Vanaf Myvatn: Leirhnjúkur – Krafla – Námaskard

Deze ‘Krafla-route’ is meestal niet voor 10 juli begaanbaar. De afstand bedraagt slechts 32 km, maar de (wandel-)tocht duurt zeker een halve dag, inclusief fotostops en wandelingen. Reykjahlíd, De route begint oostwaarts over de Námafjall, waar nogal wat thermische activiteit wordt ontplooid. Later op de dag wordt dit geothermisch veld bekeken. Neem afslag [863], Op deze weg komt u allereerst langs de Kraflacentrale, Een door stoom aangedreven elektriciteitscentrale (30 megawatt) uit 1974, een futuristisch gezicht door de vele bovengrondse pijpleidingen en stomende gaten. De centrale wekt elektrische energie op uit aardwarmte (geothermisch). Het is inmiddels een omstreden project, want de centrale wordt keer op keer bedreigd door lava, die uit de spleten van het Krafla-systeem stromen. Ook aardbevingen hebben het project geen goed gedaan. Víti (Hell), Een met blauwgroen water gevulde explosiekrater uit 1724. Daarna moet u weer 1 km terug naar de parkeerplaats en daar begint de wandeling door wat oudere lava op weg naar een wat kleiner sulfaatveld. Na 15 minuten lopen komt u in Leirhnjúkur, Een prachtig gekleurd veld, met blubberende modderpotten en sissende sulfataren. Let op dat u bij regen niet uitglijdt, want redding door toevallig aanwezige omstanders is vrijwel onmogelijk! Krafla, Een 818 m hoge vulkaan, waar u in de omgeving over de nog hete lava kunt lopen van de laatste Krafla-uitbarsting, die in september 1984 plaatsvond. Omringd door stoom waant u zich ten tijde van deze eruptie, alleen is het nu een stuk veiliger! De nog hete lavavelden in dit gebied zijn afkomstig uit een 40 km lange spleetvulkaan, die sinds 1975 weer actief is geworden en al vele malen lava over het land heeft laten stromen. Wanneer u over de warme lava loopt, vooral als het net geregend heeft en overal de waterdamp uit de grond komt, is dat een zeer vreemde, bijna angstaanjagende gewaarwording. Het Krafla-gebied is nog steeds zeer actief en het op een na jongste vulkanische gebied van het land. Ten westen ligt Leirhnjúkur, ten zuidoosten Hrafntinnuhryggur en ten noorden Gjástykki, een vulkanisch actief gebied met schitterende (rode) lavacontrasten. De lavaformaties zijn tussen 1981 en 1984 ontstaan tijdens erupties. Nadat u bij de plek komt waar de lava enige gras- en sneeuwvelden heeft doorkruist, komt u uiteindelijk weer terug op het parkeerterrein. Námaskard, Ten slotte rijdt u terug naar de ringweg om deze iets westelijker weer naar het zuiden te verlaten voor een bezoek aan dit geothermische gebied, dat net als Leirhnjúkur op de bergrug van de Námafjall ligt. In dit gebied liggen sulfaatterrassen, dampende zwavelbronnen, stoompotten en kokende modderpoelen. Overal pruttelt en sist het onder uw voeten. Ineens hoort u een korte plof en klodders grijze modder spatten alle kanten op. De aardkorst is zeer dun; er doorheen zakken zou een zoveelstegraads verbranding betekenen. Blijf dus op de houten vlonders, die rond deze modderpotten zijn aangelegd. De stoom stijgt op uit vele pruttelende en borrelende modderbaden en heetwaterbronnen. Uit kleine gaatjes puffen rookwolkjes door het geelgekleurde zwavel, waardoor er een naar zwavel geurend grijs rookgordijn hangt. De meest recente uitbarsting in deze omgeving vond in september 1984 plaats bij de vulkaan Krafla. De toen uitgestoten lava is nog steeds warm! Gemiddeld vindt in dit gebied elke 5 tot 10 jaar een vulkaanuitbarsting plaats. Námafjall, Deze 432 m hoge en door solfatare-activiteit lichtgekleurde bergkam, die in 25 minuten beklommen kan worden, geeft een goed uitzicht over het geothermische gebied. Bij deze klim dient u er rekening mee te houden dat bij regen de terugweg door de kleiachtige grond vrijwel onmogelijk is geworden! De officiële naam van dit gebied is overigens Hverarönd. Reykjahlíd, Vervolgens rijdt u weer terug naar het ‘basiskamp’.