Siracusa/Syracuse

Syracuse
Syracuse, ©Giovanni Dall'Orto

(117.000 inw.), provinciehoofdstad. Festivals: Internationaal muziek- en balletfestival in de zomer, klassiek toneel in het Griekse theater (juni) en processie Santa Lucia op 13 december. Syracuse was eeuwenlang de grootste en machtigste stad van Sicilië. Het is nu een bescheiden handels- en industriestad met een mild klimaat, veel bezienswaardigheden en een mooie omgeving.

Topografie van Syracuse

De 5 stadsdelen van oud-Syracuse zijn nog duidelijk in het huidige stadsbeeld te zien.

1. Het eiland Ortygia (nu Ortigia) is door de Ponte Nuovo met het vasteland verbonden. Ten noorden is de haven Porto Piccolo, ten Zuiden de Porto Grande. Ortigia is het oudst bewoonde stadsdeel; hier zijn de antieke en middeleeuwse gebouwen te vinden: tempel van Apollo, Athene-tempel (opgenomen in de kathedraal), de bron van Arethusa, het Castello Maniace en het Palazzo Bellomo.

2. Achradina (Acradina) ligt op het vasteland, ten westen van de Ponte Nuovo. Hier waren agora en forum (nu Foro Siracusano) en staat nu het hoofdstation.

3. Ten noorden ligt Tyche, dat nu ook de wijk Santa Lucia omvat, met de kerk van die naam. Hier is het nieuwe Archeologisch Museum, in de tuin van de Villa Landolina en ook zijn hier de catacomben met kerk San Giovanni.

4. Ten noordwesten van Acradina en ten noorden van de Corso Paolo Orsi ligt Neapolis (Neapoli), waar in het Parco Archeologico het Griekse Theater, het Romeinse amfitheater, het ‘Oor van Dionysios’ en het altaar van Hiëro liggen.

5. In Epipolai, niet ver van de straat naar Catania in het noordwesten staat het Castello Eurialo, deel van de verdediging van de oude stad.

Ortigia

Over de Ponte Nuovo komt men op het Piazza Pancali, met het postkantoor en de Tempel van Apollo uit 570 v.C., de oudste Dorische tempel van Sicilië, later in gebruik als Byzantijnse kerk, moskee, Normandische kerk en Spaanse kazerne. De stylobaat meet 22x55m, er zijn 6x17 massieve monolithische zuilen, 8 m hoog. Er was een pronaos, cella met 2 rijen zuilen en adyton. Vondsten zijn nu in het Archeologisch Museum. Van hier gaan we door de Corso Matteotti naar Piazza Archimede, waar paleizen uit de 14e en 15e eeuw staan en in het midden de Fontana di Artemide (van Artemis), gemaakt door Giulio Moschetti: de nimf Arethusa, die met hulp van Artemis in een bron verandert. Aan de westzijde staat het 15e-eeuwse Palazzo dell’Orologio. Aan de Via Montalto staat het Palazzo Montalto uit 1398. Aan de Via della Maestranza liggen mooie gebouwen uit de 15e-18e eeuw. De Via Vittorio Veneto leidt noordwaarts naar de kust. Men passeert de 18e-eeuwse kerk San Filippo Neri en het 15e-eeuwse Palazzo Interlandi. Links over de Via Marabella komt men langs het 17e-eeuwse Palazzo Bongiovanni, de Chiesa del Carmine (17e eeuw) en het Palazzo Abela met een deels 14e-eeuws interieur. Er tegenover staat de San Tomaso uit de 12e eeuw. De voormalige kerk San Pietro, oorspronkelijk uit de 4e/5e eeuw en gewijzigd in de 15e eeuw, is nu het gebouw van de ‘Vrienden van de Muziek’. Terug naar Piazza Archimede, dan zuidwaarts over de Via Roma en rechtsaf over de Via Minerva bereiken we de kathedraal S.Maria delle Colonne. Langs de Via Minerva ziet men aan de zijwand de Dorische zuilen van de Athenatempel. Het front aan het Piazza Duomo is barok, met beelden van Petrus en Paulus door I.Marabitti. Het plein ademt een harmonische sfeer van 17e- en 18e-eeuwse gebouwen, zoals het Bisschopspaleis (1618, van A.Vermexio), de kerk Santa Lucia alla Badia (ca.1700, van Caraccido), het Palazzo Beneventano del Bosco en het Municipio (stadhuis) van G.Vermexio uit 1633.

