Catania

Catania
Chiostro Gesuit in Catania, ©Triquetra

Catania (340.000 inwoners) is de provinciehoofdstad. Het vliegveld Fontanarossa ligt 5 km ten zuiden. In augustus vindt het Sant’Agatafestival plaats. Catania is, na Palermo, de grootste stad van Sicilië; het heeft een aartsbisschop en een universiteit, de oudste van Sicilië. Er zijn veel barokkerken en paleizen, ook monumenten uit de oudheid. De stad ligt midden in de Piana di Catania, de vruchtbare vlakte ten Zuiden van de Etna. Het is een industrie- en havenstad, de tweede van Sicilië.

De twee voornaamste verkeersassen sinds de 18e eeuw zijn de Via Etnea (Noord-Zuid) en de Via Vittorio Emanuele (Oost-West). Op de kruising ligt het Piazza del Duomo. Ten zuidwesten hiervan liet Frederik II een kasteel bouwen.

Bezienswaardigheden

Piazza del Duomo, het centrale plein, kreeg zijn huidige aanzien omstreeks 1700, met de Porta Uzeda, de kathedraal, de Badia S.Agata, de Olifantsfontein en het Palazzo del Municipio, allemaal werken van Vaccarini.

De kathedraal Sant’Agata staat op de plaats, waar deze heilige in 251 werd gedood en waar eerder een klooster stond. Tussen 1086 en 1090, na de verovering door de Noorman Roger I, begon het werk aan de kathedraal, deels met antieke bouwstenen. Na de grote aardbeving van 1693 was complete herbouw nodig. Het  oostelijke deel, transept en 3 apsiden, is nog origineel 11e-eeuws. In 1736 maakte Vaccarini een nieuwe façade; het schip is van Palazzotto. In de façade zijn 6 zuilen uit de verwoeste Normandische kerk gebruikt; deze waren deels van antieke herkomst. Het indrukwekkende interieur heeft een grote koepel. Bij de tweede zuil rechts is de tombe van de operacomponist Vincenzo Bellini (1801-1835), die in Catania was geboren. Van het rechter transept leidt het portaal, door Giovanni B.Mazzolo (1545), naar de Normandische Cappella della Madonna, met 2 sarcofagen, waarin Aragonese koningen en koningin Constanza (†1363) rusten. In de Cappella di Sant’Agata, achter een ijzeren hek, is de marmertriptiek van Antonello Freri (16e eeuw). De rijk versierde koorbanken uit 1588 beelden het leven van S.Agata uit. In het koor zijn meer tomben van Aragonese koningen. In de sacristie is de eruptie van de Etna van 1669 uitgebeeld op een fresco van G.Platania (1679).

De Badia Sant’Agata, tegenover de noordelijke gevel van de kathedraal, is het voornaamste werk van Vaccarini (1735-1767). Het massieve gebouw met een hoge achthoekige koepel heeft een fraaie façade met concaaf middenstuk. Binnen zijn rococo koorbanken.

Teatro Bellini, ten Nnoordoosten van de Dom, is één van de mooiste operagebouwen van Italië, in neo-renaissancestijl (1890).

De Olifantsfontein (Fontana dell’Elefante) werd door Vaccarini ontworpen in 1736, geïnspireerd op Bernini’s Olifantsobelisk in Rome: een antieke olifant uit zwarte lava draagt een kleine Egyptische obelisk. De Porta Uzeda (1696) scheidt de Via Etnea van het havengebied. Achter de poort, langs de Via Dusmet, staan het Aartsbisschoppelijk paleis en het Palazzo Biscari met rijkbewerkte raamkozijnen.

Over de Via Dusmet Westwaarts komt men bij het Castello Ursino, gebouwd in 1239 door Riccardo da Lentini uit lava voor Frederik II van Hohenstaufen. Het is een vierkant gebouw om een binnenplaats met hoektorens en kleine muurtorens. Bij de ingang aan de noordzijde ziet men het reliëf van een adelaar, die een haas pakt, uit de stichtingstijd. Het kasteel stond vlak bij de haven, maar een lavastroom drong in 1669 de kust naar het oosten weg. In het kasteel is het Museo Civico met vondsten uit de stad en omgeving: Hellenistische en Romeinse beelden, een Attische kop (5e eeuw v.C.), een Hellenistisch reliëf van Polyphemos, porselein, mozaïeken, wapens en voorts beelden en schilderijen tot de 20e eeuw.

