Taal

Op IJsland spreekt men een eigen taal: het (nieuw-)IJslands, een verbastering van het Oudnoors. Het IJslands is een Germaanse taal uit de Scandinavische groep. Er wordt niet aan getwijfeld, dat de taal niet of nauwelijks is veranderd sinds het moment dat de Vikingen – de eerste bewoners – de taal in de 9e eeuw het land binnenbrachten. De taal is van oorsprong dan ook een taal van boeren en vissers. In het IJslandse alfabet zijn daardoor nog letters overgebleven, die in de rest van Europa verdwenen zijn. Het is een van de oudste, levende talen in Europa. Hoewel er wel wat buitenlandse invloeden te merken zijn, zijn de schrijftaal en de grammatica nauwelijks veranderd. De geïsoleerde ligging en het kleine aantal inwoners zal hier ongetwijfeld de reden voor zijn. Een van de voordelen voor de IJslanders zelf is dat men nog zonder erg veel moeite de originele geschriften uit de saga’s en de Edda kan lezen. Ook teksten in de Oudnoorse taal leveren geen noemenswaardige problemen op. Wel is de taalklank in de loop der eeuwen sterk veranderd.

Wie op IJsland naar uithangborden en reclameteksten kijkt, denkt al gauw te begrijpen wat er bedoeld wordt. ‘Opid alla daga’, staat er bijvoorbeeld bij een restaurant; ‘drekkid Coca Cola’, luidt de aansporing op de ene reclametekst en ‘Pepsi – hvad annad!’ op een andere. Op een fabrieksgebouw bij Reykjavík prijken de woorden ‘Blikk & Stál’ en op een stalletje met hotdogs ‘Heitar pylsur’. Geduldig wachten voor een loket, waar een bordje met ‘lokad’ is opgehangen, kan vaak heel lang duren. Moeilijker wordt het met het bordje dat op het grasveld voor de universiteit van Reykjavík staat, met het opschrift: ‘Allir knattleikir bannadir’. Ik gok dat het ‘Alle balspelen verboden’ betekent. Via het Noors of het Deens is er van geschreven IJslands nog wel het een en ander te begrijpen. Zodra al die woorden echter worden uitgesproken, raakt een normaal mens al gauw het spoor bijster. De vele au-, ui- en lange uu-klanken vloeien in elkaar over. Net als Latijn en Duits, is IJslands een taal vol naamvallen (vier voor het enkelvoud en vier voor het meervoud), waarbij ook de bijvoeglijke naamwoorden, telwoorden en persoonlijke voornaamwoorden mee gaan verbuigen. Daarbij worden vele werkwoorden onregelmatig en op onvoorspelbare wijze vervoegd. Ook kent het IJslands geen lidwoorden en gebruikt het in plaats daarvan vele achtervoegsels. Een voorbeeld is het achtervoegsel -inn, wat ‘de’ of ‘het’ betekent, zoals in ‘de vijver’ = tjörnin. De klinker van de stam van een zelfstandig naamwoord verandert ook dikwijls. De acht naamvallen van een simpel woord als fjord zijn: fjördur, fjardar, firdi, fjörd (e.v.) en firdir, fjarda, fjördum, firdi (m.v.). Als u nu denkt dat dit ingewikkeld is: de bijvoeglijke naamwoorden zijn soms nog lastiger. Deze richten zich naar het woord waar ze bij horen en kunnen daarom in de mannelijke, vrouwelijke en onzijdige sterke of zwakke vorm staan.

IJslanders trachten allerlei vreemde woorden, die in vele nationale talen wortel hebben geschoten, door eigen woorden te vervangen. Mooie voorbeelden zijn bijvoorbeeld televisie (sjónvarp) en computer (tölva). IJslanders proberen op deze nieuwe begrippen reeds bestaande woorden toe te passen. Wanneer op een folder (hierbij verraad ik het al) de tekst ‘Lítil Leidsögn’ staat, is het duidelijk dat de taal zuiver wordt gehouden: in het Engels zou het ‘Little Guide’ zijn en in vrij vertaald Nederlands dus ‘Kleine Leidogen’. Vanaf het begin van de kolonisatie werden al nieuwe woorden uitgevonden, zoals voor de vele vulkanische verschijnselen, die in hun land van oorsprong volslagen onbekend waren: de woorden ‘hraun’, ‘hver’ en ‘laug’ betekenden oorspronkelijk ‘rotsachtige bodem’, ‘heksenketel’ en ‘bad’, maar tegenwoordig ‘lavaveld’, ‘hete bron’ en ‘warme bron’.