De Kathedraal Santa Maria delle Colonne

In de 7e eeuw gebouwd op de ruïne van de Griekse Athenetempel. De zuilen zijn zichtbaar, vandaar de naam ‘delle Colonne’. De tempel voor Pallas Athene was gesticht door Gelon en zijn broer Hiëro I, na de overwinning op Carthago in 480 v.C. De Dorische tempel had een stylobaat van 22x55 m, er waren 6x15 zuilen van 81⁄2 m hoog, met pronaos, cella en opisthodomos (geen adyton). De tempel was rijk versierd met marmer uit de Cycladen, een gouden schild op het O tympaan, goud en ivoor aan de deuren en portretten van de heersers van Syracuse. Veel werd gestolen door Verres, de Romeinse prae tor in de 1e eeuw v.C. Cicero, die hem aanklaagde, heeft er een inventaris van gemaakt. In de 7e eeuw is het gebouw veranderd in een kerk: de zuilen werden dichtgemetseld en er werden arcades gemaakt. Zo ontstond een drieschepige basilica. Het middenschip is verhoogd en het geheel omgekeerd: de O ingang werd koor en dichtgemaakt, de ingang kwam nu aan de westzijde. Na de aardbeving van 1693 maakte Andrea Palma een levendige barokfaçade. Het houten plafond is van 1517, er is een Normandisch doopvont, gedragen door 7 bronzen leeuwtjes. Het hoogaltaar is uit 1659, met een schilderij van Ant. da Messina. Links staan beelden van A. en G.Gagini.

Van de Dom over de Via Picherali gaan we nu naar de Bron van Arethusa, een zoetwaterbron bij zee, waarin papyrus groeit. Volgens de mythe, verteld door Ovidius, vluchtte de nimf Arethusa voor de riviergod Alpheios, stak de zee over naar Ortygia en werd door Artemis veranderd in een bron. Door de Via Capodieci bereikt men het Palazzo Bellomo, een gebouw uit de Hohenstaufentijd (1250). De driedubbele vensters op de verdieping, met slanke zuiltjes, verraden Catalaanse invloed (15e eeuw). Hier is de Galleria Regionale gevestigd, met beelden, schilderijen en handwerk van na de oudheid. Er is werk van de Gagini’s, Antonello da Messina, Caravaggio, Borremans en Paladino. Aan de zuidpunt van Ortigia staat het Castello Maniace uit de Byzantijnse tijd. Generaal Maniakes verdreef de Saracenen in 1038.

In 1239 werd het fort verbouwd door keizer Frederik II in de huidige vorm, vierkant met ronde hoektorens. Een mooie wandeling voert langs de W-oever over de Foro Italico, van de Bron van Arethusa naar de Porta Marina, met resten van de stadsmuur en de kleine kerk S.Maria dei Mira coli uit 1500.

Acradina

Het Foro Siracusana – het Forum uit de oudheid – vormt het centrum. Door de Via Elorina W-waarts van Piazza Marconi passeert men rechts een omheind gebied, het ‘Ginnasio Romano’, een klein theater met zuilen rondom uit de 1e eeuw v.C. Van het Foro NO-waarts door de Via dell’Arsenale komt men bij de restanten van het antieke marine-arsenaal.