Ten noorden van het kasteel ligt Piazza Mazzini met een geheel 18e-eeuwse gevelwand met arcaden, waarvoor 32 antieke zuilen zijn gebruikt. Naar het westen bereikt men de Porta Garibaldi, in 1768 gebouwd als Porta Ferdinandea ter ere van koning Ferdinand IV en zijn gemalin Maria Carolina, dochter van keizerin Maria Theresia van Oostenrijk. Het gebouw heeft horizontale lagen witte kalksteen en zwarte lava.

Ten noorden van Piazza Mazzini, op de helling van de antieke akropolis, ligt het Teatro Romano uit de 2e eeuw v.C., op een ouder Grieks gebouw. De diameter is 100 m, de banken zijn van lava, bedekt met marmer. Hieraan grenst het Odeon, een klein theater, geheel uit lava gebouwd. Op de hoek van de Via Vittorio Emanuele en Via Crocifero staat het geboortehuis van Vincenzo Bellini, nu als museum ingericht, met herinneringen aan de componist, o.a. zijn vleugel. De San Francescokerk heeft een imposant barokfront. De San Giuliano, ook aan de Via Crocifero, een werk van Vaccarini uit 1739, heeft een convexe façade en een hoge koepel.

Links door de Via Gesuiti wordt Piazza Dante bereikt. Hier, op de plaats van de Griekse akropolis, begonnen de Benedictijnen in 1702 met de bouw van de San Niccolò met klooster, maar het is nooit voltooid. Van de enorme koepel heeft men een prachtig uitzicht tot de Etna. Het voormalige klooster naast de kerk heeft een mooie façade en twee elegante binnenplaatsen. Ten N van het Domplein wordt de Via Etnea onderbroken door het Piazza dell’Università met Vaccarini’s Universiteitsgebouw en het Palazzo San Giuliano (1745).

Volgt men de Via Etnea in N richting tot de Piazza Aesicoro, dan ziet men links de resten van het Anfiteatro Romano. Verder N-waarts, links van de kruising met de Via Regina Margherita, staat de Villa Bellini in het uitgestrekte stadspark met heuvels, vanwaar men een mooi gezicht op Catania heeft. Museo Civico open: ma.-vr. 8.30-13 en 15-18 uur.

Romeins theater open: 9-18 u.,ingang Via Vittorio Emanuele.

Geschiedenis

De stad Katane werd gesticht door de Ionische Grieken in 729 v.C., bij een Siculische nederzetting. Deze Grieken kwamen niet direct uit Chalkis, maar uit Naxos, dat eerder door hen was gesticht. In de 5e eeuw v.C. lijfde Hiëro van Syracuse Katane in. In 425 v.C. verwoestte een lavastroom de stad. In 415 v.C. gebruikten de Atheners haar als uitvalsbasis tegen Syracuse. Na de nederlaag van Athene voerde Dionysios I de inwoners van Katane als slaven weg en verving ze door veteranen uit zijn leger. Toch bloeide Katane daarna weer op, dankzij de landbouw op de vlakte. In 263 v.C. werd de stad Romeins. Een zware aardbeving in 1169, nieuwe bloei onder Aragon toen de universiteit werd gesticht, een pestepidemie in 1576, een lavastroom in 1669 en de enorme aardbeving van 1693 waren de ingrijpendste gebeurtenissen in de historie van Catania. In de 18e eeuw vond een grote reconstructie plaats, vooral door de bouwmeester G.B.Vaccarini, die o.a. de Sant’Agatafaçade, de San Giuliano en het universiteitsgebouw maakte. De stadsplattegrond werd rechthoekig met ruime pleinen. Veelal werd donkere lava gebruikt als bouwmateriaal, wat een ietwat sombere aanblik biedt. Toch staat terecht op de triomfboog uit 1768 in de W stad de spreuk ‘Melior de cenere surgo’ (ik rijs beter uit de as op).

Omgeving

Trecastagni, 14 km ten noorden is mooi gelegen op de zuidhelling van de Etna op 600 m hoogte. Van de belvedère heeft men een fraai uitzicht tot de Etna en over zee. In de Chiesa Madre is een beeld van Ga gini.