De Spaanse overheersing

De landadel vormde de grootste macht; Sicilië werd economisch verwaarloosd. Sinds 1503 regeerde er een Spaanse onderkoning. De verdrijving van de Joden (1514) en de Inquisitie betekende het einde van de godsdienstige tolerantie. Door de ontdekkingsreizen, vooral naar Amerika, werd het zwaartepunt van de handel verplaatst naar Lissabon en Cadiz en werd Sicilië van steeds minder belang. Hogere graanprijzen in de 17e eeuw leidden wel tot verhoogde export en verrijking van de grondbezitters; de arbeiders echter werden door machtsmisbruik en zware belastingen steeds armer. Opstanden in de steden werden hardhandig onderdrukt.