zich kan wensen, en het East Fjords Travel Bureau kan alle informatie verschaffen, die nodig is voor een verblijf dat zeer de moeite waard is. Hótel Valaskjálf sponsort iedere donderdagavond het vrolijke Feest van het Oosten, dat wordt gehouden van midden juni tot eind augustus. Het feest wordt opgevrolijkt door volksmuziek, traditioneel IJslands eten en dansen, waaraan alle gasten meedoen. Jaarlijks wordt er in juni een jazzfestival gehouden. In Eik Midhús kunt u een bezoek brengen aan de werkplaats van een handarbeider, die gespecialiseerd is in houtsnijwerken van IJslands hout op de oude, traditionele ambachtelijke manier. Er zijn ook handgemaakte souvenirs en allerhande hebbedingetjes te koop van gebeente, hoorns en hoeven. Egilsstadir is niet alleen een prima uitvalsbasis om het oosten van het land te verkennen. Het heeft ook een aantal faciliteiten voor buitenactiviteiten in en rondom de stad. Er kunnen fietsen gehuurd worden op de camping (vlak naast de supermarkt). Via de noordoostelijke kust De afstand bedraagt 433 km en duurt bij voorkeur twee dagen. De route loopt van Öxarfjördur in het noorden helemaal naar Vopnafjördur. Onderweg passeert u de Melrakkaslétta-vlakte, This-tilfjördur en Bakkaflói. De route komt langs fjorden en hooglanden, die niet alleen wonderschone voorbeelden van de onbedorven natuur zijn, maar er zijn nog steeds relikwieën te vinden uit lang vervlogen tijden. Theoretisch kan de tocht in één dag gemaakt worden, maar wanneer er meer tijd beschikbaar is, is het beslist de moeite waard hier veel langer te vertoeven. Reykjahlíd, Eerst volgt u een deel van de reeds besproken Tjörnes-route: HúsaVík, Schilderachtige havenplaats. Vooral de kerk (uit 1907) en de haven zijn een bezoek waard. Lundey, 41 m hoog papegaai-eiland voor de kust ten noorden van HúsaVík. Tjörnestá, Uitzichtpunt met omgevingswijzer. Even ten oosten daarvan zitten erg veel papegaaiduikers op een steile klif. Afslag [862] naar Dettifoss, De Dettifoss is de grootste en krachtigste waterval van Europa. Öxarfjördur, Een hooggelegen fjordenkust die een boeiend panorama biedt, gelegen tussen het schiereiland Tjörnes en de monding van de Jökulsá á Fjöllum. U vindt hier ongerepte zwarte lavastranden, ontstaan door de krachten van machtige gletsjers. Kópasker, Na HúsaVík is dit de eerste nederzetting van enig formaat. Het dorp heeft 160 inwoners, van wie de meesten werken in de handel en de dienstverlening voor het omliggende landbouwgebied. De visindustrie is groeiende; er worden vooral garnalen in de Öxarfjördur gevangen. Als een van de zeldzame plekken kunt u hier nog de meest recente resultaten zien van een aardbeving: Op 13 januari 1976 werden Kópasker en omgeving getroffen door een aardbeving, die grote schade aanrichtte. Er verschenen scheuren in een aantal gebouwen en sommige woningen werden volkomen onbewoonbaar achtergelaten. Waterleidingen braken en de havenwanden vertoonden scheuren. In Hraunhólar, vlak bij Presthólar, leek de naschok wel op een explosie. Er vielen rotsblokken van de 146 m hoge berg Öxarnúpur en er kwam een groot aantal aardverschuivingen voor in verschillende kloven en canyons in de buurt van Kópasker. Beelden van wat er toen gebeurde zijn vandaag de dag nog steeds goed zichtbaar. Verder vindt u er een rustige, onbetreden zandbank in een kloof in de aardkorst, ontstaan door machtige gletsjerkrachten. Afslag Raudinúpur, Uitzichtpunt over de Noordelijke IJszee, op het meest westelijke puntje van