Inwoners van Maleisië

Maleiers

Met 50,4% van de totale bevolking vormen zij de grootste groep. Het Bahasa Malaysia en het Bahasa Indonesia zijn sterk aan elkaar verwant. Eigenlijk is het dezelfde taal, maar met lokale varianten. Maleisië is taalkundig door het Engels beïnvloed, Indonesië door het Nederlands. Verder behoren het Tagalog, de voornaamste taal van de Filipijnen en het Polynesisch tot dezelfde taalgroep. Maleiers hebben meestal een huidskleur die zich het best laat omschrijven als koffie-met-melk, op hun hoofden groeit zwart haar en ze hebben meestal een slanke lichaamsbouw. Hoewel dit laatste met de invoering van een aantal Amerikaanse fastfoodketens, langzaam begint te veranderen. Ooit, voor de 13e eeuw, waren de inwoners van de regio hindoes of boeddhisten.

Waarschijnlijk als gevolg van handelscontacten bekeerde een aantal van hen zich tot de islam. Interessant aan de nieuwe godsdienst was het feit dat voor Allah alle mensen gelijk zijn. Dat was bij het hindoeïsme met zijn kastensysteem niet het geval. Toen een aantal sultans besloot om over te stappen naar de nieuwe godsdienst, was het hek van de dam. Het religieuze leiderschap kwam bij de sultans te liggen en dat is zo gebleven tot op de dag van vandaag. Na de onafhankelijkheid werd besloten dat Maleisië een islamitisch land zou zijn. De islam is dan ook de staatsgodsdienst. Iedere Maleier is in principe moslim.

Een niet-moslim die verliefd wordt op een moslim, moet zich bekeren, anders kan hij/zij een huwelijk wel vergeten. Alle overige godsdiensten zijn overigens vrij. Het land kent ook een dubbele wetgeving. Voor moslims telt de Maleisische versie van de sharia, voor alle andere religieuze groepen tellen de seculiere wetten van het land. De laatste 20 jaar is het uiterlijk van de gemiddelde Maleisische vrouw sterk veranderd. Vroeger was een vrouw die een hoofddoek droeg eerder een uitzondering, nu is een islamitische dame zonder hoofddoek (tudong) een witte raaf. Ook in Maleisië is het wereldwijde islamitische puritanisme een feit. Als toerist heeft men van dit alles weinig of geen last. Maar u moet niet in discussie gaan over godsdienst en zeker niet over de islam.

Chinezen

Met 23,7% vormen zij de tweede groep. Hun religie is overwegend boeddhistisch. Ooit werden zij door de Britten uit China gehaald om in de tinmijnen te werken. Allen droomden ervan snel rijk te worden om dan zegevierend naar hun geboorteplaats terug te keren. Dat geluk was echter slechts voor weinigen weggelegd. Na afloop van hun contract bij de tinmijn, gingen veel Chinezen de handel in. Anderen werden handwerksman of ze begonnen een eetkraam of een restaurant. Dit patroon is nog steeds zichtbaar. De meesten zijn oorspronkelijk afkomstig uit het zuiden van China. Binnen de Chinese bevolkingsgroep worden verschillende dialecten gesproken. Men spreekt Kantonnees, Hokkien of Hakka. Tegenwoordig sturen veel Chinezen, maar ook Maleiers, hun kinderen naar Chinese scholen, waar ze Mandarijn en Chinees (de Chinese hoofdtaal) leren. Een en ander is het gevolg van de recente economische groei van China. De Chinezen hadden en hebben nog steeds de neiging om onderling hun eigen dialect te spreken en om hun soortgenoten, waar mogelijk te helpen en bij te staan.

Peranakan

Dit is een buitengewoon interessante bevolkingsgroep. Ze worden ook wel Baba-Nyonya of Straits Chinese genoemd. Zij stammen af van de handelaren die zo’n 300 jaar geleden naar Malakka kwamen. Zij hebben zich ooit vermengd met de lokale bevolking. Ze zien er uit als Chinezen, maar spreken onderling Bahasa Malaysia. Traditioneel kleden zij zich als Maleiers. Op basis van de Chinese keuken hebben ze in de loop der jaren een eigen stijl van voedselbereiding ontwikkeld, door toevoeging van lokale ingrediënten. Ze leven hoofdzakelijk in Malakka, maar u treft hen ook aan in Penang en Singapore.

Indiërs

Zij worden met 7,1% beschouwd als de derde bevolkingsgroep. De meesten van hen zijn ooit door de Britten uit het dichtbevolkte zuiden van India geïmporteerd als arbeidskrachten voor op de plantages. Het zijn hindoes. Ze spreken overwegend Tamil en hebben een vrij donkere huidskleur. Het merendeel van de Tamils verblijft nog steeds op het platteland, meestal op de rubber- en oliepalmplantages. In de steden treft u nogal wat Mamak aan. Dat zijn islamitische Indiërs. Zij zijn vrij licht van huidskleur en vaak Europees van lichaamsbouw. Overwegend zitten ze in de handel, hebben een winkel, een restaurant of een tijdschriftenkiosk. Deze groep heeft ook de nodige intellectuelen voortgebracht.

