Tràpani

Trapani
Trapani, uitzicht vanaf Erice, ©ChrisO

Tràpani (72.000 inwoners), hoofdstad van de provincie, is prachtig gelegen op een sikkelvormig schiereiland aan de voet van de Monte Erice. Het is een levendige handels- en industriestad en haven, met veerdiensten naar Tunis, Cagliari (Sardinië), de Egadische eilanden en Pantelleria. Op 13 km naar het Z ligt het vliegveld Birgi.

Drepanon (=sikkel) was de Griekse naam, naar de vorm; lange tijd was het een Carthaagse vlootbasis. Met moeite kregen de Romeinen de stad in handen in 242 v.C. In de 9e eeuw brachten de Arabieren er nieuwe welvaart; er kwamen ook veel Joden. In 1077 werd Tràpani Normandisch. In de 15e eeuw, onder de Aragons, werden de grote zoutpannen aangelegd, die nog steeds worden geëxploiteerd.

Bezienswaardigheden

Aan de Via Giudecca, in het vroegere ghetto, staat het Palazzo Giudecca uit de 16e eeuw, in gotisch-Catalaanse stijl, met mooie deur en raamlijsten en een toren. Langs de Corso Italiano naar het W komt men door een linker zijstraat aan de kerk Santa Maria del Gesù uit 1530. Binnen, in de Cappella Staiti, onder een marmeren boog van Ant.Gagini staat een terracotta Madonna van Andrea della Robbia. In de volgende zijstraat, de Via Biscottai, ziet men de Biblioteca Fardelliana met een rijk versierd front uit 1748, aan het Largo S.Giacomo. De Corso Italiano eindigt bij de Sant’Agostino met een prachtig roosvenster uit de 14e eeuw. Dichtbij is de Piazza Saturno met de Saturnusfontein (16e eeuw). Deze refereert aan de mythe over het ontstaan van Tràpani, nl. aan de god Kronos (Saturnus), zoon van Ouranos, die zijn kinderen gevangen hield in de onderwereld. Met zijn moeder Gaia’s hulp castreerde hij zijn vader met een sikkel en wierp die toen in zee. Op die plek is Tràpani ontstaan.

Iets benoorden dit plein rijst de rijk versierde façade op van het Palazzo Cavarretto (1700). Hier tegenover begint de Corso Vittorio Emanuele. Daaraan staat de Chiesa del Collegio, een Jezuïetenkerk, gebouwd door N.Masuccio (begin 17e eeuw), een drieschepige basiliek met zuilen en een koepel. Op het altaar is een reliëf van Marabitti uit 1766. Op de hoek van de Via Turrete staat het Palazzo Riccio (begin 17e eeuw) met een fraai portaal en een binnenplaats met arcaden. Aan de W-punt van het schiereiland staat de 14e-eeuwse Torre di Ligny, waarin het maritiem museum is gevestigd.

De haven ligt aan de zuidkant van het schiereiland vóór Piazza Garibaldi. Hier vertrekken de veerboten. Naar het oosten, aan het einde van de Via della Libertà ligt het Piazza Vittoria met stadhuis en provinciehuis. Iets verder staat het standbeeld van koning Victor Emanuel als ‘Vader des Vaderlands’ (1882). Het nabijgelegen park van de Villa Margherita is versierd met bustes van bekende personen uit de geschiedenis. In het oostelijke stadsdeel staat het meest interessante gebouw van Tràpani, de bedevaartkerk Santuario dell’Annunziata uit de 13e eeuw. De façade met rijk versierde deur en roosvenster is nog uit de 14e eeuw, de rest is compleet herbouwd in 1742 tot hallenkerk met ovale koepel. Het interieur heeft veel kunstvoorwerpen. De Visserskapel (15e eeuw) in gotische stijl met een achthoekige koepel en fresco’s, de zeemanskapel (16e eeuw) en vooral de Madonnakapel in het koor achter het altaar uit 1498, met het meest vereerde Madonnabeeld van Sicilië uit 1350 van Nino Pisano. Deze kapel kreeg een marmeren toegang door Ant.Gagini en zonen (1535), met een bronzen hek uit 1591.

De aangrenzende Karmelieterabdij met kloostergang en brede trap uit 1639 huisvest thans het Museo Regionale Pépoli, met een belangrijke collectie, afkomstig van de Bourbon-minister Fardella en van graaf Pépoli van Tràpani. Op de begane grond worden middeleeuwse beelden getoond, o.a. een beeld van San Giacomo door Ant.Gagini (1522). De verdieping heeft 24 kamers voor de Pinakotheek met werken van Titiaan, P.Veronese, Ribera en Serpotta. Voorts sieraden en het Antiquarium met vondsten uit Lilybaeum, Erice en Selinunte. Museum open: ma.-za. 9-13.30, di.,do. ook 15-18.30, zo.- en feestdagen 9-12.30 u.

Vóór de stadspoorten liggen de enorme zoutpannen. De witte zouthopen worden met dakpannen bedekt tegen regen en wind. Hier en daar zijn de oude windmolens bewaard gebleven; een boeiend tafereel!

Aan de westkust, tussen Marsala en Tràpani, zijn lagunes, fascinerend om de merkwaardige glinstering en verstilde schoonheid. Al sinds de Feniciërs bewaken en cultiveren de zoutboeren dit geschenk van de natuur. De zoutwinning die resulteert in het oerproduct keukenzout, vindt plaats volgens eeuwenoude tradities, van generatie op generatie doorgegeven.