Messina

Messina
Messina, ©DaniDF1995

Messina (260.000 inwoners), provinciehoofdstad, gelegen tussen de zeestraat tegenover Reggio di Calabria en de Monti Peloritani, is na Palermo en Catania de grootste stad van Sicilië. Er is een universiteit en een aartsbisschop. Als men er voet aan wal zet rijst het grote Mariabeeld aan de haven op, met de welkomstspreuk: ‘Vos et ipsam civitatem benedictimus’ (Wij zegenen u en uw stad). De natuurlijke haven, de Straat van Messina, die hier maar 3 km breed is, en de nabijheid van het vasteland zijn de factoren, die Messina’s geschiedenis van de vroegste tijden af bepaald hebben.Thans is het een moderne handelsstad, die de rampen van de enorme aardbeving van 1908 en het geallieerde bombardement van 1943 heeft overwonnen.

De ‘Stretto di Messina’, de zeestraat, is 600.000 jaar geleden ontstaan door een breuk in de aardkorst, waarmee Sicilië tot een eiland werd. De getijstroming is er sterk: elke 6 uur keert ze om en bereikt een snelheid van 10 km per uur. Enerzijds bevordert dat het zuurstofgehalte en daarmee de groei van plankton, die weer veel vis aantrekt, anderzijds hebben ze in het verleden voor veel problemen bij de zeevaart gezorgd. Dit wordt ook geïllustreerd door de mythe van de zeemonsters Skylla en Charybdis, zoals Homeros verhaalt in de Odysseia.

Door de ligging op een breukzone zijn er dikwijls aardbevingen voorgekomen. De meest verwoestende aard- en zeebeving vond plaats op 28 december 1908.

Bezienswaardigheden

Na de verwoestingen van 1693 werd Messina volgens een ambitieus plan weer opgebouwd en na 1908 nog eens. Het stadshart verplaatste zich van det Domplein naar het zuiden, Piazza Cairoli.

Een wandeling door Messina begint in het oude centrum, op het plein bij de kathedraal, Piazza del Duomo. De Orionfontein (1547-51) door G.A.Montorsoli uit Florence, een leerling van Michelangelo, contrasteert met haar dramatische beelden met de strenge lijnen van de kathedraal. Aan de linkerzijde staat de barokzuil van de Maagd Maria door G.Buceti uit 1758.

De Kathedraal S. Maria is omstreeks 1200 gesticht door de Noormannenkoning Roger II, verwoest in 1908 en daarna in oude luister herbouwd; de prachtig bewerkte portalen uit de 15e en 16e eeuw waren behouden gebleven. De 60 m hoge Campanile werd exact herbouwd. Hierin is één van de grootste astronomische uurwerken ter wereld, gemaakt door Ungerer uit Straatsburg (1933). Elke dag om 12 uur komen allerlei figuren in beweging, die gebeurtenissen uit de geschiedenis van Messina uitbeelden, zoals het overhandigen van de beschermingsbrief van de Madonna aan Messina. De Dom heeft een imposante façade met drie gotische portalen. De 3 apsiden zijn nog van de oorspronkelijke bouw. Zoals alle Normandische kerken is het een drieschepige basilek met zuilengalerijen in kruisvorm, met 3 apsiden en een cassettenplafond. De arcaden hebben spitsbogen,de mozaïeken in de apsis zijn reconstructies. Het beeld van Johannes de Doper op het eerste altaar is van A.Gagini uit 1525.

Het tweede belangrijke kerkgebouw is de Santissima Annunziata dei Catalani, iets ten zuiden van de Dom, het enige gebouw, dat onbeschadigd bleef bij de aardbeving van 1908. Het dateert uit de tweede helft van de 12e eeuw, Normandisch met blinde arcaden op smalle zuilen en veelkleurige bouwsteen. De westzijde met drie portalen is uit de 13e eeuw. Binnen zijn arcaden op antieke zuilen met kapitelen. Het middenschip heeft een tongewelf.

Op het Piazza dei Catalani staat een bronzen gedenkteken van Don Juan van Oostenrijk, zoon van Karel V, de overwinnaar van de zeeslag bij Lepanto in 1571 tegen de Turken, gemaakt door Andrea Calamecca. Ten noorden van de Dom staan het Stadhuis en het Teatro Vittorio Emanuele. Verder noordwaarts langs de Via Garibaldi zien we de Villa Mazzini met park en de Neptunusfontein uit 1557 door Montorsoli: men ziet Neptunus, gevangen tussen Skylla en Charybdis. De Via della Libertà leidt langs de kust naar het expositieterrein van de Fiera di Messina en nog verder naar het Museo Regionale.Tot de topstukken behoort het Gregorio-schilderij van Antonello da Messina uit 1473 en werken van M.Caravaggio uit 1608/9. De afdeling archeologie toont vondsten uit het antieke Zankle. De beeldengalerij laten werk zien van Ant.Gagini, Fr.Laurana en Goro di Gregorio. Open: 9-13, zo.- en feestd. 9-12.30, di., do., za. ook 15-17.30 (okt.-mei) of 16-18.30 (juni-sept.).

