Witte radja’s

De geschiedenis van Noord-Borneo verliep anders dan die van West-Maleisië. Met name het moderne Sarawak heeft een nogal speciale ontstaansgeschiedenis. James Brooke werd op 29 april 1803 in India geboren uit Britse ouders. Hij was een tijdlang als officier in de rang van luitenant in dienst van de British East India Company. Tijdens acties in Birma in 1824 raakte hij zwaargewond. Als invalide werd hij met pensioen gestuurd. Na het overlijden van zijn vader, kocht hij met het geld dat hij geërfd had een jacht, voorzien van kanonnen. Hij doopte het The Royalist. Met dit schip ging hij op avontuur. Tijdens een van zijn omzwervingen kwam hij in Noord-Borneo terecht.

Daar waren de Dajaks in opstand gekomen tegen het gezag van de sultan van Brunei. James en zijn jacht werden door de sultan in dienst genomen om de opstand te onderdrukken. Met behulp van de kanonnen op zijn jacht lukte hem dit. Als dank voor de bewezen diensten, schonk de sultan hem een aanzienlijk deel van het huidige Sarawak. Ook verleende de sultan hem de titel radja. Zo werd in 1841 de basis gelegd voor het rijk van The White Rajah’s of Sarawak. James was streng maar rechtvaardig en dat viel in de smaak bij zijn nieuwe onderdanen. Hij begon met de pacificatie van zijn koninkrijk. Hij bestreed slavernij en piraterij en vooral ook de lokale gewoonte van het koppensnellen. Voor het overige greep hij zo weinig mogelijk in, in het traditionele leven van de lokale bevolking. Ook zijn erfgenamen hielden vast aan deze gewoonte.

James had geen legitieme opvolger. Daarom adopteerde hij een van de zonen van zijn zuster, die de naam Brooke aannam. Na het overlijden van James in 1868, volgde Charles zijn oom op als de tweede radja van Sarawak. Charles was, net als zijn voorganger, een kleurrijk figuur. Hij was zeer geïnteresseerd in de levenswijze van de lokale bevolking. Voor hij zijn oom opvolgde verbleef hij soms maandenlang in de jungle, om zijn volk en hun tradities beter te leren kennen. In 1863 was hij officieel tot opvolger benoemd en ontving de titel Raja Muda (vrij vertaald: kroonprins). James trad keurig in het huwelijk met een Britse dame, Margaret de Windt. Voor haar liet hij het paleis Astana bouwen bij wijze van huwelijksgeschenk. Het echtpaar kreeg samen 6 kinderen. De oudste dochter en haar tweelingbroertjes overleden echter in 1873 als gevolg van cholera, aan boord van een schip onderweg naar Engeland. Datzelfde jaar kwam er ook een doodgeboren kind ter wereld. Daarna schonk Ranee Margaret nog het leven aan drie kinderen, onder wie Charles Vyner, de troonopvolger, in 1874. Om onnodige risico’s te vermijden, kwamen deze kinderen in het Verenigd Koninkrijk ter wereld. Volgens geruchten zou James echter tal van minnaressen gehad hebben, zowel onder de lokale bevolking als in de kring van Britse dames die in Sarawak woonachtig waren.

Tijdens het bestuur van Charles kende Sarawak een periode van vrede en welvaart. De meeste gebouwen van belang in Kuching, zoals het Astana, Fort Marguerita, het gerechtsgebouw en het Sarawak museum werden gebouwd op zijn initiatief. In 1888 werd Sarawak officieel een Brits protectoraat. Dat hield onder andere in dat het bestuur, als dat nodig was, een beroep kon doen op Britse troepen. Charles zette in principe het beleid van zijn oom voort. Hij bevocht slavernij en piraterij, moedigde de handel aan en bestreed de praktijk van het koppensnellen. Ook zette hij een soort parlement op, waarin de leiders van de lokale bevolking hun zegje konden doen. Het was in de tijd dat hij regeerde dat er in de buurt van Miri aardolie ontdekt werd.

Toen Charles in 1917 overleed, werd hij opgevolgd door zijn zoon Vyner. Het was onder zijn bestuur dat er, in de jaren dertig van de 20e eeuw, definitief een einde kwam aan het koppensnellen, hoewel... In 1941 werd uitgebreid het honderdjarig bestaan gevierd van de Brooke-dynastie. Bij die gelegenheid maakte Vyner zijn plannen bekend voor een onafhankelijk, democratisch bestuurd, vrij Sarawak. Helaas gooiden de Japanners roet in het eten. Saillant detail: tijdens de Japanse bezetting was er lokaal verzet. Vyner verklaarde het snellen van Japanse koppen legaal voor de duur van de oorlog. Als je vandaag de dag in een rumah panjang (langhuis) op bezoek bent en je hebt het vertrouwen van de bewoners, dan laten ze je soms stiekem een rieten mandje zien met daarin een aantal zwartgerookte, gekrompen mensenhoofden. Als je vraagt wat voor mensen dat ooit waren, dan luidt het antwoord steevast: orang Jepun (Japanners).

Na de oorlog keerde Vyner Brooke voor een korte periode terug naar Sarawak, maar in juli 1945 droeg hij al zijn bevoegdheden over aan Londen. Sarawak werd een Britse kroonkolonie. Vyner en zijn echtgenote keerden naar Engeland terug, waar hij op 9 mei 1963 overleed. In juli 1963 trad Sarawak, ondanks het feit dat een deel van de bevolking het hier niet mee eens was, toe tot de Maleisische federatie.