Pisa

(105.000 inwoners)

Ieder die voor het eerst de Porta Santa Maria (of Porta Nuova) passeert, wordt getroffen door de adembenemende aanblik van de vier ‘witte wonderen’ op het ‘Campo dei Miracoli’; eerst het cilindrische Baptisterium met zijn vreemde koepel, dan de dom in al zijn grootsheid en op de achtergrond de overbekende scheve campanile en achter al dit schoons de witte muren van het Campo Santo, de oude begraafplaats.

Ook elders in de stad getuigen prachtige gebouwen van voorbije glorie en grandeur van de Pisaanse Republiek. Van de Toscaanse steden is Pisa de meest toegankelijke en gastvrije.

De Pisanen zijn ook trots op hun Lungarni, de kaden langs de Arno met de majestueuze reeks paleizen in pasteltinten en het gotische juweel de Santa Maria della Spina.

De stad was open naar de zee, die voor de roemrijke republiek de bakermat en de roem, rijkdom en ondergang betekende.

De dichter d’Annunzio noemde Pisa een stad van stilte, maar zij is nu weer levendig, met handel en industrie (farmaceutische, textiel- en glasindustrie), een oude universiteit, de zetel van een aartsbisschop en met veel toerisme.

Geschiedenis

Omstreeks de 7e eeuw v.C. stichtten de Liguriërs een dorp op de plaats waar nu de dom staat, daarna koloniseerden Grieken en Etrusken er. De Etrusken bouwden er al een haven ten behoeve van hun belangrijke stad Velathri (Volterra). Sinds 180 v.C. was Pisa romeins bezit. Door haar ligging direct aan zee en aan de monding van de Arno werd Pisa steeds belangrijker als havenstad. Tijdens keizer Augustus bevoeren haar handels- en oorlogsschepen het hele Middellandse Zeegebied. Er waren scheepswerven en handelskantoren. Octavianus liet in een baai de Sinus Pisanus bouwen als nieuwe haven.

Na de instorting van het Romeinse Rijk bleef de haven belangrijk. De stad kwam achtereenvolgens onder Ostrogotisch, Byzantijns, Longobardisch en Frankisch bestuur en werd toen ingelijfd bij het Toscaanse markiezaat onder de Karolingers.

De grootste macht en bloeitijd kwam in de 11e tot 13e eeuw. Samen met Genua versloeg Pisa de Saracenen in 1016 en veroverde Sardinië en Corsica. In 1063 versloeg Pisa de Saracenen met hulp van de Normandiërs bij Palermo. Hiermee ving de opbloei pas echt aan. De kruistochten versnelden dit proces nog eens. Door deelname aan de eerste kruistocht in 1099 werden nieuwe handelsroutes geopend in het oostelijke Middellandse Zeegebied. Van Bagdad werden per karavaan oosterse producten, zoals zijde, rietsuiker en specerijen naar de havens van Syrië en Palestina gebracht en daar in de schepen uit Pisa en Genua geladen voor vervoer naar het westen. Het monopolie van Venetië werd hiermee gebroken. De uitvarende schepen brachten hout, wapens en pelgrims naar het oosten.

Eind 11e eeuw werd Pisa een vrije ‘comune’, een stadstaat. Dit werd in 1081 door de keizer bevestigd. Intussen werd steeds gestreden met de rivalen in het achterland, Lucca en Florence en met die overzee, Genua en Amalfi. Amalfi werd verslagen, maar in 1284 bracht Genua Pisa een enorme nederlaag toe. Nadien ging het met de welvaart van Pisa steeds slechter. De pausgezinde Welfen kwamen aan de macht met graaf Ugolino della Gherardesca, die echter na vier jaar gevangen genomen werd en met zijn familie in een toren opgesloten en aan de hongerdood werd prijsgegeven. Dante heeft dit beschreven in zijn ‘Inferno’. Ten slotte werd Pisa in 1406 door Florence veroverd. De’ Medici deden veel voor de stad. Zo herstelde Cosimo I de 12e-eeuwse universiteit, waar o.a. Galileï doceerde. In 1944 werd door bombardementen veel schade aangericht.

