Vanaf Myvatn: HúsaVík – Ásbyrgi – Hljódaklettar – Dettifoss

Tjörnes-route Deze route voert o.a. rond het schiereiland Tjörnes, aan de rand van de Noordelijke IJszee tussen de baaien van Skjálfandi en Öxarfjördur. Het is beroemd om zijn grondlagen met fossielen uit de ijstijd en de tertiaire periode. Er is een rijk vogelleven en er zijn interessante geologische rotsformaties te bewonderen. De afstand bedraagt weliswaar slechts 209 km, maar de reis duurt een hele dag, inclusief de fotostops. Reykjahlíd, Via de [87] voert deze route allereerst naar de noordkust. Afslag naar Grenjadarstadur, Aan de [854] ligt dit landgoed uit 1876 met een pastorie en een kerk. In de oude traditionele turfboerderij huist tegenwoordig een interessant volksmuseum. HúsaVík, Vlak voor dit schilderachtige havenplaatsje ziet u richting kust oude droogrekken, waar vroeger de stokvis aan hing te drogen. De plaats ligt aan de Skjálfandafljót en dankt zijn naam (Baai van huizen) aan huizen, die door de Zweedse Viking Gardar Svavarsson gebouwd zijn. Hij onderzocht IJsland in de 9e eeuw, nog voor de kolonisatie begon en verbleef gedurende een winter in HúsaVík. De stad kreeg in 1950 stadsrechten en het aantal inwoners is sindsdien verdubbeld tot het huidige aantal van ruim 2500. Tegenwoordig is het niet alleen het commerciële centrum voor het grote agrarische gebied rond de stad, maar tevens een drukke vissersplaats (vooral veel garnalenvangst) en exporthaven. In de haven liggen een paar grote en heel veel kleine bootjes, sommige daarvan (zoals de Neptune) zijn zo klein, dat er nauwelijks plaats lijkt te zijn om één persoon te herbergen. Ieder jaar komen er steeds meer toeristen de stad bezoeken, omdat het zeer gunstig gelegen is wanneer men de vele natuurwonderen in de omgeving wil bezoeken. Het plaatsje is o.a. bekend door de midzomernachtzon en de skimogelijkheden in de winter op de HúsaVíkurfjall. Deze berg ligt boven de stad en is met een auto tot aan de top te berijden (4 km vanaf de afslag). Er kan van een mooi uitzicht genoten worden. Het hete water uit de bronnen van Hveravellir in Reykjahverfi zorgt voor de verwarming van de huizen in HúsaVík. De kerk uit 1907 is een ongebruikelijk gebouw dat bij een bezoek beslist niet vergeten mag worden. Hij staat aan de Gardarsbraut (tegenover de souvenirwinkel) en is in een crème-roze kleur geschilderd met roodbruine balken; het dak is groen, waardoor het geheel een zeer bijzondere indruk maakt. Het plaatselijke museum heeft een natuurhistorische afdeling, waar u een van de grootste ijsberen kunt zien die ooit op IJsland gevangen is. Verder is er een visafslag, te herkennen aan het opschrift Fiskidjusamlag HusaVíkur, een hotel, een (banket-)bakker, een supermarkt, een openluchtzwembad en een camping. Lundey, Een paar kilometer verder kunt u dit papegaai-eiland zien liggen. Het eiland is uiteraard voorzien van een vuurtoren (Hédinshöfdi) en bestaat uit een rechthoekige rots die 41 m uit zee oprijst. Tjörnestá, Het noordelijkste punt van het schiereiland Tjörnes. Mánárbakki, Een boerderij, een museum en een weerstation. Sinds 1984 wordt hier onderzoek gedaan naar het noorderlicht. Het wordt door de Japanse overheid gefinancierd. Ook veel Japanse wetenschappers zijn al vele jaren dit noorderlicht aan het bestuderen, in samenwerking met de Universiteit van Reykjavík. Vanaf hier tot het 14 km verder gelegen Hringsjá zijn er veel plaatsen waar u de koddige papegaaiduikers kunt besluipen om zo uitstekende foto’s te maken. Hierna rijdt u verder totdat de [861] afslaat naar het zuiden. Jökulsárgljúfur, Nationaal park, genoemd naar de aanwezige canyon. Het resterende deel van deze route met zijn bezienswaardigheden ligt geheel in dit park. Ten oosten