Panoramische route: van de Viale Italia, ten westen van de universiteit, begint een zeer aantrekkelijke panoramische route boven de stad, die de oude fortificaties volgt, tot aan de kustweg in het noorden.

Op de punt van de havendam, per boot te bereiken, ligt de ruïne van de citadel, genaamd Forte di S.Salvatore uit 1681, genoemd naar een vroeger hier gelegen Grieks-orthodox klooster. Ook ziet men hier de zuil met de ’Madonnina’ uit 1934.

Geschiedenis

Vóór de Grieken kwamen was er al een stad van de Siculi; de Griekse stichting dateert van 730 v.C., door bewoners van Chalkis op Euboea, nadat ze eerst Kyme (Cumae) bij Napels hadden gesticht, de eerste Griekse nederzetting op Italiaanse bodem. Zij noemden de plaats op Sicilië Zankle (= sikkel, vanwege de vorm). Later kwamen de Ioniërs erbij, uit Milete en Samos en tenslotte de Messeniërs, op de vlucht voor Sparta. Anaxilaos, zelf een Messeniër, tiran van Rhegion (Reggio), veroverde Zankle na 490 v.C. en noemde het toen Messana of Messene, naar zijn geboorteland. In 289 v.C. viel de stad, na de dood van de tiran Agathokles van Syracuse, in handen van diens lijfwacht, de Mamertijnen (zonen van Mars). Zij vermoordden de mannelijke inwoners en voerden een schrikbewind over heel Sicilië. Door in 264 v.C. de hulp van Rome in te roepen lokten zij de Eerste Punische Oorlog uit tussen Rome en Carthago. Bij de machtsovername door de Romeinen werd Messina een ‘civitas foederata’ en begon een bloeitijd als handelsstad en zeehaven. Welvaart heerste er ook in de Byzantijnse tijd (535-843) en tijdens de Arabische overheersing (843-1061).

De Noormannen namen de stad in 1061 in; zij steunden het Grieks-orthodoxe Basilianer klooster San Salvatore dei Greci. In de Spaanse tijd resideerden de koningen eerst in Messina, sinds de 16e eeuw in Palermo. De bloeiperiode eindigde na een vergeefse opstand tegen het Spaanse bestuur (1674-78). Daarna heeft de stad diverse catastrofes gekend: in 1693 een verwoestende aardbeving, die heel O-Sicilië teisterde, in 1743 een pestepidemie met 40.000 doden, in 1785 een aardbeving met 12.000 doden, in 1823 een overstroming, in 1847/8 een opstand tegen de Bourbons, gevolgd door een bombardement door koning Ferdinand II ‘Re Bomba’, in 1854 de cholera (15.000 doden), in 1894 weer een aardbeving, op 28 december 1908 de enorme aard- en zeebeving (60.000 doden en 90% van de gebouwen verwoest) en tenslotte de zware geallieerde luchtaanvallen van 1943.

Omgeving

Een aantrekkelijke rit gaat Noordwaarts langs vissersdorpen naar Ganzirri, waar men mosselen kweekt in een zoutwatermeer, tot Capo Peloro met de oude vuurtoren op Punta del Faro, met een enorme kabeltoren. Op slechts 3 km ziet men Calabrië. Van hier rijdt men westwaarts tot Spartà en dan linksaf over een mooie bergweg door Castanea delle Furie terug naar Messina. Een ander tochtje gaat naar het zuiden, tot Itala Marina, dan omhoog, 2 1⁄2 km, naar Itala; daar voorbij is een Normandische kerk S.s.Pietro e Paolo uit 1093, gesticht door Roger I na de verdrijving van de Saracenen. Het gebouw met koepel is versierd met gevlochten bogen.

Milazzo (31.000 inwoners) is een haven- en badplaats op een smalle landtong aan de noordkust.

In 716 v.C. stichtten Grieken uit Zankle (Messina) de plaats Mylai. Bij deze haven versloegen de Romeinen de Carthaagse vloot in 216 v.C. De Noormannen bouwden er een kasteel, dat verbouwd is door keizer Frederik II en nogmaals door de Spanjaarden in de 15e eeuw. Milazzo is nu een levendige haven- en vissersstad met olieraffinaderijen en chemische industrie.

Bezienswaardigheden

In de benedenstad bij de haven staat de kerk San Francesco di Páola met een elegante 18e-eeuwse façade. De oude bovenstad ligt iets noordelijker. Op het hoogste punt staat het massieve kasteel. Ook staat hier de vervallen Dom uit de 16e eeuw.

Omgeving

De noordpunt van het schiereiland, 6 km van de stad, heeft een 79 m hoge vuurtoren. Van hier is er een prachtig gezicht op de Liparische eilanden en de Etna. Santa Lucia del Mela ligt 12 km naar het zuiden in de Monti Peloritani, op 215 m hoogte. Het kasteel is van Frederik II en is verbouwd door Ferdinand II van Aragon. De Chiesa Madre heeft een mooi renaissanceportaal. Roccavaldina, 20 km ten zuidoosten van Milazzo, aan de weg naar Rometta, bezit een paleis van de familie Valdina, die van Spaanse afkomst was en het in 1509 verwierf. De Toscaner Camillo Camilliani verbouwde het in 1600.