De Punische Oorlogen en de Romeinse Overheersing

De Romeinen, die Zuid-Italië hadden onderworpen, richtten hun oog nu op Sicilië. De eerste stap tot verovering werd gezet met een verbond met Hiëro van Syracuse. Vervolgens nestelden ze zich in Messina, toen die stad, die gedomineerd werd door Campanische kooplieden, verlost wilde worden van het Carthaagse garnizoen. Messina werd bondgenoot van Rome (265 v.C.). De Eerste Punische Oorlog (264-241 v.C.) tussen Rome en Carthago had de politieke en militaire heerschappij over de westelijke Middellandse Zee tot inzet. De beslissende zeeslag bij de Egadische eilanden in 241 leidde tot de ontruiming van Sicilië door Carthago. Sicilië werd de eerste Romeinse provincie in 227 v.C. Alleen Syracuse onder Hiëro bleef als Romeins protectoraat min of meer zelfstandig.

De Tweede Punische Oorlog (218-201 v.C.), waarin de geniale Carthaagse veldheer Hannibal via Spanje en de Alpen Italië binnentrok en de Romeinen enige malen versloeg, leidde op grote schaal tot rebellie van de bondgenoten tegen Rome. Ondanks nieuwe oorlogsmachines, uitgevonden door Archimedes, werd Syracuse in 212 door Claudius Marcellus verslagen na een lang beleg; Akragas werd verwoest.

Sicilië werd nu in twee provincies verdeeld, elk onder een praetor en twee quaestores. Het eiland werd door de Romeinen geëxploiteerd (provincie, lett.: wingewest), speciaal om graan aan Rome te leveren. Op de grote landgoederen, de latifundia, onder Romeinse eigenaren, werden Aziatische slaven te werk gesteld, gekocht op de markt van Delos. Het Griekse bestuur werd vervangen door het Romeinse. Veel land werd ook toegewezen aan veteranen uit de oorlogen. Politiek werd Sicilië een randgebied en cultureel en economisch trad verval in. Het werd later een ‘regio suburbicaria’, waarvan het gouverneurschap één van de hoogst gewaardeerde functies in het rijk werd. De Romeinse aristocratie, die de latifundia beheerde, bouwde prachtige villa’s vol kunstschatten.


Syracuse in de Tweede Punische Oorlog

Terwijl Hannibal bijna geheel Italië had veroverd, maar geen steun meer kreeg uit Carthago, gaven de Romeinen aan hun veldheer Marcellus opdracht, Sy racuse te veroveren (214 v.C.). Die stad bood taaie tegenstand, met behulp van nieuwe wapens, ontwikkeld door de geniale Archimedes. Zo stak men door middel van enorme brandspiegels Romeinse schepen van de wal af in brand. Pas in het derde belegeringsjaar viel Syracuse door verraad en werd geplunderd. Bekend is het verhaal van Archimedes, die in zijn tuin geometrische figuren in het zand had getekend, toen een Romeinse soldaat verscheen. ‘Verstoor mijn cirkels niet!’ riep de geleerde, maar de soldaat, die niet besefte, wie die zonderlinge figuur was, doorboorde hem met zijn zwaard. Syracuse’s glorietijd was voorgoed voorbij.