de Melrakkaslétta. Er is een aantal hoge en steile rotsformaties. Melrakkaslétta [85] Deze bijna noordpoolachtige vlakte heeft een uniek vogelleven. Hraunhafnartangi, Dit uitzichtpunt op het meest noordelijke punt van het vasteland ligt net ten zuiden van de poolcirkel. RaufarHöfn, RaufarHöfn is de meest noordelijk gelegen vissersplaats en een ideale plek om te genieten van de midzomernachtzon; in het bijzonder in juni en juli. In hotel Nordurljós (Noorderlicht) ontvangen de gasten een certificaat, waarop staat vermeld dat zij op de poolcirkel zijn geweest – een interessant en ongebruikelijk souvenir om mee naar huis te nemen. Het hoofdberoep van de 380 inwoners ligt in de visserij. Toen de haring nog in overvloed in deze buurt werd gevangen, was de plaats een van de drukste exporthavens van IJsland, het centrum van de haringindustrie en een belangrijk vis-inzoutcentrum. De kuststrook heeft door de branding versleten stranden, bedekt met drijfhout. De boeren in de omgeving van Melrakkaslétta maken volop gebruik van dit drijfhout en de nesten van de eidereenden. In de nabijgelegen meren en rivieren kan uitstekend gevist worden, want de stad wordt ten zuiden begrensd door de zalmrivier Deildará en in het noorden door meren, waar de plaatselijke bevolking op forel vist. In het noordwesten ligt een onbewoonde en weinig bezochte streek, waar het geluid van ontelbare vogels ’s zomers de lucht vult, dankzij de midzomernachtzon tot het middernachtelijk uur aan toe. In de winter gloeit de plek op onder het schijnsel van het noorderlicht. Uit het volgende blijkt, dat RaufarHöfn een waar vogelparadijs is Er zijn uitstekende mogelijkheden om zeevogels te observeren, vooral langs de noordelijke kuststrook. Echte zandstranden en stroken met kiezelstenen wisselen elkaar af met rotsen en zeekliffen. Op de meeste plaatsen slingert de weg zich vlak langs de kust. Maar ook de stad zelf heeft een gevarieerd vogelleven, vooral rondom het meer in het centrum van de stad. Op eilandjes in meren en vijvers staan vaak veelkleurige vlaggen en spandoeken, alsook ‘beeldjes’ met menselijke vormen, die een dubbele betekenis hebben: ten eerste moeten ze zorgen dat de nieuwsgierige eidereenden gelokt worden en ten tweede dienen ze als afschrikking voor meeuwen, raven en andere onwelkome bezoekers van de vreedzame eidereendgemeenschap. De vlakte rond RaufarHöfn is een belangrijke rustplaats voor veel vogelsoorten, die op weg zijn naar de broedplaatsen, zoals de steenloper en de kanoetstrandloper. Vanaf begin mei landen er grote hoeveelheden vogels, waaronder waadvogels, op de kust om zich te voeden tussen de hopen zeewier. Deze worden rond deze tijd opgewarmd in de lentezon, zodat vliegen, larven, cocons en andere kleine beestjes zich beginnen te verroeren. Eind mei en begin juni verlaten de meeste vogels de kust om hun broedgebieden op te zoeken, soms op maar korte afstand van de kust. Deze kuststrook kan erg dichtbevolkt zijn, zoals bij de noordse stern, de kokmeeuw en zelfs bij de eidereenden. De vlakte biedt voor de dieren een gevarieerde omgeving. Rond meren en rivieren zijn vaak moerasgebieden en vennetjes, die een favoriete nestgrond vormen voor de regenwulp, de bonte strandloper en de watersnip. Een voor IJsland nieuwe vogel, de kustwulp werd in 1987 voor het eerst op de Melrakkaslétta-vlakte gezien. Een geliefde vogel is de roze franjepoot, die in deze streek helaas steeds minder voorkomt. Hij wordt nog sporadisch gezien bij kleine