Rivieren en meren

Grote rivieren ontbreken; wel zijn er veel kleine, snel stromende waterlopen, te vergelijken met die van Calabrië, de fiumare. De gemiddelde regenval is minder dan 600 mm per jaar. De meeste regen valt in najaar en winter, op de slecht doorlatende en meestal ontboste bodem, waardoor overstromingen ontstaan. Het zuiden heeft ’s zomers een droogteprobleem. Thans zijn er grote stuwdammen gebouwd met aquaducten en ontziltingsinstallaties. Ook is er een begin gemaakt met herbebossing als de beste methode om het water op lange termijn te kunnen vasthouden op de hellingen.

De voornaamste rivieren zijn de Simeto en de Alcantara aan de Ionische kust, de Salso, de Belia en de Platani in het zuiden en de Torto aan de noordzijde van het eiland. De Simeto heeft de meest geregelde waterhoeveelheid. De Alcantara (Arabisch: de brug) vormt een steile kloof, een bekende toeristische attractie in het nabije achterland van Taormina. De Platini en de Torto vormen de scheiding tussen West- en Oost-Sicilië. Tien km ten Z van Enna ligt het Pergusameer, met dankzij micro-organismen roodachtig water. Het is één van de weinige natuurlijke meren. Hierover vertelt de Romein Diodorus Siculus, dat de god Pluto (Grieks: Hades) er de lieflijke Proserpina (Gr.: Persephone) ontvoerde en met haar trouwde. Van toen af ontstond in de wereld de tegenstelling tussen licht (Persephone) en donker (Hades). Veel kunstmatige meren zijn door stuwdammen ontstaan, voor bevloeiing en stroomopwekking.