Tyche/Santa Lucia

Het centrale plein is Piazza Santa Lucia met de kerk S.Lucia en de achthoekige Chiesa del Sepolcro (17e eeuw), met de tombe van S.Lucia, de patroonheilige van Syracuse. De Santa Lucia is een basiliek uit de 12e eeuw, gezet op de plek waar in de 6e eeuw een kerk stond, daar waar de heilige door de Romeinen was vermoord in 304. Portaal en roosvenster zijn nog uit de gotische bouwtijd, de rest is barok. Westelijker ligt het Piazza Vittoria met grote opgravingen, o.a. een heiligdom van Demeter. Hier is onlangs voltooid het Santuario della Madonnina delle Lacrime, een modern rond gebouw met een spits van 76 m, op de plaats waar in 1953 een Madonnabeeld zou hebben gehuild. Naar het N staan nog enkele belangwekkende gebouwen. De San Giovanni, een oorspronkelijk 6e-eeuwse kerk, nu deels ruïne, heeft een opvallende 14e-eeuwse portaalmuur met arcaden. Hieronder ligt de Crypte van San Marziano, eens een Romeins hypogaeum (grafkelder) met Ionische zuilen, toen de eerste Christelijke kerk van Syracuse. Op de kapitelen zijn antieke en Christelijke voorstellingen. Naast de crypte zijn de Catacomben van San Giovanni, een uitgestrekte ondergrondse necropolis uit de 4e-6e eeuw. Hier werd ook de Adelphia-sarcofaag gevonden uit 340, nu in het Archeologisch Museum. Het Papyrusmuseum bezit voorwerpen, o.a. een boot, gemaakt van papyrus, foto’s en documentatie over de diverse functies van dit materiaal.

Het Museo Archeologico Regionale Paolo Orsi/Villa Landolina

De Villa Landolina aan de Via Teocrito, hoek Via August von Platen, huisvest het museum. In de tuin is het protestantse kerkhof, met o.a. graven van Britse zeelieden uit de Napoleontische oorlogen en een monument voor de Duitse dichter August von Platen (†1835). Het nieuwe gebouw van het museum is, na dat van Palermo, het belangwekkendste archeologische museum van Sicilië. Het zeer moderne gebouw in driehoekvorm met een rond middenstuk uit glas en baksteen, is gemaakt door Franco Minnisi en is technisch zowel als educatief van het hoogste niveau. In de ronde centrale hal voorbij de entree is de informatiebalie. Van hier zijn de drie afdelingen te bereiken:

A. geologie, pre- en protohistorie;

B. 1 de Griekse kolonies Khalkis en Megara Hyblaea; 2. Syracuse in de oudheid;

C. Hellenistische centra, Akragas (Agrigento) en Gela.

Er is een audiovisuele presentatie op de begane grond.

Afdeling A geeft eerst informatie over de geologie en paleontologie, toont dan grotvondsten uit de prehistorie, zoals versierde potten, vazen en wapens uit de necropoli van de 19e tot de 5e eeuw vóór Christus.

Afdeling B 1 geeft eerst uitgebreide informatie over de Griekse kolonisatie van de 6e eeuw v.C. af, uit Naxos, Katane (Catania), Leontinoi (Lentini) en Megara Hyblaea: beelden, vazen, votiefbeeldjes en metopen van tempels, dikwijls met Demeter en Persephone als onderwerp.

Afdeling B 2 (2e ingang) Syracuse: de Venus Landolina, marmeren grafstenen, beelden van strijders en karyatiden (zuilen in vrouwengedaante), Attisch en Korinthisch aardewerk, modellen van tempels.

Afdeling C: Hellenistische inheemse centra, Gela en Akragas: prachtige vazen, votiefbeelden, standbeelden, ‘pinakes’ (reliefplaquettes), een schip van aardewerk, tempelversieringen en sarcofagen. Open: ma.15.30-18.30, di.-zo. 9-14 en 15.30-18.30 u.

