Massa Marittima

Door een eenzaam, dunbevolkt gebied bereikt men ten zuiden van de Colline Metallifere, reizend in westelijke richting de stad Massa Marittima (10.000 inwoners). De zilver-, koper- en pyrietmijnen in de bergen werden al vóór de Etrusken ontgonnen. Eens lag Massa aan zee, vandaar de toevoeging Marittima, maar er vormde zich gaandeweg een grote slibvlakte, de Maremma, eeuwenlang een ongezond moerasgebied.

In de 9e eeuw verplaatste de bisschop van Populonia zijn zetel naar Massa, omdat Populonia geregeld door de Saracenen werd geteisterd. Na een bloeiperiode als gevolg van de mijnbouw, met afzet over geheel Europa – waarvan een mijnbouwcodex uit 1310 getuigt – werd de stad in de 14e eeuw door Siena veroverd en in de 16e eeuw door Florence. Vanwege de malaria werd Massa van de 14e tot de 19e eeuw een vrijwel dode stad. Toen werden de moerassen drooggelegd en trad herstel in. Maar juist door die eeuwenlange stagnatie bleef het middeleeuwse aanzien van de stad vrijwel onaangetast.

Het centrum is het Piazza Garibaldi, een prachtig ontworpen plein met middeleeuwse gebouwen er omheen: de dom, het Palazzo Pretorio, het stadhuis en het bisschoppelijk paleis, allemaal uit de 13e eeuw, een imposante eenheid.

De Duomo San Cerbone is een majestueus gebouw van goudkleurige steen en wit-rood-groen gestreept marmer in Pisaans-Romaanse stijl. De façade ligt boven een brede trap. Het bovengedeelte heeft een loggia met tien bogen op zuiltjes; zij staan op de ruggen van knielende mensen, op paarden en griffioenen. De campanile heeft vensters, steeds meer naar boven toe. Op de middendeur zijn scènes uit het leven van San Cerbone afgebeeld. De sierlijke apsis is ontworpen door Giovanni Pisano (1287).

Het interieur: Het is een drieschepig gebouw met zuilen die mooie kapitelen hebben. Op het roosvenster in de façademuur ziet men San Cerbone met paus Vigilius (14e eeuw). De doopvont met travertijnbekkens heeft bas-reliëfs met taferelen uit het leven van Johannes de Doper, van Girolo da Como (1267). In de Capella della Madonna een beeld uit 1316 van Duccio di Buoninsegna. De sarcofaag van San Cerbone onder het koor (1324) is een meesterstuk van Sienese beeldhouwkunst, van Gorgo di Gregorio. De kostbare kerkschat bevindt zich in de onder de vloer gelegen Capella delle Reliquie.

Het Palazzo Pretorio uit 1230 is Romaans; het heeft mooie wapenschilden aan de gevel en tweelingvensters boven. Hierin is de pinacotheek ondergebracht, met o.a. een prachtige ‘Maestà’ van Ambrogio Lorenzetti en werk van Sano di Pietro en Sassetta. Ook is hier het archeologisch museum met Etruskische en Romeinse oudheden uit de omgeving.

Het Palazzo Comunale bestaat uit drie delen; het middelste is uit de 14e eeuw, door Sienese bouwmeesters gemaakt. Het linker gebouw heeft een 13e-eeuwse toren met een reliëf van de wolvin van Siena, door Urbano da Cortona (1468). Binnen een ‘Tronende Madonna’ uit ca. 1330 van Ambrogio Lorenzetti.

Over de Via Moncini bereikt men de bovenstad met de massieve Torre Candeliere (begin 13e eeuw), die met een wijde boogbrug verbonden is met de stadsmuur, een deel van het 14e-eeuwse Sienese fort.

Aan het plein bij de Fortezza bevindt zich het Museo Miniero, het museum van de geschiedenis van de mijnbouw in deze streek.

Evenement

Op de laatste zondag van mei en de tweede zondag van augustus wordt de Balestra del Girofalco gehouden, een kleurrijk schouwspel, waarbij boogschutters op metalen valken schieten, volgens een oude traditie.

Vetulonia (Etruskisch: Vetluna), ca. 20 km ten noorwesten van Grosseto, is de plaats van een grote Etruskische necropolis. Eens was de vlakte vóór deze plaats een groot meer (lagune), met een kanaal naar zee; nu kan men de zee van hier uit niet eens meer zien. Waar nu maar enkele huizen staan lag ooit een machtige stad met een grote haven, omringd door een muur van 3 km Zij dreef handel met West-Europa en de Oriënt en sloeg haar eigen munten. De necropolis was groter dan de stad zelf, met prachtige grafheuvels en graven in de vorm van stenen huizen. Ook is hier een Mithratempel opgegraven.

Populonia was in de Etruskische tijd een van de belangrijkste ijzer producerende plaatsen van de oudheid. IJzererts uit Elba en kopererts uit de Colline Metallifere werden er gesmolten en uitgevoerd. De Etruskische graven – ‘edicule’ (tempelvorm) voor de edelen en ‘tumuli’ (grafheuvels) voor de gewone burgers, zijn gevonden onder de stortbergen van de ertssmelterijen. Een zonsondergang aan de kleine baai van Baratti is een belevenis.

Populonia werd in de 12e eeuw overvleugeld door de Pisaanse vestingstad Piombino (Piombo = lood), op de punt van het schiereiland tegenover Elba gelegen. Behalve veerhaven voor Elba (1 uur) en Corsica (4 uur) is het sinds de 19e eeuw standplaats van zware industrie (hoogovens). De stad heeft nu ca. 40.000 inwoners. Aardige oude gebouwen zijn het Palazzo Comunale (13e eeuw) en de Sant’ Antimokerk (14e eeuw).

De kust naar het zuiden volgend, komt men bij de exclusieve moderne badplaats Punta Ala, gelegen op een schiereiland aan de Golfo di Follonica. Hotels en appartementen liggen temidden van parken en pijnboombossen. Er is een vissers- en jachthaven en men kan er golf en polo spelen.

Daarna volgt Castiglione della Pescaia, een befaamde bad- en vissersplaats, met een modern gedeelte om de haven en een oud stadje op een heuvel, gedomineerd door de gave 14e-eeuwse Rocca Aragonese, hetgeen weer herinnert aan de Spaanse overheersing. Zandstranden vindt men iets westelijker, bij de plaatsjes Rina del Sole en Le Rocchette.

‘Grosseto aan zee’ wordt gevormd door het vrijwel onbedorven en ietwat vervallen, maar charmante Marina di Grosseto, omringd door mooie pijnbomen. Iets verder ligt Principina al Mare, een drukker en toeristischer oord.