Galileo Galileï

De meest beroemde Pisaan, Galileo Galileï, (1564-1642) was wiskundige en natuuronderzoeker, later professor in Pisa en Padua en ten slotte hofmathematicus van de groothertog van Toscane in Florence. In de dom van Pisa experimenteerde hij met de wetmatigheid van de slingerbeweging door middel van de bronzen ‘lampada di Galileo’ die daar nog hangt. Hij benutte de scheve toren voor studie van de zwaartekracht en de versnelling van vallende voorwerpen. Als astronoom ontwikkelde hij een sterrekijker. Op grond van zijn waarnemingen verklaarde Galileï zich openlijk vóór de opvatting van Copernicus, die had beweerd, dat de aarde slechts een planeet was die om de zon draait. De kerkelijke inquisitie dwong Galileï na een proces om zijn bewering te herroepen, maar nadat hij dit had gedaan fluisterde hij ‘eppur si muove’ (en toch beweegt zij). Na zijn veroordeling trok Galileï zich terug in Arcetri bij Florence, waar hij in 1638 zijn hoofdwerk ‘Discorsi’ schreef over fysische onderwerpen. Dit boek werd een van de grondslagen van de moderne natuurwetenschap.
Pas in 1835 werd het boek van de index geschrapt. Paus Johannes Paulus II heeft onlangs erkend, dat de vervolging door de Kerk onrechtmatig was.

Bezienswaardigheden

Voor alles is natuurlijk de Campo dei Miracoli te bezichtigen. Voor auto’s is er in Pisa moeilijk plaats te vinden; er gaat een bus van het station naar de Campo. Er is een gecombineerd entreebiljet te koop voor Baptisterium, Camposanto, Museo delle Sinopie en Dommuseum, hetgeen goedkoper is dan aparte kaartjes.

De Campo, op een hoogte aan de noordwestkant van de stad, was ook de plaats van de oudste bewoning. Pas in de 10e eeuw breidde de stad zich uit tot aan de Arno. Ten westen en noorden van de Campo zijn restanten te zien van de 12e-eeuwse stadsmuren met kantelen.

De Dom (Duomo)

Open: mrt.-okt. 10-19.40, feestdagen 13.00-19.40, nov.-feb.10-12.45 en 15-17 uur, feestdagen 15-17 uur. Direct nadat Pisa in 1063 de Saracenen had verslagen werd met geld uit de rijke buit een begin gemaakt met de bouw van de Dom, onder leiding van Buscheto en voortgezet onder Rainaldo, die het schip naar het westen verlengde en de façade en de apsis bouwde. De Dom werd ingewijd in 1118 maar was pas in de 14e eeuw voltooid. Het grondplan is een Latijns kruis, het gebouw is Romaans van stijl, maar er zijn elementen van andere stijlen in opgenomen, die tezamen een volstrekt unieke Pisaanse stijl opleverden.

De gevel van de Dom is sierlijk; op de fries zijn diervoorstellingen aangebracht. De 54 zuiltjes zijn in vier lagen boven elkaar geplaatst. De bronzen deuren, naar ontwerp van Bonanno Pisano, na een brand hersteld door Giambologna beelden het leven van Maria en Jezus uit. De deuren van het transept, tegenover de Campanile, hebben fraaie Romaanse panelen van Bonanno Pisano, met voorstellingen uit het leven van Christus (1180).

De Pisaanse bouwstijl (12e-13e eeuw)

De kerken en andere bouwwerken werden bekleed met marmeren platen en er werden arcades en galerijen met zuiltjes tegen de gevel geplaatst. Typerend zijn de ‘blinde arcades’, rijen opgevulde bogen tegen de buitenwanden. Er zijn enkele boven elkaar geplaatste verdiepingen met arcades, in Pisa vier, met afwisselend lichte en donkere banden van marmer. Buiten Pisa vinden we typisch ‘Pi¬ saanse’ kerken o.a. in Lucca (dom en San Michele), in Pistoia, Prato, Arezzo, Genua en Massa Marittima, zelfs op Corsica en Sardinië.