Daarnaast zien we af en toe ook nog sikhs. Zij zijn van oorsprong afkomstig uit Noord-India. Ooit zijn zij door de Britten naar Malaya gehaald als administrateurs, politieagenten of militairen. Kenmerkend is dat de mannen hun hoofdhaar niet mogen knippen of afscheren. Vandaar de tulbanden en de baardnetjes. Fysiek zien zij er vaak nogal indrukwekkend uit. Het komt voor dat Indiase families Chinese weeskindertjes adopteren en opvoeden als hun eigen kinderen. Vandaar dat je soms wel eens dames ziet met het uiterlijk van een Chinese, maar gekleed als een Indiase. Gemengde Indiaas-Chinese huwelijken komen tegenwoordig steeds vaker voor. Hun afstammelingen worden Chindian genoemd. Ze lijken qua uiterlijk vaak op Maleiers.

Naast deze drie bevolkingsgroepen kennen we nog de verschillende orang asli.

Semang

Ook wel negrito’s genoemd, leven in kleine groepen van ongeveer 30 gezinnen. Uiterlijk lijken ze een beetje op Papoea’s, vrij donker van huidskleur, met gekrulde, kroesachtige haren. Onder elkaar kiezen ze een dorpsoudste. Particulier bezit is bij hen zo goed als onbekend. Alles is van iedereen. Ongehuwde, geslachtsrijpe meisjes wonen in een hut apart. De Semang hebben hun eigen talen, maar meestal kunt u wel met hen communiceren in het Bahasa Malaysia. Een huwelijkspartner moet buiten de eigen stam worden gezocht. Trouwen met een familielid is taboe. Vaak fungeert het dorp waarin ze leven als een soort basiskamp.

Van daaruit trekken kleine groepen vaak voor vele weken de jungle in. In het gebied waar ze tijdelijk verblijven zetten ze primitieve hutten op die bestaan uit een platvorm op paaltjes, overdekt met een schuin dak, gevlochten van bladeren. Ze gaan op jacht en verzamelen bosproducten. De Semang bewonen het land vermoedelijk al sinds het neolithicum. Ze zijn met slechts enkele duizenden. Een vrij bekende groep leeft langs de rivier die toegang geeft tot Taman Negara en onder begeleiding van een kampgids kunt u hen bezoeken.

Senoi

Zij vormen de grootste groep. Er wonen ongeveer 40.000 Senoi op het schiereiland. Zij zijn vrij licht van huidskleur. Ze leven meestal in de bergen. U kunt hen onder andere aantreffen in de Cameron Highlands. Ze voorzien in hun bestaan door kleinschalige, zelfvoorzienende landbouw. Overschotten worden dikwijls verkocht in stalletjes langs de kant van de weg. Ze produceren onder meer bergrijst, zoete aardappelen, tapioca en dergelijke. Ze houden kippen, geiten, schapen en koeien en ze vissen in de bergriviertjes in hun omgeving met netten die ze vlechten van rotan. Ze vullen hun menu aan met producten uit het oerwoud: noten, vruchten, eetbare wortels, wilde honing en nog veel meer.

Proto-Maleiers

Ten slotte zijn er nog de proto-Maleiers. Zij bestaan uit verschillende stammen. Er wonen ongeveer 30.000 proto-Maleiers in West- Maleisië. De Jakun vormen de grootste groep. Hun middelen van bestaan komen sterk overeen met die van de Senoi, alleen leven zij hoofdzakelijk in afgelegen laaglandgebieden in het binnenland. Als u het Cinimeer (Tasek Cini) bezoekt, is het mogelijk dat u met hen in aanraking komt.

De meeste orang asli zijn animist, hoewel sommigen zich hebben laten overhalen om moslim of christen te worden.

Portugezen

Zij wonen hoofdzakelijk in Malakka en directe omgeving. In het verleden is een aantal Portugese mannen getrouwd met Maleise dames. Vandaar dat de huidige Portugezen uiterlijk lijken op Maleiers. Onder elkaar spreken ze een zeer oud Portugees dialect. Hun religie is rooms-katholiek. Ze hebben een aantal zeer specifieke tradities, religieuze processies en geheel eigen vormen van muziek en dans. Uiteraard hebben ook zij een eigen keuken ontwikkeld. De groep bestaat slechts uit enkele duizenden zielen. Bij een bezoek aan Malakka kunt u uiteraard kennismaken met hun kookkunst en soms ook met hun dansen.