Wandeltochten

Reykjanes Veel oude routes liggen in dit gebied, zoals Prestastígur van Höfn naar GrindaVík, Skipsstígur van NjardVík naar GrindaVík en Skófellavegur van Vogur naar GrindaVík. Reykjavegur Dit is een wandelroute door het midden van Reykjanesskagi vanaf de vuurtoren bij Reykjanestá tot het zuiden van Thingvellir. De route is ongeveer 130 km lang en het wordt aangeraden deze in 7 dagen te lopen. 1., Reykjanestá vuurtoren – Blue Lagoon 19 km 2., Blue Lagoon - Leirdalur 13 km 3., Leirdalur - Djúpavatn 14 km 4., Djúpavatn - Kaldársel 18 km 5., Kaldársel- Bláfjöll 16 km 6., Bláfjöll - Hamragil 20 km 7., Hamragil - Nesjavellir 14 km Reykjavegur is een prachtige wandelroute: het landschap is zeer wisselend, u ziet de resten van vulkanische activiteit, loopt langs grote scheuren in de grond en geothermische gebieden. Gardskagi – Sandgerdi Een van de mooiste kustroutes loopt van Gardskagi naar Sandgerdi. Vooral in de lente en herfst is het een komen en gaan van trekvogels. Ook zijn er vaak zeehonden te zien. Deze korte tocht is 5 km lang. Hafnaberg Dit is een van de grotere vogelrotsen in Zuidwest-IJsland. Vandaar dat de vroege zomer de beste tijd is om deze wandeling te maken. De goed aangegeven route begint bij de hoofdweg. Húshólmi in Ögmundarhraun Ögmundarhraun is een van de jongere lavavelden in dit gebied, waarschijnlijk uit het begin van de 11e eeuw. De lava stroomde vanaf het oosten, langs Núpshlídarháls, en kwam vervolgens in zee uit tussen KrísuVíkurberg and Selatangi. Ten oosten van Húshólmur (vlak bij de zee) kunt u nog zien dat de lava over een gebied met boerderijen moet hebben gestroomd. Iets westelijker ligt Óbrennishólm, een lavaloos ’eiland’ midden in het veld. De wandelroute begint bij de weg ten zuiden van Maelifell en via Ögmundarhraun naar zee en daarna in westelijke richting naar Húshólm. Neem de tijd, vooral om de oude boerderijstructuren te bekijken. Skaftafell nationale park De genoemde tijden zijn vanaf de camping, inclusief de tijd om weer op de camping terug te komen. Neem bij deze wandeltochten een handdoek mee, want vaak moet door stroompjes en kleine rivieren gelopen worden om de overkant te bereiken. Lambhagi Wandelduur: 30 minuten. Zoals de naam, lammerweide, al doet vermoeden, werden hier de lammeren uitgezet om te grazen zodra zij niet meer gespeend hoefden te worden. Hierdoor konden de moederschapen gemolken worden. Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog plantten de bewoners van de boerderij Bölti hier espenbomen en pijnbomen, die nu in het gehele gebied te vinden zijn. Sommige van deze bomen kunnen inmiddels tot de hoogste bomen van IJsland worden gerekend. Svartifoss Wandelduur: 1 à 1,5 uur. De ongebruikelijke basaltkolommen van deze ‘zwarte waterval’ werden gevormd tijdens de geleidelijke afkoeling van een laag gesmolten lava. Het water heeft zich sindsdien een weg door de lavakorst gebaand, waardoor deze unieke omgeving van de waterval werd gecreëerd. Hundafoss Wandelduur: 1 uur. Wanneer reizigers naar de boerderijen reden, staken ze de rivier meestal over bij de rand van de waterval. Wanneer het water hoog stond, werden honden regelmatig over de rand gespoeld, vandaar dat de waterval al snel de naam ‘waterval der honden’ kreeg. Er zijn nog enige andere stroomversnellingen in deze kloof het bekijken waard. Sel Wandelduur: 2 uur. In de eerste helft van de 19e eeuw werd hier een boerderij gebouwd. Voor die tijd waren in dit gebied schapen uitgezet, die er al vele eeuwen graasden. De huidige boerenwoning dateert uit 1920 en werd in 1946 verlaten. Ze staat tegenwoordig onder beheer van het Nationale Museum, net zoals de schuren die onderaan de weg staan. Sjón(ar)sker Wandelduur: 1,5 uur. Uitzonderlijk mooi uitzichtpunt, reden waarom er een omgevingswijzer geplaatst is. Er is een uitstekend zicht op de heidevelden in zowel het oosten als het westen, evenals op de prachtige bergen, de uitgestrekte spoelzandvlaktes en de oceaan. Skaftafellsjökull Wandelduur: 1 à 1,5 uur. Deze gletsjer is een valleigletsjer, die ten oosten van de landtong Skaftafellstunga naar beneden glijdt. De gletsjer wordt in het oosten begrensd door de berg Hafrafell, waarvan de hobbelige en vol gletsjerlittekens zittende bergrug de twee ijsmassa’s van de Skaftafellsjökull