De koepel boven de viering is oosters van vorm, maar gotisch van decoratie. Op de voorgevel staat een Madonnabeeld van Andrea Pisano, met aan weerszijden engelfiguren uit de school van Giovanni Pisano. Ter hoogte van de tweede galerij staan beelden van evangelisten. Verder vallen de kleurige decoraties met geometrische motieven op, ontleend aan oosterse voorbeelden. De mozaïeken boven de portalen zijn uit de 15e eeuw.

Het interieur is overweldigend. De wanden vertonen banden van gekleurd marmer. De 68 zuilen zijn voor een deel uit de oudheid, als krijgsbuit na de overwinning op de Saracenen meegenomen uit Sicilië. De preekstoel is een absoluut hoogtepunt van gotische beeldhouwkunst, door Giovanni Pisano (1302-1311). De preekstoel wordt gedragen door granieten zuilen, waarvan er twee op leeuwen steunen; een aantal toont menselijke figuren: Hercules, Michael, Christus met de evangelisten aan zijn voeten en figuren, die de deugden geloof, hoop en liefde voorstellen. De voorstellingen op de reliëfs zijn dramatischer en expressiever dan die van Giovanni’s vader Nicola op de preekstoel van het Baptisterium. Giovanni was meer door de gotiek beïnvloed. De reliëfs tonen: de Aankondiging, de tocht naar Bethlehem, de geboorte van Christus, de Aanbidding der Koningen, de Vlucht naar Egypte, het Lijdensverhaal en het Laatste Oordeel.

Midden in het schip hangt de Lampada di Galileo uit de 16e eeuw. Boven het koor is een groot mozaïek met Christus op de troon, Maria en de evangelist Johannes (14e eeuw) met Byzantijnse kenmerken.

De koepel is in de 17e eeuw beschilderd door Riminoldi, met een voorstelling van de hemelvaart van Christus. In het rechter transept staat de graftombe van keizer Hendrik VII (14e eeuw). Het crucifix op het hoogaltaar is van Giambologna.

Baptisterium

De bouw begon in 1152 en werd voltooid in 1400. De onderste verdiepingen zijn Romaans. De eerste bouwmeester was Diotisalvi, na 1260 nam Nicola Pisano de bouw over, samen met zijn zoon Giovanni; zij brachten uiterst fijnzinnige decoraties aan op de bovenbouw. Op de eigenaardige koepel staat een beeld van Johannes de Doper. De meeste beelden van de Pisano’s aan de buitenkant zijn kopieën; de originelen zijn overgebracht naar het Dommuseum. De ingang, tegenover de dom, is fraai versierd.

Het interieur is beroemd om zijn akoestiek. In het midden staat de achthoekige doopvont uit 1246 van Bigorelli, versierd met reliëfs en ingelegd marmer. De belangrijkste bezienswaardigheid is de preekstoel van Nicola Pisano uit 1260. De beelden zijn geïnspireerd door Romeinse sarcofagen. Zij stellen met grote plasticiteit scènes voor uit het leven van Christus. Behalve de Pisano’s heeft Arnolfo di Cambio, die de dom van Florence ontwierp, aan de Doopkapel meegewerkt. Het Baptisterium is geopend apr.-okt. 8-19.40, nov.-feb. 10-16.40, di. 9-17.40 uur.

Campanile (scheve toren)

De cilindrische wit-marmeren ‘Torre Pendente’ in Romaanse stijl, 55 m hoog, is gebouwd tussen 1173 en 1350. De bouwmeester was Bonanno Pisano of Diotisalvi. Bij het bereiken van de derde omloop begon de toren naar één kant te verzakken. Het werk werd een eeuw stilgelegd en in 1275 hervat door Giovanni di Simone, die de hogere verdiepingen in tegengestelde richting liet afwijken, maar het verzakken ging door. Ten slotte werd de bouw in 1350 voltooid door Tomasso Pisano, van wie de klokgalerij op de top afkomstig is. De bouwstijl is als die van de dom, met arcaden en blinde bogen met zuiltjes daartussen. De toren is aan de zuidzijde 2,20 m ingezakt een staat 4,256 m uit het lood. Met 294 treden kon men de top bereiken en de sensatie beleven van een blik omlaag. Van begin 1990 tot december 2001 was de toren gesloten voor het publiek. Door middel van een ‘corset’ van staalkabels en injecties met cement en lood heeft men gepoogd verder verzakken tegen te gaan. Van de top deed Galileï zijn experimenten met de zwaartekracht.

