Rassenrellen

Maleisië was dan wel een onafhankelijk land geworden, de economische structuur bleef koloniaal. Dat wil zeggen dat het land diende als leverancier van grondstoffen, nog steeds hoofdzakelijk rubber, palmolie en tin. Op de wereldmarkt fluctueerden de prijzen van deze grondstoffen nogal sterk. Ook intern bleef de structuur koloniaal: de Chinezen zaten hoofdzakelijk in de handel, de Indiërs zaten overwegend op de plantages, de beter opgeleide Maleiers waren ambtenaar en de rest van de Maleiers was werkzaam in de agrarische sector en de visserij. Dit had grote inkomensverschillen tot gevolg. De Maleiers keken naar de Chinezen en kwamen tot de conclusie dat die het veel beter hadden dan zij. Voor een deel was dat inderdaad het geval.

Eind jaren zestig van de vorige eeuw leefde ongeveer de helft van de bewoners van het schiereiland onder de armoedegrens, 75% van hen waren Maleiers. Tijdens de verkiezingen van 1969 verloren de regeringspartijen een behoorlijk aantal zetels. Ze raakten hun tweederde meerderheid kwijt. Op 13 mei 1969 barstte de bom. Enkele zegevierende politieke partijen organiseerden in het centrum van Kuala Lumpur een optocht om hun overwinning te vieren. Een aantal aanhangers van UMNO zette een tegendemonstratie op touw. Beide groepen kwamen met elkaar in botsing. Als gevolg hiervan braken er ernstige rassenrellen uit. Deze breidden zich uit naar de andere grote steden. De Maleiers gingen eerst de Chinezen te lijf en vervolgens ook de Indiërs. Winkels werden geplunderd en in brand gestoken, bedrijven werden vernield. Duizenden mensen verloren het leven. De ongeregeldheden duurden vier dagen. De regering kondigde de noodtoestand af.

Het jaar daarop volgde de reactie van de overheid. Om de armoede te bestrijden moest er economische groei komen. Om dat te bereiken ontwikkelde de regering de New Economic Policy (NEP). Bepaalde gebieden werden omgevormd tot eilanden waar buitenlandse investeerders zich op soepele voorwaarden konden vestigen. De volledige productie moest echter wel voor de export bestemd zijn. Een andere factor was de positieve discriminatie van de Maleiers en andere inheemse volkeren, zoals de inwoners van Sabah en Sarawak. Hiervoor werd het begrip bumiputera (zonen van deze aarde) in het leven geroepen. Op economisch gebied krijgen de bumiputera’s een voorkeursbehandeling en soms zelfs subsidies. Zo zal een overheidsgebouw bijvoorbeeld altijd gebouwd worden door een aannemersbedrijf dat in handen is van een bumi. Een bumi die een eigen bedrijf start, ontvangt vaak financiële ondersteuning van staatswege.