Liparische of Eolische Eilanden

Liparische eilanden
Liparische eilanden, ©Hein56didden

Deze archipel is van Milazzo, Messina en Napels per boot bereikbaar. De eilanden hebben veel vulkanische verschijnselen, zoals de nog actieve vulkaan Stromboli, verder dode vulkanen, zwavelbronnen en fumarolen. Op de hele eilandengroep wonen 15.000 mensen.

Mythe en geschiedenis

Volgens de Griekse en Romeinse mythologie waren deze eilanden het domein van Aiolos (lat. Aeolus), de god van de wind, zoon van Hippolytes. Homeros verhaalt in de Odysseia, hoe Odysseus een maand gastvrijheid genoot bij Aiolos. Zijn mannen openden echter de zak, waarin de winden door Aiolos waren opgesloten, waarna stormen het schip terugbliezen.
Reeds in de prehistorie waren de eilanden bewoond; men maakte wapens en gereedschap van obsidiaan (vulkanisch glas). Ca. 575 v.C. koloniseerden er de Grieken uit Knidos en Rhodos. Daarna werden de eilanden Carthaags, na 252 v.C. Romeins en later gebruikten zeerovers ze als basis. In 1544 bezette de admiraal van sultan Suleyman de archipel en voerde de inwoners in slavernij weg.

Economie

De inwoners doen aan wijnbouw – de bekende Malvasia van Lipari –, de teelt van olijven, kappers, amandelen en aan mijnbouw (tufsteen), visserij en, steeds meer, aan toerisme. De Liparische Eilanden zijn een ideale vakantiebestemming, met een heerlijk klimaat, een vulkanisch landschap met exotische natuur en met moderne strand- en watersportvoorzieningen.

Lipari is het grootste en belangrijkste eiland. Er wonen 11.000 mensen. De hoofdstad Lipari (4500 inwoners) heeft een 13e-eeuws kasteel, door Karel V vergroot, op de plaats waar vroeger de akropolis was. In het centrum staan het stadhuis, de kathedraal, het museum en het archeologische park. Van de haven gaat men omhoog naar Piazza Mazzini met stadhuis en Sant’Antoniokerk. Aan de zuidkant leidt een trap naar de stadsmuur en het kasteel. De kathedraal San Bartolo is uit de 12e eeuw, maar in 1654 barok verbouwd. De façade is uit 1861.

Het Museo Archeologico Eóliano, vlakbij de kathedraal, is gehuisvest in twee gebouwen: rechts van de kerk voor de prehistorische collectie en links voor de klassieke collectie. Het is een zeer belangwekkend museum.

A. In het Bisschoppelijk paleis is vooral keramiek uit de prehistorie, tussen het 5e en 1e millennium v.C. uitgestald.

B. De klassieke afdeling heeft als hoofdattractie de vazen van de ‘schilder van Lipari’ (begin 3e eeuw v.C.), Attische vazen, Siciliaans-Grieks aardewerk met mythologische figuren, kleibeeldjes met komediefiguren (4e-3e eeuw v.C.). Het Archeologisch Park ligt aan het einde van de Via Castello. Er zijn sarcofagen en een theater opgegraven. Archeologisch museum open: ma.-za. 9-13.30 u. De klassieke afdeling: ma.-za. 15-19, zon- en feestdagen.

9-13.30 en 15-19 u. Archeologisch park open: ma.-za. 9-14 en 15.30-19 u.

Rondtoer: een route van 27 km leidt het eiland rond, via Cannetto met puimsteen- en obsidiaanwinning, Acquacalda met veer naar Salina, Quattropani, Pianoconte en San Calógero met thermale zwavelbronnen, de Belvedere di Quattrocchi met mooi uitzicht. Goede stranden zijn er bij Lipari en Cannetto. Men kan onderwatersport bedrijven of boottochten maken langs de steile kust en de Faraglioni, steile rotsen in zee.

Vulcano (460 inwoners) is een geliefd vakantieoord vanwege het vulkanisme en de stranden. De Gran Cratere (390 m) is nog in 1890 uitgebarsten; nu zijn hier talrijke zwavelbronnen (solfataren) en fumarolen. In het noordwesten ligt een 500 m lang strand van lavazand, bij de oostelijke haven zijn de warme thermale bronnen ‘acqua di bagno’.

Salina (2000 inwoners) bestaat uit 6 dode vulkanen, o.a. de Monte Fossa delle Felci (960 m) en de Monte del Pozzi (850 m). Dankzij de zoetwatervoorraad in de bodem is Salina uiterst vruchtbaar; het ziet er dan ook veel groener uit dan de andere eilanden. Men produceert kappertjes en Malvasiawijn. Stranden zijn er bij Lingua, S.Maria Salina en Rinella. Van de haven Malfa kan men naar de imposante rotsboog varen bij de Punta del Perciato en de Faraglione aan de Noordwest-punt.

Filicudi (250 inwoners) ten Westen van Salina, 10 km2 groot, heeft 3 dode vulkanen. Per boot zijn de zeegrotten, vooral de Grotta del Bue Marino aan de zuidwestkust, te bezoeken.

Alicudi (125 inwoners), 5 km2 groot, is het meest westelijke van de Liparische eilanden. Er is een dode vulkaan, de Filo dell’Arpa, van 675 m. Er is geen elektriciteit, wel een klein hotel en een strandje.

Panarea (275 inwoners) ligt 15 km ten noordoosten van Lipari; het is 31⁄2 km2 groot. Het antieke Euonymos is het kleinste van de eilanden. Samen met de onbewoonde acht kleine eilandjes aan de NO-zijde vormt deze groep het restant van een deels verzonken grote vulkaan. Er zijn hete fumarolen. De zuidkust is steil en rotsachtig. Van Drauto in het Z kan men de 420 m hoge Timpone del Corvo bestijgen en het opgegraven prehistorische dorp uit de Bronstijd bezoeken (14e eeuw v.C.). Een boottocht naar het rotseilandje Basiluzzo, 31⁄2 km NO, is zeer bijzonder; men ziet bizarre rotsformaties en ruïnes van prehistorische en Romeinse plaatsen.

Stromboli (650 inwoners), 121⁄2 km2 groot, ook Isola del Fuoco (vuureiland) genoemd, is het meest noordoostelijke eiland van de archipel en heeft de enige nog actieve vulkaan. Sinds onheuglijke tijden diende deze als baken voor de scheepvaart. De top, Serra Vancura, is 924 m hoog. Elk kwartier schiet gloeiende lava omhoog en terug in de krater, of langs de noordoostelijke helling omlaag. Als contrast is de oostelijke helling rijk begroeid met palmen, citrus en wijnstok (Malvasia). De klim naar de krater (met een gids!) duurt ca. 3 uur. Het beste is dat men zorgt, in donker boven te zijn. Het pad gaat van San Bartolo langs het voormalige observatorium op de Punta Labronzo en dan over puinvelden naar de top tegenover de krater op 250 m afstand, vanwaar men een goede plek kiest om het fascinerende schouwspel te zien. Er zijn boottrips naar Ginostra en de Sciara del Fuoco, waar men de gloeiende lava in zee kan zien stromen. Een ander boottochtje is naar het kleine Strombolicchio op 2 km NO. Over een trap met 210 treden komt men op het terras bij de vuurtoren, van waar men een schitterend uitzicht heeft.