Het bordje ‘sími’ betekent telefoon en ‘ritsími’ telegraaf; sími is een woord uit de saga’s en betekent zoiets als ‘draad of snoer’; een ritsími is een ‘schrijfdraad’ (van ‘ríta’ = schrijven). Elektriciteit is ‘rafmagn’ (van ‘raf’ = barnsteen en ‘magn’ = kracht). Een radio is een ‘útvarp’ (een ‘uitwerper’, vergelijkbaar met het Duitse ‘Rundfunk’), een televisie een ‘sjónvarp’ (een ‘gezichtwerper’; ‘sjón’ = gezicht), een fotograaf een ‘ljósmyndari’ (‘ljós’ = licht; ‘mynd’ = beeld) en een computer een ‘tölva’ (een afleiding van ‘tala’ = getal en ‘tölur’ = cijfers).

IJsland heeft een speciale commissie, die zich alleen bezighoudt met het zuiver houden van de IJslandse taal. Ondanks deze verwoede pogingen de taal vrij te houden van buitenlandse invloeden, is toch een aantal buitenlandse woorden ingeburgerd. Voorbeelden zijn ‘bensín’ (benzine), ‘hótel’ (hotel), ‘sigaretta’ (sigaret), en ‘sjoppa’ (kiosk). Ook met het woord ‘video’ is men te laat geweest – overal prijkt deze indringer op de gevels van Reykjavíkse videotheken. Tabak is trouwens ook gewoon ‘tóbak’, al is de sigaar een ‘vindill’ (‘gedraaid voorwerp’). Daarentegen is het wel gelukt met het woord ‘straalvliegtuig’, dat vertaald wordt met ‘thota’, wat oorspronkelijk weer ‘vliegend voorwerp’ betekent.

Eigen woorden worden niet alleen voor nieuwe technologische vindingen en nieuwe apparaten bedacht, maar ook voor beroepen en activiteiten: ‘lögregla’ (‘wetsregelaars’) is IJslands voor politie; ‘stjórnmal’ (‘stjórn’ = leiding en ‘mál’ = zaak) slaat op politiek en een procureur-generaal bij het gerechtshof heet een ‘yfirréttarmálaflutningsmadur’ (waarin woorden als ‘réttur’ = recht, ‘mál’, ‘flutninger’= bevordering, en ‘madur’ = man, terug te vinden zijn).

Wie geen IJslands wil studeren kan ook met andere talen terecht. Engels wordt door bijna iedereen verstaan en de meeste jongeren spreken Deens. Beide talen zijn in het onderwijs verplichte vakken. Ook Frans en Duits worden door vrij veel IJslanders begrepen. Wanneer men de IJslandse taal machtig is, kan men overal terecht; er zijn geen dialecten, hooguit wat verschillen in uitspraak.

Als u een paar uitgangen in het IJslands kent, zijn namen en begrippen op deze website geen abracadabra meer. Zo heet de weg naar Askja Öskjuleid, waarbij de uitgang ‘leid’ weg betekent. En het meer in de buurt van Askja heet Öskjuvatn; de uitgang ‘vatn’ geeft aan dat het om een meer gaat.

Intussen zal het wel duidelijk zijn geworden, dat IJslanders het zeer weten te waarderen als een buitenlander toch de moeite heeft genomen zich enige woorden eigen te maken.

Schrijfwijze van de eigen letters

De IJslandse taal heeft twee eigen letters, die in de rest van Europa verdwenen zijn: de thorn en de eth. Op deze website wordt in plaats van deze letters de gebruikelijke andere schrijfwijze weergegeven: de ‘th’ en de ‘d’. Niet eigen, maar wel on-Nederlands zijn de aan elkaar geschreven a en e, de aelig (æ) Thorn, 3, 4, uitspraak als het Engelse ‘thank’ of ‘tooth’.

Eth, Ð, d-, uitspraak als het Engelse ‘them’ of ‘the’.

Aelig, Æ, æ, uitspraak ‘ai’, zoals het Engelse ‘high’ of ‘fire’.

Uitspraak

Wanneer u in uw beste Engels aan een buschauffeur in Reykjavík vraagt een seintje te geven bij de Hagatorg, zult u ongetwijfeld worden afgezet bij Laekjargata, ook al zeg je het zo duidelijk mogelijk. Laat daarom het liefst op papier de bestemming zien. De uitspraak is dermate ingewikkeld, dat enkele regels voor de uitspraak niet mogen ontbreken. Ze zijn echter niet volledig en dienen alleen als eerste aanzet. De klemtoon valt altijd op de eerste lettergreep van een woord.

Accenten geven geen klemtoon aan, maar een wijziging van de uitspraak, zoals klankverlenging (bijvoorbeeld oo in plaats van o). Klinkers zijn alleen lang als ze gevolgd worden door één medeklinker of een combinatie van k, p, t, en j, r, of v (zoals pr, tr, kj).