poeltjes aan de kust, of zelfs op zee. Grote aantallen paarse strandlopers verblijven tijdens de winter op de oevers, soms tot diep in de lente, wanneer ze wegtrekken om op meren en gravelvlaktes te gaan nestelen. De opvallendste planten in drogere gebieden zijn de noordelijke kraaienbes, mossen, korstmossen, nagelkruid en zegge. Daarom is dit het favoriete nestgebied van de paarse strandloper, de goudplevier, de noordse stern en de eidereend. Op sommige met erg kort gras bedekte plekjes aan de kustlijn kunt u de nesten tegenkomen van de bontbekplevier en de scholekster. De tureluur komt in deze gebieden veel voor. De sneeuwgors en de tapuit komen langs de kust en tussen de steenachtige heuveltjes veel voor. De graspieper en de koperwiek geven de voorkeur aan heidegrond en slootkanten. Het kwikstaartje en de koperwiek zijn ook al gelukkig wanneer ze hun nesten kunnen bouwen in hutten, loodsen of schuurtjes. Verschillende eendensoorten broeden in Melrakkaslétta, zoals de wilde eend, smient, ijseend, toppereend, kuifeend, grauwe gans en wintertaling. De wilde zwaan komt in meren en vijvers voor. Het is geen uitzondering, vooral niet aan het eind van de zomer, om de middelste zaagbek in beeld te krijgen. De ijsduiker, een van de mooiste noordelijke vogels, en de roodkeelduiker bouwen hun nesten op eilandjes in vijvers en meren. IJsland is de enige Europese nestelplaats van de ijsduiker. Het alpensneeuwhoen nestelt op veel plaatsen in de vlakte. De giervalk en het smelleken worden vaak waargenomen. De kleine jager maakt zijn nest in bosjes gras, in het bijzonder op drassige grond. Een aantal meeuwensoorten komt veel voor aan de kust, zoals de noordse stormvogel, de drieteenmeeuw, de zilvermeeuw, de grote mantelmeeuw en de kokmeeuw, om er maar een paar te noemen. Thistilfjördur, Meest noordoostelijk gelegen baai of fjord met aan de kust een verscheidenheid aan bergruggen, kleine valleien en uitbundige plantengroei. Meerdere paden lopen vanaf de hoofdweg het land in, naar onbetreden en golvende heidevelden. ThórsHöfn, Dit handelsplaatsje ligt op het schiereiland Langanes aan de Lónafjördur en is ontstaan rond een van oudsher goede ankerplaats. Eeuwen geleden was ThórsHöfn al een drukke havenplaats, maar desondanks verschenen de eerste huizen pas in 1875, toen bij de haven een winkel en een warenhuis werden gebouwd. Rond de voorlaatste eeuwwisseling woonden er 75 inwoners; dat aantal is langzaam gegroeid tot de huidige 450. De goede havenfaciliteiten zijn een enorme steun geweest voor de bloeiende visserij. Slechts één weg [869] voert vanaf het dorp over het schiereiland Langanes, waar grote vogelkolonies op de kliffen aan de noordkust zitten, zoals de ijsstormvogel. Ook komen nieuwsgierige zeehonden dicht bij het strand. Het vliegveld ligt ten noorden van ThórsHöfn, naast de predikantswoning bij Saudanes, en is eenvoudig bereikbaar. Hiervandaan gaat een 4x4 weg naar Fontur, het noordelijkste punt van Langanes. Vanaf de top van de naastgelegen berg kunt u op een heldere dag ongelofelijk ver kijken. Brekknaheidi, De vlakte die beide kanten van het schiereiland Langanes met elkaar verbindt. Vanaf Brekknaheidi loopt de weg langs Langa-nesströnd. Afslag GunnólfsVíkurfjall, Neemt u deze afslag, dan doemt na 7 km de hoogste berg (719 m) van het schiereiland Langanes op, waarvandaan u de hele Bakkaflói kunt overzien. Hij rijst aan de oostkant loodrecht uit zee op en bestaat uit een basis van basalt met tufsteen als