Over de Via Teocrito en rechtsaf over de Via Politi komen we bij de Latomia dei Cappuccini, een begroeide oude steengroeve, waar in 414 v.C. 7.000 Atheense gevangenen werden opgesloten.

Neapolis-Parco Archeologico

Ten Noorden van Viale P.Orsi en ten Westen van de Via Teracati ligt het zeer belangwekkende Parco Archeologico. Over de bochtige Via Rizzo kan men er omheen rijden. Aan de Via Teracati ligt het z.g. Graf van Archimedes. De bussen en taxi’s rijden tot het Largo Anfiteatro. Hier staat het 11e-eeuwse kerkje San Nicolo. De smalle Via Paradiso gaat langs het Altaar van Hiëro naar het toegangsgebouw. Daar voorbij links komt men bij het Teatro Greco. Terug en dan links komt men bij de steengroeven (latomie) en het ‘Oor van Dionysios’. Weer terug en dan rechts ligt het Anfiteatro Romano.

Het Altaar van Hiëro II, koning van 269-215 v.C., ter herdenking van de verdrijving van de tiran Theasybulos in 466 v.C., werd jaarlijks in Syracuse gevierd met het feest van Zeus Eleutherios (van de vrijheid). Diodorus vertelt, dat er 450 ossen geslacht werden voor het banket voor de burgers. Het altaar was de offerplaats. De basis is 80x23 m, de bovenbouw is verdwenen.

Het Griekse Theater werd tijdens Hiëro I omstreeks 470 v.C. gebouwd. De doorsnede is 138 m, het theater was uit de rotshelling gehouwen en geschikt voor 15.000 toeschouwers, één van de grootste uit de Griekse oudheid. Nog steeds worden er klassieke stukken opgevoerd (in het Italiaans). Op een terras boven het theater is het Nymphaeum voor de Muzen, in de rotswand, waarvan de bron nog steeds bestaat. Ten W van het theater liggen de resten van een Apollotempel. De latomie zijn steengroeven, waarvan de bekendste is de Latomia del Paradiso, links van de ingang van het park. De eerste is 5-11 m breed en 23 m hoog en wordt vanwege de akoestiek genoemd het ‘Oor van Dionysios’. Volgens overlevering kon Dionysios daar het gefluister van de binnen opgesloten gevangenen horen. De tweede is de Grotto dei Cordari (touwslagers). Voorbij een weg met sarcofagen bereikt men het 3e-eeuwse Anfiteatro Romano, geschikt voor gladiatorenspelen en gevechten met wilde dieren, ook voor de ‘naumachias’, z.g. zeegevechten.

Het ‘Graf van Archimedes’, is in feite een Romeins columbarium uit de 1e eeuw. Archimedes is niet hier, maar bij de straat naar Agrigento begraven. Archeologisch park open: 9-18, ’s winters 9-15 u.

Epipoli

Epipoli is een driehoekig stuk land ten noorden van de stad. Het werd versterkt door Dionysios I in 400 v.C. met een 6 km lange muur. Aan de noordpunt ervan werd het Castello Eurialo gebouwd, 8 km ten noorden van de stad. Dit fort, 11⁄2 ha groot, is één van de sterkste vestingen uit de Griekse tijd, gebouwd door Dionysios omstreeks 400 v.C. Tijdens het beleg door de Romeinen (213-212 v.C.) stelde Archimedes hier zijn grote brandspiegel op om daarmee de Romeinse oorlogsschepen in brand te steken. Door bronnen werden de verdedigers voorzien van water en men kon zich ongezien door ondergrondse gangen verplaatsen.