Het Campo Santo

Open: ’s zomers 8-19.45, 's winters 9-16 uur. Deze 13e-eeuwse begraafplaats is in die tijd door toedoen van bisschop Ubaldo bedekt met grond, afkomstig van Golgotha, meegebracht door kruisvaarders. Om het Campo zijn gotische galerijen gebouwd met daarin 600 grafstenen. De beroemde fresco’s zijn uit de 14e en 15e eeuw. Langs de wanden zijn Griekse en Romeinse sarcofagen, tomben en beelden opgesteld. In 1944 hebben de galerijen aanzienlijke bomschade opgelopen. Bij de restauratie, die in 1979 voltooid was, kwamen onder de fresco’s de oorspronkelijke schetsen, de z.g. ‘sinopia’s te voorschijn (genoemd naar de rode aarde uit Sinope in Turkije, waarmee ze zijn getekend). Deze sinopia’s zijn weggehaald en overgebracht naar het museum tegenover de Dom.

In de oostelijke galerij bevinden zich 14e-eeuwse fresco’s, in de westelijke galerij fresco’s met het verhaal van Esther (1591) en van Judith (1607), in het midden hangen de oude havenkettingen van Pisa. De noordelijke galerij heeft 23 fresco’s met taferelen uit het Oude Testament (1468-1484) van de Florentijnse schilder Benozzo Gozzoli (in 1991 gesloten voor restauratie). In een apart vertrek, door de Capella Ammanati bereikbaar, in de noordgalerij bevindt zich het meest bekende fresco ‘Triomf van de Dood’ (de pest) van de Florentijn Bufalmacco (vroeg 14e eeuw) met als onderwerp de vergankelijkheid van aardse genoegens. Daar tegenover een verbeelding van het Laatste Oordeel en van de Hel.

De Pisano-familie

De beeldhouwers en architecten uit de familie Pisano hebben zich bijzonder onderscheiden bij de bouw van kerken in Pisa en andere steden. Nicola Pisano (gestorven in 1280) bestudeerde de antieke beelden en ontwikkelde een mate van realisme, te vergelijken met zijn tijdgenoten Duccio en Giotto. Zijn voornaamste werken zijn de preekstoelen in het Baptisterium van Pisa en in de Dom van Siena, de graftombe van San Domenico in Bologna en de grote fontein van Perugia (samen met zijn zoon Giovanni Pisano, (1250-1331). Deze ontwikkelde een verfijnder techniek dan zijn vader. Hij bracht dramatische expressie in zijn figuren, gevoel en hartstocht. Zijn befaamdste werken zijn de preekstoelen in de Dom van Pisa en in de Sant’Andrea van Pistoia en de façade van de Dom van Siena. Andrea Pisano, (1270-1348) werkte vooral in Florence, b.v. aan de zuidelijke deur van het Baptisterium aldaar. Ten slotte Andrea’s zoon Nino Pisano, (ca. 1315-1365), die beelden maakte voor diverse kerken in Pisa.

Het Museo delle Sinopie aan het Domplein is gevestigd in het voormalige Ospedale Nuovo della Misericordia uit de 13e eeuw. (Open: mrt.-okt. 8-20, nov.-apr. 9-17 uur). Het bevat de sinopia’s, die bij de restauratie uit het Campo Santo te voorschijn kwamen: de Kerkvaders, het Laatste Oordeel en de Triomf van de Dood (14e eeuw) Daarnaast een schets van de ‘Kruisiging’ van Traini, wiens stijl verwant is aan die van Simone Martini uit Siena en van Lippo Memmi. Andere sinopia’s zijn van Taddeo Gaddi, Andrea Bonaiuti, Antonio Veneziano en Spinello Aretino. Verder de brede schets van het Theologisch Wereldbeeld door Piero di Pucci uit Orvieto (14e eeuw). Dit alles op de eerste verdieping; op de begane grond zijn schetsen te zien van Benozzo Gozzoli (15e eeuw).