van de weg loopt een van IJslands machtigste gletsjerrivieren, de Jökulsá á Fjöllum. Ásbyrgi, Europa’s grootste canyon met spectaculaire kliffen. Aan beide kanten zijn twee 90 m hoge rotswanden in de vorm van een paar-denhoef, die volgens een IJslandse saga de afdruk zou zijn van Sleipnir, het gevleugelde, 8-voetige paard van Odin voor hij ten hemel vloog. Ook in het midden is een hoge rotswand, waardoor het geheel vanuit de lucht een U-vorm heeft. Door de beschutte ligging is er een vruchtbare en weelderige vegetatie. De canyon is ontstaan tijdens catastrofale overstromingen van de rivier Jökulsá. Na deze oase moet u weer terugrijden naar de [85], daar aangekomen linksaf, even over de [85] rijden en via de [862] en [F862] weer naar het zuiden. Hljódaklettar, Een labyrint van rotspunten en rotsformaties. Een van deze basaltrotsen is de echorots Studlaberg. Door de mystieke akoestiek van deze basaltkolos draagt de menselijke stem veel verder dan wanneer u rechtstreeks tot elkaar spreekt. De oude kraterpijpen staan trots overeind, alsof zij dit Vesturdalur Nationale Park moeten bewaken. Er ligt een mooie camping. 1 km ten zuiden bevinden zich Karl og Kerling, twee eenzame rotspunten op een zandbank in de Jökulsá. Ten noorden ligt op 2 uur lopen de berg Raudhólar, Dit ‘rode heuveltje’ is een pseudokrater met een schitterende rode, gele en groene kleurenpracht. Hij is vanaf Hljódaklettar via een wandelpad in noordelijke richting te benaderen. De wandeling vanaf de parkeerplaats bij Hljódaklettar kost ongeveer 2 uur (heen en terug). Hólmatungur, 1 km vanaf de weg ligt een wandelgebied met heldere bronnen en de waterval Réttarfoss. Dettifoss, 3 km vanaf de weg ligt de grootste en krachtigste waterval van Europa. De bruine kleur geeft aan dat er enorme hoeveelheden gruis meegevoerd worden. Met een luid geraas stort het water zich in een 44 m diepe kloof, een indrukwekkend schouwspel. Per seconde dendert zo’n 200 ton water omlaag. Vanaf de parkeerplaats moet u eerst nog 15 minuten door een oude rivierbedding klauteren, voordat u de waterval kunt aanschouwen, waarna u nooit meer dezelfde zult zijn!. Stroomafwaarts ligt tussen twee kraters de 27 m hoge Hafragilsfoss. Wanneer u vanaf de Dettifoss 10 minuten stroomopwaarts wandelt komt u bij de prachtige Selfoss, Deze waterval bestaat uit een stuk of tien naast elkaar liggende kleinere watervallen. Veel minder imposant dan de Dettifoss, maar ik vind hem mooier. Ringweg, Wanneer u de [F862] naar het zuiden volgt, staat een spannende rit te wachten. De weg is in de grond verzonken en lijkt gemaakt door een bulldozer, die een 30 cm dikke laag heeft weggeschoven. Echt spectaculair wordt het wanneer in de verte een tegenligger opdoemt, die met de nodige moeite of na wat achteruit rijden gepasseerd kan worden. Ten slotte komt u op de ringweg, die u in westelijke richting volgt tot Námafjall, Op deze berg liggen de sulfaatvelden van Námaskard, die u later zult bezoeken. Iets verder op de weg heeft men een parkeerplek gemaakt waarvandaan u een schitterend uitzicht hebt over Reykjahlíd en het grootste deel van Myvatn. Bjarnarflag, Direct naast de weg zie je nog de overblijfselen van deze geothermische fabriek. Zij produceerde diatomiet (met 650.000 ton per jaar was dit een van de grootste ter wereld), dat werd gebruikt als vulmiddel voor papier, banden, plastic, tandpasta, verf en als filter voor bier, brandstof, olie en wijn. De grondstof bestond uit microscopisch kleine fossielen, die in een 15 m dikke laag op de bodem van Myvatn liggen. Om te voorkomen dat de bodem te veel werd aangetast is deze fabriek in 2005 ontmanteld. Ten zuiden van de ringweg ligt nu een tweede Blue Lagoon. Reykjahlíd, Het einde van deze prachtige rondrit.