Florence heden

Florence, Campanile di Giotto
Uitzicht vanaf de Campanile di Giotto in Florence, ©Scott Raymond from Kansas City, USA

Voor wie geen last heeft gekregen van het ‘Stendhalsyndroom’ – genoemd naar de 19e-eeuwse Franse schrijver die flauw viel door een overmaat aan indrukken van de kunst in de Santa Croce – is het goed te weten, dat Florence ook een normale middelgrote provinciestad is. De mooiste winkels, van modeartikelen, leerwaren, schoenen en juwelen, zijn te vinden aan de Via Tornabuoni. In diverse palazzi zijn beroemde modehuizen gevestigd, zoals Gucci, Armani en Yves St. Laurent. Op nr. 43 is de Profumeria Inglese, die al anderhalve eeuw bestaat en vooral bij de vele Engelsen in trek was en is. Ook de Via della Vigna Nuova is een elegante winkelstraat. Hier is ook het Palazzo Rucellai (15e eeuw) van Alberti, waarin zich het Alinari Fotografisch museum en archief bevindt. Hier is het hele kunstbezit van Florence fotografisch vastgelegd. Hier tegenover is de Loggia dei Rucellai, een expositieruimte.

Veel schoenwinkels zijn te vinden in de Via Calzaiuoli (straat van de kousenmakers). Westelijk hiervan was ooit het joodse ghetto. Het Piazza della Repubblica is het moderne centrum, op de plaats waar eens het Romeinse forum was en later de middeleeuwse ‘Mercato Vecchio’, de voedselmarkt. Bij de sanering van de stad in de 19e eeuw ging het typische karakter verloren. Een neoclassicistische arcade en diverse bekende cafés met terrassen typeren het plein. De Zwitser Gilli opende in 1773 het café van die naam. Paszkowski was het eerste bierlokaal, nu café-concert, waar bekende zangers op zomeravonden optreden. In café Giube Rosse kwamen destijds bekende kunstenaars bijeen. Onder de arcaden bereikt men het hoofdpostkantoor; op donderdag is er bloemenmarkt.

In de oude Via Por Santa Maria en op de Ponte Vecchio is het altijd een gewoel van toeristen; in het weekend flaneren hier ook de Florentijnen. De Loggia del Mercato Nuovo wordt ook genoemd naar het bronzen everzwijn ‘Il Porcellino’. Door het beest over de snuit te aaien verzekert men zich van een spoedige terugkeer naar de stad, zo wil de traditie. De Loggia werd in de 16e eeuw gebouwd voor de handel in goud en zijde. Failliete kooplui werden hier publiekelijk te schande gezet. Nu verkoopt men er leer- en strowaren, linnengoed en souvenirs.

De andere grote markt is de Mercato San Lorenzo op het plein van die naam: leer, kleding, schoenen, shawls en sieraden. De markt zet zich voort in de Via dell’Ariento. Hier ligt ook de Mercato Centrale, de centrale voedselmarkt van Florence, in een gietijzeren hal uit 1870 van Mengoni, waar vlees, vis, groenten en fruit en andere levensmiddelen verkocht worden. Ook kan men er allerlei belegde broodjes kopen. In de nabijgelegen Via Sant’Antonino is een beroemde slagerij, waar het vol hangt met hammen en worsten, een echte ‘norceria’. Mooie winkels zijn ook te vinden in de Via Cavour, zoals boekhandels en winkels met kunstreproducties, en in de Via Ricasoli. De A.P.T., het centrale toeristen-informatiebureau, huist in de Via Cavour, naast het Palazzo Medici-Riccardi.

Restaurant ‘Il Latini’ in de Via Palchetti is typisch Florentijns; men schuift bij lange tafels aan; er hangen hammen aan het plafond, er staan open chianti-mandflessen gereed op tafel en het dagmenu wordt je toegeroepen. De ‘bistecca fiorentina’ voor mensen met een flinke eetlust is voortreffelijk. Een elegante bar, geliefd bij de locale zakenlieden, is de ‘Giacosa’, op de hoek Via della Spada-Via Tornabuoni. Daar tegenover serveert men heerlijke broodjes, o.a. met truffelpâté, bij Procacci. Aan een pleintje langs de Via della Spada ligt het Museo Marino Marini in het San Pancraziokerkje. Sedert 1988 herbergt het de nagelaten beelden van de moderne beeldhouwer, die leefde van 1901 tot 1980.

Aan het einde van de Via Tornabuoni ligt het Palazzo Antinori. De markies van die naam drijft hier een eeuwenoud wijnhuis van zijn voorgeslacht. Men kan hier ook lunchen en behalve wijn ook olijfolie en kaas kopen, afkomstig van de eigen landgoederen in Chianti en Umbrië.

Na de sloop van het ghetto werd aan de Via Farini omstreeks 1880 een nieuwe synagoge gebouwd in Spaans-Moorse stijl, met een hoge groene koepel.

Ten noorden. van de Santa Croce is nog een stuk oud-Florence overgebleven, tot het Piazza San Ambrogio, waar een grote markt wordt gehouden. Deze oude volkswijk telt nog veel kleine bedrijfjes (botteghe), vooral van leerbewerkers.

Wat de economie van Florence betreft, die drijft vooral op het genie van de ontwerpers. Ferragamo, Gucci en Pucci zijn wereldwijd bekende namen. Oude adel vindt men terug in het zakenleven: de Strozzi’s in het bankwezen, Frescobaldi in de wijn en Antinori in wijn en voedingsmiddelen.

De edelsmeden maken gouden sieraden naar historische ontwerpen en met terracotta’s in de stijl van Della Robbia zet men de traditie voort. Ook het glaswerk is traditioneel-verfijnd. Kleine en middelgrote bedrijven vormen de kern van de Florentijnse en in het algemeen de Toscaanse economie. De onafhankelijke ‘borghesia’ (burgerij) beheerst de industrie, de kunstnijverheid en het toerisme als bedrijfstak.

De uittocht van plattelandsbewoners naar de stad is in recente tijd gevolgd door het omgekeerde. De plattelandsbevolking groeit weer, door drie oorzaken: forensen, die er bouwen, de uitbreiding van het aantal tweede huizen en de vestiging van buitenlanders. De overheid stimuleert het behoud van het ‘centro storico’, o.a. door in Florence het gemotoriseerd verkeer drastisch aan banden te leggen. Nieuwe stadsuitbreiding vindt plaats ten westen van de stad, door middel van satellietsteden. De harmonische vermenging van ambachten, dienstverlening en industrie hebben een tamelijk stabiele situatie opgeleverd. Het overweldigende culturele erfgoed gecombineerd met de harmonie van het historisch gegroeide landschap maken Florence en omgeving tot een geliefde reisbestemming.