Museo dell’’Opera del Duomo (Dommuseum)

De kerkschatten zijn uit de sacristie gehaald en in 1986 opgesteld in het vroegere seminarie (open: ‘s zomers 8-19.45, ’s winters 9-16 uur). Opvallend is het ivoren Madonnabeeldje van Giovanni Pisano, gemaakt voor een altaarstuk, dat verbrand is en een beschilderd houten kruisbeeld van dezelfde artiest. Een fragment van het enorme, met geëmailleerde en zilveren paneeltjes versierde lint, dat op de wijdingsdag om de dom werd gespannen, is hier bewaard. Het museum geeft een goed overzicht van de beeldhouwkunst in Pisa’s bloeitijd, vooral van de Pisano’s.

Museo Nazionale di San Matteo

Dit museum ligt aan de Lungarno Mediceo (open: 9-19, zo. tot 14 uur, ma. gesloten). In dit 15e-eeuwse klooster van San Matteo zijn de zalen vooral gevuld met beelden uit de Pisaanse school en schilderijen uit heel Toscane uit de 12e-16e eeuw. Van groot belang is een reliëf van de Geboorte door Tino da Camaino en de ‘Madonna del Latte’, Maria die het kind zoogt, door Andrea en Nino Pisano (14e eeuw) en houten beelden door Agostino di Giovanni uit Siena en door Valdambrino. Een prachtig verguld borstbeeld van San Lussorio is van Donatello. Bij de afdeling schilderkunst is opmerkelijk een realistisch paneel ‘Kruisiging’ door Giunta Pisano (begin 13e eeuw) en een veelluik van Simone Martini ‘Madonna met Kind’ uit 1320.

Piazza dei Cavalieri

genoemd naar de Cavalieri di Santo Stefano, een militaire orde, die tegen de ‘ongelovigen’ streed. Vasari bouwde in opdracht van Cosimo I aan dit plein de kerk met toren S. Stefano (1569) en ontwierp de voorgevel van het naast de kerk gelegen Palazzo dei Cavalieri (1562). Ook maakte Vasari het Palazzo Gherardesco, genoemd naar de heerser Ugolino Gherardesco, die met zijn gezin in 1288 in de toren naast de poort werd opgesloten en de hongerdood stierf. Dante beschreef dit in zijn ‘Inferno’. Het hele plein, het oude bestuurscentrum van Pisa, is een harmonieus staaltje van laat-renaissancebouw.

De Santa Maria della Spina, aan de zuidoever van de Arno gelegen, werd in de 14e eeuw als huisvesting van een reliek gebouwd, namelijk een doorn (spina) uit de doornenkroon van Christus. Het is een juweel van Pisaanse gotiek, met ook Frans-gotische elementen. De talrijke beelden (nu meest kopieën) komen uit het atelier van de Pisano’s.

De San Paolo a Ripa d’Arno, aan het gelijknamige plein aan de zuidoever gelegen, werd in de 12e eeuw gebouwd naar het model van de dom, in Pisaans-Romaanse stijl.

Over de brug, op de noordoever, ligt de Citadella Vecchia, door de Medici in de 15e eeuw gebouwd (in 1944 verwoest, maar herbouwd).

De Santa Catarina. Deze 13e-eeuwse kerk heeft een elegante gotische façade in Pisaanse stijl, met een prachtig roosvenster. Binnen links is een ‘Apotheose van St.-Thomas’ te zien, van Traini (14e eeuw) en prachtige beelden van Nino Pisano, o.a. een ‘Aankondiging’.

Casa di Galileo,aan de Via Santa Maria 26, is ingericht als museum en studiecentrum (’s morgens geopend) ter ere van de beroemde Pisaanse geleerde. Er tegenover ligt de Orto Botanico uit 1544, de oudste hortus van de wereld.

Feesten

De laatste zondag van juli vindt de ‘Gioco del Ponte’ plaats met een traditie, die tot de 12e eeuw teruggaat. Na een historische optocht trachten twee partijen, uit elk van de stadsgedeelten afkomstig, een kar op de Ponte di Mezzo naar hun kant te trekken. Op 17 juni is de Regata di San Ranieri, een roeiwedstrijd tussen de stadswijken. Elke vier jaar worden ook teams uit Genua, Amalfi en Venetië uitgenodigd. Er gaat een kleurrijke optocht aan vooraf met oude kostuums en vaandels.