Bezienswaardigheden buiten het stadscentrum

Ponte dell’Ammiraglio
Ponte dell’Ammiraglio, ©dalbera

Over de Corso dei Mille in het ZO van de stad en de Ponte dell’Ammiraglio over de Oreto, Palermo’s oudste brug, uit 1133, die genoemd is naar admiraal George van Antiochië, bereikt men na 1 km de Normandische kerk San Giovanni dei Lebbrosi. Deze kerk zou tijdens het beleg van Palermo in 1071 door Robert en Roger zijn gebouwd en is daarmee de oudste van de stad. Het gebouw heeft twee moorse koepels en achthoekige zuilen met ronde bogen van binnen.

De Via Roma eindigt in het Z bij het Stazione Centrale. Zuidelijk daarvan, aan de Via del Vespro, staat de kerk Santo Spirito del Vespro, die zijn bijnaam kreeg door de ‘Siciliaanse Vespers’, de bloedige afrekening met de Franse bezetters in 1282, die vóór deze kerk plaatsvond. De kerk is van 1178, gebouwd door aartsbisschop Walter of the Mill. De N- en O-gevels zijn het mooist.

Van de Porta Nuova in het W van de oude stad, over de Via Cappucci, bereikt men het Capucijner klooster, bekend om zijn catacomben, gehouwen in de vulkanische rots en gebruikt als begraafplaats tussen 1600 en 1881. Een ietwat lugubere bezienswaardigheid vormen de 8.000 gemummificeerde lichamen, die er liggen of tegen de wanden hangen. Catacomben open: 9-12 en15-17 u.

Iets meer naar het Noorden ligt het paleis La Zisa, eind 12e eeuw gebouwd door de koningen Willem I en II. De naam is afgeleid van ‘El Aziz’ (Arabisch: de stralende). Het was de zomerresidentie. Centraal ligt de ‘Fonteinzaal’ met mozaïeken en een stalactietenplafond; hoog tegen de achterwand is de fontein, die voor verkoeling moest zorgen, een typisch Arabisch fenomeen. La Zisa en Islamitisch Museum open: ma.-za. 9-18.30, zo.- en feest. 9-13 u. La Cuba, Corso Calatafimi, uit 1180, was een paleis in een groot park van Willem II, thans een kazerne. Het is rechthoekig en met blinde bogen versierd. Dichtbij, in een citrustuin, staat het paviljoen ‘La Cubula’, ook Normandisch en versierd met moorse decoraties.

Ten N van Palermo bouwde koning Ferdinand IV van Napels, gevlucht voor de Fransen, in 1798 een residentie in Parco della Favorita, nu een publiek park met sportcomplexen. Dichtbij staat het Palazzo Cinese, gebouwd in 1798-1800 door Marvuglia in Chinese stijl, met Chinese, Turkse en Pompeiaanse kamers. Hier is ook het Museo Etnografico Pitré, met een collectie kostuums, Siciliaanse karren, gereedschap, marionetten en kerststallen. Museum Pitré open: 9-13, ma.,wo. ook 15.30-17.30 u.,

Vr, en feestd. gesloten. Ingang Via Duca degli Abruzzi.

Tegen de helling van de Monte Pellegrino, in het dorp Acquasanta, staat rechts de Villa Igiea met mooie tuin bij zee. De villa heeft een prachtige balzaal en is in classicistische stijl gebouwd door E.Basile. Het is nu een luxe hotel. Van het tuinterras heeft men een mooi uitzicht. De Villa Belmonte, links van de weg, in het dorp Arenella, is in 1800 gebouwd door V.Marvuglia voor de prins van Belmonte, ook in classicistische stijl. Het heeft een tempelfaçade met Ionische zuilen.

Monte Pellegrino (600 m) rijst boven de baai ten N van Palermo uit. In de Addauragrot zijn prehistorische vondsten gedaan. De Phoeniciërs en de Carthagers hadden er versterkingen. In de 17e eeuw begon de verering van Santa Rosalia. Volgens de legende was Rosalia een jonge edelvrouw, die het hof van haar vader, graaf Quisquina verliet om eenzaam in een grot een vroom leven te leiden. Zij stierf in 1166. In 1625 verscheen zij aan twee heremieten, die haar stoffelijk overschot naar Palermo brachten. De epidemie, die daar toen heerste, hield direct op. Sindsdien is Rosalia de patroonheilige van de stad. Het Santuario di Santa Rosalia ligt op 430 m hoogte aan de Via Bonnanno, met een mooi uitzicht. De Rosaliagrot heeft een barok front uit 1625 en een drukke versiering. Van hier kan men naar de top klimmen, met subliem panorama (1⁄2 uur).