Florence

Florence
Uitzicht op de oude stad Florence, ©janine pohl

Florence, hoofdstad van Toscane, heeft 380.000 inwoners en is de zetel van een aartsbisschop, een universiteit en tal van wetenschappelijke en kunstzinnige instituten. Haar musea behoren tot de belangrijkste van de wereld. Sedert de middeleeuwen waren ambachten en kunstnijverheid, vooral wol- en zijdebewerking, leerbewerking, terracotta- en porseleinfabricage, hoog ontwikkeld. Daarbij kwam sedert de 19e eeuw machine- en chemisch-farmaceutische industrie en de opkomst van modehuizen.

Bezienswaardigheden

Piazza del Duomo, met het aangrenzende Piazza San Giovanni is het religieuze middelpunt van de stad, met dom en baptisterium (doopkapel), vrijstaande Campanile (klokketoren), Loggio del Bigallo en Museo dell’Opera di Santa Maria del Fiore (Dommuseum). Aan de dom werden drie kleuren marmer gebruikt: groen uit Prato, rose uit de Maremma en wit uit Carrara.

De dom (Duomo), genaamd Santa Maria del Fiore, is gebouwd en betaald door de Republiek Florence en het lakenweversgilde. Dit bouwwerk is de op drie na grootste christelijke kerk, na de St. Pieter van Rome, de St. Paul van Londen en de kathedraal van Sevilla, met een lengte van153 m en een grootste breedte van 90 m.

Op de plaats van de vroeg-christelijke Santa Reparatakerk werd in 1296 begonnen aan de bouw van een nieuwe kathedraal, naar een ontwerp van Arnolfo di Cambio. Deze kerk werd gewijd aan de Madonna van Florence en heet sindsdien S. Maria del Fiore. Met veel onderbrekingen werd het gebouw, op de koepel na, in 1417 voltooid. De architect Brunelleschi won daarna een prijsvraag (1420) – waarbij hij zijn rivaal Ghiberti versloeg – om de koepel te bouwen. Veertien jaar later, in 1436, was deze klaar, een unieke technische prestatie. Hij maakte een buiten- en een binnenkoepel; ribben van marmer met baksteen er tussen dragen het gewelf. Brunelleschi werd geëerd als de schepper van dit wonder en mocht later als beloning in de dom worden begraven. Bij het ontwerpen van de koepel van de St. Pieter in Rome nam Michelangelo later de principes van Brunelleschi over.

Van buiten is de dom rijk versierd met veelkleurig marmer. Aan de noordgevel bevindt zich de Porta della Mandorla (amandelpoort) met daarboven een reliëf ‘Hemelvaart’ door Nanni di Bianco uit 1420, gevat in een amandelvorm (mandorla). Aan de zijkanten profeten door de jonge Donatello en op het timpaan een mozaïek uit 1491 ‘Aankondiging’ door Ghirlandaio. Ter vervanging van de in 1588 vernielde façade werd tussen 1871 en 1887 een nieuwe gebouwd in aangepaste neogotische stijl.

De vrijstaande Campanile is 82 m hoog. De rechte lijnen contrasteren mooi met de rondingen van het kerkgebouw. Het ontwerp is van Giotto, die de bouw in 1334 begon, maar hij stierf twee jaar later. De toren werd eind 14e eeuw voltooid. De fraaie bas-reliëfs onderaan zijn van Andrea Pisano en van Luca della Robbia en die op de bovenrand van leerlingen van Pisano. Het zijn nu kopieën; de originelen bevinden zich in het Dommuseum. Men kan de toren beklimmen (414 treden) en wordt dan beloond met een schitterend uitzicht over de kathedraal en de stad.

Het interieur van de kathedraal. De drieschepige basilica heeft de vorm van een Latijns kruis. In tegenstelling tot het levendige exterieur maakt het inwendige een sobere indruk. De enorme achtkantige koepel (107 m hoog) is omringd door vijfkantige kapellen, waartussen de sacristieën. De marmeren vloer, naar een ontwerp van d’Agnolo, is uitgevoerd door da Sangallo. De gebrandschilderde ramen zijn ontworpen door Ghiberti, Donatello en Uccello. Tegen de noordwand zijn fresco’s geschilderd: een ruiterbeeld van de legeraanvoerders (condottieri) John Hawkwood door Uccello en van Niccolo da Tolentino door Andrea del Castagno (midden 15e eeuw) en een fresco van Dante met zijn Goddelijke Comedie in de hand, door Michelino. Verder een kopie van Michelangelo’s Pietà, waarvan het origineel uit 1550 zich in het Dommuseum bevindt.

De Nieuwe Sacristie aan de noordwestwand heeft prachtige kasten met ‘intarsio’ (ingelegd hout) door da Maiano. Het was in deze sacristie, dat Lorenzo De’ Medici vluchtte tijdens de moordaanslag in 1478, waarbij zijn broer Giuliano werd gedood.

De binnenzijde van de koepel is versierd met fresco’s van Vasari en Zuccari: Het Laatste Oordeel, 1579. In het midden van de achthoek is het Koor en het Hoogaltaar met een crucifix door B. da Maiano. Rechts de Oude Sacristie met een terracotta van Luca della Robbia. In de centrale kapel aan de oostzijde staat een bronzen sarcofaag met het reliek van San Zenobio, een meesterwerk van Lorenzo Ghiberti.