Garibaldi en de Italiaanse Eenheid

De Bourbons waren met geweld teruggekomen, maar toch braken er weer opstanden uit in 1854 en 1856. Bij het uitbreken van de Frans-Oostenrijkse oorlog in 1859 organiseerden Siciliaanse comité’s weer een opstand, die op 4 april 1860 uitbrak in Palermo en geleid werd door Francesco Riso. In eerste instantie werd deze opstand door het leger neergeslagen, maar toen het nieuws de ‘condottiere’ Giuseppe Garibaldi bereikte op Sardinië, besloot hij, met zijn legertje van de ‘Mille’ (duizend man) naar Sicilië te komen. De landing vond plaats bij Marsala op 11 mei; 14 mei werd Garibaldi uitgeroepen tot ‘dictator’ van Sicilië te Salemi, in naam van koning Vittorio Emmanuele van Savoye. Samen met de ‘picciotti’, gewapend met spaden en hooivorken, werden de Bourbons verslagen bij Calatafimi op 15 mei. Palermo viel op 27 mei en het Bourbonse leger trok zich terug op Messina. Met de verovering van Milazzo op 20 juli was de bevrijding van Sicilië voltooid. Garibaldi’s revolutie stelde echter de boeren teleur. Die wilden zich meester maken van de grond van de edelen, maar minister Cavour van Savoye wist dit te verijdelen. Bij referendum van oktober 1861 werd beslist, dat Sicilië geannexeerd werd bij Piedmont als deel van de nieuwe Italiaanse eenheidsstaat.

Het enthousiasme en de hoop van vroegere jaren sloeg om in ontevredenheid: een nieuwe bureaucratie verving de oude en het feodale en kerkelijke grootgrondbezit bleef bestaan. Volgens Tommaso di Lampedusa in zijn beroemde boek ‘Il Gattopardo’ (De Tijgerkat) was ‘alles veranderd om niets te laten veranderen’. Steeds meer democraten zagen onafhankelijkheid van Rome als doel, maar deze beweging bleef steken in vage theorieën. Inmiddels werd de tegenstelling tussen Noord- en Zuid-Italië steeds groter. De achterlijke landbouw kon de noordelijke markten moeilijk bereiken. Industrie beperkte zich tot de verwerking van wijn, meestal voor Britse eigenaren, en zwavelwinning. Het algemene ongenoegen uitte zich in struikroverij, de opkomst van de Mafia en een opstand in Palermo in 1866, die door soldaten van de regering van Francesco Crispi werd onderdrukt. De genadeslag voor de economie was de phylloxera of wijnpest en de concurrentie van goedkope zwavel uit Amerika. Tenslotte hadden de arbeiders geen andere keus meer dan emigratie naar Amerika: tussen 1871 en 1914 verlieten meer dan een miljoen Sicilianen hun eiland voorgoed.

Giuseppe Garibaldi (1807-1882)

Aan het hoofd van een kleine vrijschare, de beroemde ‘Mille’, begon Garibaldi de expeditie, die in de loop van een half jaar tot de eenwording van Italië zou leiden. Op Sicilië was een oproer uitgebroken, koning ‘Bomba’ was gestorven, maar het despotische Bourbonse regime werd voortgezet door zijn zoon Francesco II. De leiders van de oppositie deden een beroep op Garibaldi, dat hij niet kon weerstaan. Hij verzamelde zijn getrouwen, zorgde voor een paar schepen en rustte zijn mannen zo goed mogelijk uit, met de uniformen die hij krijgen kon, met oude roestige geweren en een paar kanonnen. Op 5 mei 1860 verlieten de kleine schepen de haven van Genua. Het grote avontuur was begonnen.

Garibaldi bestormde Palermo en nam Messina in. Heel Sicilië viel hem in enkele maanden in handen. Hij vaardigde een proclamatie uit, waarin werd verklaard, dat Victor Emanuel nu koning van Sicilië zou zijn en hij zelf dictator. Bovendien verklaarde hij, dat hij via de Straat van Messina de sprong zou wagen naar het vasteland, Napels veroveren en dan naar Rome trekken. Daar, op het Capitool, zou hij Victor Emanuel uitroepen tot koning over heel Italië. Garibaldi heeft Italië de grootste dienst bewezen, door de Italianen zelfvertrouwen te geven en te tonen, dat zij kunnen strijden om een eigen vaderland te veroveren.