Interbellum

Rond 1940 was het Britse imperium nog steeds een macht van betekenis. Na de Eerste Wereldoorlog was besloten om de dure Britse vloot, de ruggengraat van het imperium, sterk in te krimpen. Bijgevolg waren er onvoldoende schepen om het hele rijk op afdoende wijze te beschermen tegen eventuele vijandelijke aanvallen. Japan, tijdens de Eerste Wereldoorlog een bondgenoot van de Britten, had een geheel eigen ontwikkeling doorgemaakt en was geworden tot een geduchte economische en militaire macht. Om aan grondstoffen te komen werd in 1936 Mantsjoerije gekoloniseerd. Daarop volgde een oorlog met China. Deze strijd verliep echter niet geheel volgens plan. Het Chinese verzet was hardnekkiger dan de Japanners hadden verwacht. Maar vlakbij lagen de grondstoffen bij wijze van spreken voor het oprapen: in Zuidoost-Azië!

Deze landen waren echter reeds gekoloniseerd door Engelsen, Nederlanders, Fransen en Amerikanen. Na de val van Frankrijk in mei 1940, kreeg Japan Frans Indochina (nu Cambodja, Laos en Vietnam) zonder slag of stoot in handen. Daarop besloot de Japanse legerleiding om het offensief voort te zetten. De Britten verwachtten een aanval op hun koloniën, maar gingen er van uit dat het zwaartepunt van die aanval bij Singapore zou komen te liggen. Op 7 december 1941 gingen de Japanners tot actie over. Eerst werd het Amerikaanse Pearl Harbour gebombardeerd en rond dezelfde periode begon de aanval op het toenmalige Malaya. Echter niet in de richting van Singapore, zoals de Britten verwacht hadden, maar veel noordelijker. De Japanse troepen landden in de nabijheid van Kota Bharu (Kelantan). De voornamelijk Brits-Indische troepen deden hun uiterste best om het gebied te verdedigen en brachten de Japanners vrij zware verliezen toe. Maar het was onvoldoende. Nadat de Japanners de slag gewonnen hadden, begaven ze zich met alles wat wielen had naar het zuiden. De Britse kolonie viel binnen een zestal weken.