Mozia

Kothon van Mozia
Kothon van Mozia

10 Kilometer ten noorden van Marsala, langs uitgestrekte zoutpannen met windmolens – een apart schouwspel! – bereikt men de pier vanwaar men naar het eilandje San Pantaleo vaart (tussen 9 en 13 en 15-18 uur). Hier ligt Mozia, in de oudheid Motya genoemd. Het eilandje werd in 1906 bezit van de Engelse wijnproducent Joseph Whitaker, die zijn vermogen in Marsala had verdiend. Hij liet de Carthaagse vesting uitgraven. Het eiland is maar 600 x 700 meter groot en ligt middenin een lagune met een landtong, het Isola Grande. Hier hadden de Phoeniciërs al in de 8e eeuw v.C. een nederzetting. Later had Carthago er een vesting, net als Panormos (Palermo) en Solunto. In de middeleeuwen kreeg het eiland de naam San Pantaleo. Delen van de Carthaagse stadsmuren en het hellenistische Casa dei Mosaici uit 300 v.C. zijn blootgelegd.

Aan de westkust zijn necropolen en het restant van een Baältempel opgegraven; hier werden de eerstgeboren zonen geofferd. Aan de noordkant is een deel van een Carthaagse tempel gevonden. De noordpoort is een deel van de vestingwerken. Diverse vondsten uit Motya en Lilybaeum zijn nu in Palermo te zien, andere in Marsala, maar er is ook een klein museum op het eiland zelf. Tegenover de ingang staat een reliëf met twee leeuwen, die een stier bestrijden. Ook is er Punisch aardewerk, maar het voornaamste object is een beeld zonder ledematen van een jongeman in een tuniek, met het hoofd in Griekse stijl gemodelleerd, uit de 5e eeuw v.C. Men vermoedt, dat een Griekse beeldhouwer het voor een Carthaagse opdrachtgever heeft gemaakt.