buitenste lagen. Doordat de zuidelijke kant van de berg goed beschut ligt is er een rijke vegetatie. Afslag [91] naar Bakkafjördur, Klein, rustig dorpje met 134 inwoners aan de gelijknamige fjord. De dorpelingen leven van visvangst, visverwerking en dienstverlening voor het omliggende gebied. De in 1845 gebouwde gemeentelijke kerk, Skeggjastadakirkja, is de oudste kerk van Oost-IJsland en staat even ten westen van het dorp aan de [85]. Aan het eind van de [91] ligt het uitzichtpunt Svartanes. Vervolgens rijdt u verder over de SandVíkurheidi. Vopnafjördur, Plaatsje aan de gelijknamige fjord, waar een door natuurlijke krachten gevormde, beschutte haven is ontstaan. De gemeente Vopnafjördur heeft 900 inwoners, van wie er 680 in de stad leven en 220 op het platteland. De meeste inwoners van dit oude handelscentrum zijn werkzaam in de visindustrie, maar er is ook enige vorm van landbouw en handel. Er zijn ongeveer 40 boerderijen. Er is een hotel, een goed uitgeruste camping en mogelijkheden voor een boerderijvakantie, eventueel met slaapzakaccommodatie. Verder zijn er voorzieningen zoals winkels, bank, garage, zwembad op 12 km bij de Selá, medisch centrum, solarium, tankstation, een postkantoor en een vliegveld, waar 6 dagen per week een geregelde vlucht wordt onderhouden met Akureyri en 3 à 4 dagen per week met Egilsstadir. In de boerderij Burstarfell, die gebouwd is volgens oude IJslandse architectuur, is een volksmuseum ondergebracht. De traditionele turfboerderij verkeert in een zeer goede staat en zijn oudste delen stammen uit 1779. In het zuidoosten van het district ligt de 1251 m hoge berg Smjörfjöll, waar volgens overleveringen de kerstman zou wonen. Op een landtong, die liefdevol Tangi wordt genoemd, ligt het bevolkte deel van het gebied. Op de noordpunt van deze landtong ligt Kolbeinstangi. De mist, die vaak in de oostelijke fjorden hangt, komt meestal niet tot aan Vopnafjördur. De zuidelijke wind is vaak warm, dus wanneer de wind uit die richting komt is dit meestal het warmste punt van IJsland. Er zijn uitstekende mogelijkheden om op zalm te vissen in de rivieren Hofsá, Selá en Vesturá en op forel in de meren en dezelfde rivieren. Ook prins Charles van Engeland kwam hier vaak op zalm vissen. Verder kan er op zee worden gevist en kunt u er paardrijden, zwemmen, musea bezoeken en wandelen over prachtige paden in de bergen en langs de kustlijn. Ook kunnen er per boot excursies worden gemaakt. Om een geweldig uitzicht over het district te hebben moet u 23 km de [85] volgen, waar op de berg Burstarfell een kijker staat. U kijkt van Vopnafjördur tot Fljótsdalshérad. Laatstgenoemde is alleen in de zomer met 4x4-auto’s via Hellisheidi bereikbaar. De route volgt echter de kust totdat u na 6 km op de [917] belandt. Hellisheidi, Bergpas en een van de hoogste bergwegen op IJsland: 730 m boven de zeespiegel, waardoor u adembenemende panoramische uitzichten hebt over de baai Héradsflói en de vlaktes van Úthérad. De weg is alleen in de zomer opengesteld, wanneer zelfs personenwagens de pas moeiteloos kunnen berijden. Jökulsá á Brú, De weg ligt langs de oever, zodat u een goed uitzicht hebt op deze modderige rivier. Door de enorme hoeveelheden klei en zand, die 140 km ver uit het binnenland worden aangevoerd, is dit misschien wel de smerigste rivier op IJsland. Ringweg, Via de linkeroever van de Jökulsá á Brú komt u weer op de ringweg terecht. Egilsstadir, Ten slotte komt u aan het eind van deze route in Egilsstadir aan.