De Twintigste Eeuw

De Bourbons hadden Sicilië uitgebuit en de bodem verwaarloosd en ontbost. Na de Italiaanse eenwording en de stichting van het koninkrijk Italië in 1861 werd de economische toestand niet beter. Tussen 1871 en 1914 emigreerden meer dan een miljoen Sicilianen naar Noord en Zuid Amerika, Noord Europa en naar de industriesteden van Noord-Italië. De Eerste Wereldoorlog kostte, door de strijd tegen Oostenrijk, veel levens. In de jaren ’20 kostte het de nieuwe fascistische partij van Mussolini weinig moeite om, met haar propaganda en beloften voor meer werk, succes te hebben. Mussolini trad hard op tegen de mafia, maar ook hij kon deze niet uitroeien. In 1931 was nog 41% van de bevolking van het eiland analfabeet.

In de Tweede Wereldoorlog vochten de Italianen samen met Duitsland, o.a. aan het Oostfront en later, na de geallieerde invasies van 1943, voor een deel tegen de Duitsers. Door geallieerde bombardementen en Duitse terreur vonden veel Italianen de dood en werden tal van steden zwaar beschadigd.

In januari 1943, na de verovering van Noord-Afrika, besloten de geallieerden bij de conferentie van Casablanca tot een invasie in Italië, vooral op aandringen van Churchill, die het als afleiding en voorbereiding voor een latere invasie in Noord-Frankrijk zag. Op 10 juli 1943 begon de landing van het 8e Britse leger onder Montgomery en het 7e Amerikaanse legerkorps onder Patton. De Britten landden ten zuiden van Siracusa, de Amerikanen op de zuidkust bij Gela. Op 22 juli werd Palermo veroverd. De Duitse maarschalk Kesselring verdedigde een bruggenhoofd bij Messina om veel troepen en materiaal naar het vasteland te kunnen evacueren. Op 3 september begon de geallieerde oversteek naar Calabrië. Vooral aan de Duitse linie bij het klooster van Montecassino werd fel en langdurig gestreden. Intussen brak er revolutie uit, waarbij Mussolini gevangen gezet werd in de Abruzzen. De nieuwe regering verklaarde Duitsland de oorlog, waarna het hele midden en noorden van Italië door de Duitsers werd bezet en de bevolking zwaar werd geteisterd.

Na afloop van de oorlog werd na een volksstemming de republiek uitgeroepen. Bij de nieuwe grondwet van 1946 kregen diverse regio’s, waaronder Sicilië, een statuut, waarbij men een eigen parlament kon kiezen en een ruime mate van autonomie verkreeg. Toch was dit niet voldoende om de economische malaise van Zuid-Italië op te heffen. In 1950 stichtte de Italiaanse regering, met geldelijke steun van het Amerikaanse Marshallplan, een fonds, de Cassa per il Mezzogiorno. Uit dit fonds werd geld beschikbaar gesteld voor modernisering van de landbouw, voor bevloeiing door stuwdammen, voor onderwijs, ziekenzorg en bevordering van verkeerswegen en toeristische voorzieningen, later ook voor industriële projecten. Voor Sicilië was de vondst van aardolie bij Ragusa en Gela daarbij een welkome factor.

Er is al veel verbeterd, in latere tijd ook met steun van Europese fondsen. Toch verdwijnt er nog veel geld in verkeerde zakken, namelijk in die van de mafia. Ook is het landschapsschoon soms aangetast door petrochemische fabrieken en door lelijke hotel- en huizenblokken. Malafide bouwondernemers bouwden soms in natuurgebieden of op gevaarlijke hellingen. Eindelijk werd in 1985 een wet op Landschapsbescherming aangenomen.

Voor de welvaart van Sicilië zal de nu begonnen bouw van een brug naar het vasteland, die in 2010 klaar moet zijn, perspectieven openen. Ondanks alle problemen bestaat er in recente tijd weer hoop voor herstel van het mooie eiland uit de achterstand van weleer. De bloei van het toerisme draagt daaraan wezenlijk bij.