en de Svínafellsjökull scheidt. Tot 1940 omsloten deze twee gletsjertongen de Hafrafell volledig. Kristínartindur Wandelduur: 5,5 à 6,5 uur. Deze berg heeft twee toppen, die 979 en 1125 m hoog zijn en hoog boven Skaftafellsheidi uittorenen. De meeste mensen beklimmen de hoogste van de twee. De klim kan beginnen vanaf de kloof tussen beide toppen, wanneer men uit zuidelijke richting komt, of vanaf Gláma in het oosten. Baejarstadarskógur Wandelduur: 5,5 à 6,5 uur. Dit is het berkenbos met de hoogste berken op IJsland, zij het dat het slechts een klein gebied beslaat. Lijsterbessen vindt u op meerdere plaatsen in het bos, terwijl de grond enorm weelderig begroeid is. Er wordt gezegd dat boerderij Jökulfell, waarover in landelijke registers wordt gesproken, in de 14e eeuw op deze plaats stond. Morsárjökull / Morsárdalur Wandelduur: 6 à 7 uur. Deze tocht voert door de vallei Morsárdalur, waar het mooie berkenbos Baejarstadarskógur gelegen is. De Morsárjökull valt langs diepe kliffen naar beneden, en zelfs van een aanzienlijke afstand kunt u vaak het rommelen en kraken horen van het ijs, dat zich over het loodrechte rotsopper-vlak stort. Kjós Wandelduur: 10 à 12 uur. In de vallei van het Kjós-gebied kunt u genieten van de magnifieke kleuren, die de berghellingen hier hebben. De hoogste berg bereikt bijna de 1000 m. Aan de noordgrens van Kjós ligt de piek Thumall, wat ‘duim’ betekent. Skagafjördur Molduxi Een 683 m hoog plateau, ten zuidwesten van Saudárkrókur. Vanaf de top kan de hele Skagafjördur overzien worden. De wandelroute naar deze top is erg gemakkelijk en duurt een paar uur bij een rustige snelheid. Tindastóll Deze naam is een synoniem van Saudárkrókur. (Deze naam wordt bijvoorbeeld door de sportclub gebruikt.) De klim is wat hoger dan die naar de Molduxi, namelijk tot 976 m, dus ideaal voor die klimmers die erg gesteld zijn op frisse lucht. Het gebied ligt ten noorden van Saudárkrókur. Maelifell Deze route is bestemd voor de wat serieuzere wandelaar. De 1138 m hoge berg ligt diep in de fjord en is een van de mooiste van het district. Bereikbaar via de [751] ten zuiden van Varmahlíd. Bij mooi weer is het uitzicht vanaf de Maelifell onbeschrijfelijk mooi, u kunt zowel de binnenlanden als de gehele Skagafjördur overzien. Er wordt gezegd dat de top van deze berg gezien kan worden vanaf plaatsen die 10 districten ver verwijderd zijn. De klim is niet moeilijk en u kunt onderweg genieten van de vele uitzichten. Tröllaskagi Aan de oostkant van de fjord. Deze wandelroutes zijn veel langer en inspannender en worden daarom alleen aanbevolen aan de meer ervaren en fitte wandelaars. Ábaejarkirkja In de oostelijke vallei (Austurdalur) ligt deze beroemde kerk op enige afstand van de weg. In het verleden werd de boerderij Ábaer in verband gebracht met de geest Ábaejarskotta, maar zoals met de meeste spookverhalen op IJsland, verdween het spook met de introductie van elektriciteit. Niemand woont hier nog, maar er wordt op de eerste zondag in augustus nog steeds één kerkdienst gehouden. De gemeente bestaat slechts uit één lid. Het paadje naar de kerk voert van de kloof van Merkigil af. Deze kloof, waardoor de rivier Jökulsá stroomt, scheidt de twee boerderijen van Merkigil en Gilsbakki. Een aantal kabelbanen verbond vroeger de beide kanten van het ravijn. Een van deze banen werkt tegenwoordig nog steeds. Siglufjördur In en rond deze stad is een aantal grandioze wandel- en trektochten uitgezet, zoals de populaire wandeling over de passen van Hólsskard en Hestsskard naar de prachtige, verlaten fjord van Hédinsfjördur. Vanaf de bergpas over Siglufjardarskard hebt u naar alle richtingen ongelooflijke uitzichten. Dalaleid ligt aan de westkant van Siglufjördur en u kunt de ruïne van Dalabaer en de verlaten boerderij van Máná in Úlfsdalur zien liggen. Voor hen die kortere wandelingen prefereren is er een route naar het bekken van de Hvanneyrarskál net boven de stad, of een andere route die iets verder begint, bij Kambalága aan de westkant van Siglufjördur en die loopt naar de oude haringfabriek, die werd verwoest door de fatale lawine in 1919. Hiervandaan is het mogelijk om naar de punt van Siglunes te lopen. Een uitgebreide beschrijving staat op een plattegrond, die bij de meeste servicestations is af te halen.