Geschiedenis

De eerste nederzetting vond plaats op het eiland Ortygia (ganzeneiland), tussen twee natuurlijke havens, met een zoetwaterbron en goed te verdedigen. In de 10e eeuw v.C. was het door de Siculi en later door de Phoeniciërs bewoond. In 734 v.C. kwamen Grieken uit Korinthië onder Archias als kolonisten. Er werden satellietsteden gesticht: Akrai in 664, Kasmenai in 599. De eerste Dorische tempel van Sicilië werd begin 6e eeuw op Ortygia gebouwd. Ook werd het vasteland gekoloniseerd: de wijken Achradina, Tyche en Neapolis. Syracuse werd de grootste stad van de hele Griekse wereld, tot 500.000 inwoners. In 485 v.C. trok de tiran Gelon uit Gela binnen; Syracuse werd de hoofdstad van heel Oost-Sicilië.

Het hoogtepunt van haar macht kwam, toen Gelon met zijn schoonvader Theron van Akragas de Carthagers versloeg bij Himera in 480 v.C. Toen werd de tempel voor Athene gebouwd op Ortygia, nu opgenomen in de kathedraal. De broer van Gelon, Hiëro I versloeg de Etruskische vloot bij Kyme en was patroon van de kunstenaars, zoals Aischylos en Pindaros. In 427 en 415 deden de Atheners aanvallen op Syracuse. De Atheense vloot werd verslagen en 7.000 gevangenen werden in de steengroeven opgesloten of als slaven verkocht. In 409 v.C. veroverde Carthago Selinunte, Akragas en Himera. Toen werd Dionysios I tiran, versterkte zijn stad met muren en het kasteel Euryalos en werd de machtigste Griekse vorst. Aan zijn hof kwamen Plato en andere geleerden en filosofen. Na Dionysios II werd Timoleon uit Korinthe gehaald om de democratie te herstellen (344-337 v.C.).

In 304 werd Agathokles koning en verkreeg de macht over een groot deel van Sicilië. Hiëro II sloot een bondgenootschap met Carthago (264) en met Rome (263 v.C.). Toch ging Rome tot de aanval over en nam Syra cuse na een lang beleg in 212 v.C. in. Hierbij werd de geleerde Archimedes gedood. De catacomben uit de Romeinse tijd zijn groter dan die van Rome. Na de val van het Romeinse Rijk veroverde Belisarius Sicilië in 535. De Byzantijnse keizer Constantius II week van Constantinopel uit naar Syracuse, uit vrees voor de Saracenen. In 878 kwamen de Arabieren (Saracenen); zij maakten Palermo tot hoofdstad. Nu trad verval in; zelfs was Syracuse geen provinciehoofdstad meer; dat was Noto tot 1865. In 1038 herwon Maniakes de stad voor Byzantium; hij is de bouwer van het Maniacekasteel. In de 20e eeuw bloeide de stad weer op als havenstad.

Buiten de stad

De Bron van Cyane (Fonte Ciane), 7 km zuidwestelijk, richting Canicatti Bagni en na 4 km linksaf, is genoemd naar de nimf Cyane, die probeerde de ontvoering van Persephone door Hades te verijdelen, maar toen in een bron werd veranderd. Hier ontspringt de rivier de Ciane; op deze stille romantische plek groeit wilde papyrus langs de oevers.

De tempel van Zeus, direct ten zuiden van de monding van de Ciane, rechts op een heuvel aan de S.s.115, dateert van 560 v.C. Zij had 6x17 monolithische zuilen van 8 m hoog en met een adyton achterin de cella.

Een mooi tochtje gaat van de S.s.115 voorbij de Zeus-tempel linksaf naar het Penisola della Maddalena, ooit Kaap Pelemmyrion, aan de Porto Grande. Van de kust bij de vuurtoren heeft men een prachtig uitzicht op Ortigia en kasteel Maniace.

Thapsos, 18 km noordwestelijk, over de S.S.114 tot Priolo Gargallo en dan rechts naar het Penisola Magnisi. Hier lag in de bronstijd een stad (15e-13e eeuw v.C.). Omstreeks 730 v.C. landden hier Grieken uit Megara vóór zij iets noordelijker Megara Hyblaea stichtten. Er is veel gevonden in de necropoli van inheems en Myceens aardewerk, nu te zien in het museum van Syracuse.