Inwoners van Oost-Maleisië

Sarawak

Land-Dajaks

De inheemse bevolking van Sarawak is overwegend animistisch. Een aantal van hen heeft zich bekeerd tot het christendom en zijn anglicaan, katholiek of protestant. Sarawak is zeer dun bevolkt, zo’n 12 mensen per km2. De mensen die in de binnenlanden van Sarawak leven, worden Dajaks genoemd. Dit is een overkoepelende benaming voor een groot aantal verschillende stammen. Om er een paar te noemen: de Murut, de Kayan, de Kenya, de Iban... het zijn er te veel om ze allemaal op te noemen. Dajaks wonen over het algemeen in langhuizen (rumah panjang). Het geheel staat onder leiding van een ketua rumah. Dit betekent letterlijk huisoudste. Afhankelijk van de plaatselijke traditie is deze functie erfelijk of wordt de ketua rumah gekozen door de bewoners. De functie kan overigens ook door een vrouw worden bekleed.

Een langhuis is zo’n beetje de Sarawakse versie van rijwoningen. Binnen het langhuis heeft ieder gezin zijn eigen huisje, met een woonkamer, een keuken, een toilet en een aantal slaapkamers. Voor dit alles ligt een gemeenschappelijke galerij. Hier wordt gewerkt, gekletst, vergaderd maar ook gefeest, gedanst en gemusiceerd. Langhuizen zijn gebouwd op palen. Dat heeft als voordeel dat de huizen niet nat worden als de rivier buiten haar oevers treedt. Maar de gewoonte stamt vooral uit de tijd dat de verschillende stammen onderling veel oorlogen voerden en ijverig koppen snelden. Een langhuis is namelijk relatief gemakkelijk te verdedigen. Gelukkig behoren stammenoorlogen en koppensnellen nu reeds lang tot het verleden. Geld speelt in dit soort samenlevingen geen grote rol. Het zijn, om de Engelse terminologie te gebruiken,slash and burn societies. In de nabijheid van het langhuis wordt een stukje bos platgebrand. In de as plant men dan rijst en andere voedselgewassen. Deze landjes zijn gemeenschappelijk.

Als de bouwgrond uitgeput is, brandt men een volgende stukje bos plat. Men werkt als het ware in een cirkel om het dorp. Na 8 tot 10 jaar is men weer terug bij het eerste lapje grond. Vruchtbomen vormen een soort constante. Ze worden door iemand geplant en verzorgd en ze zijn privé-eigendom. Het dagelijkse menu wordt aangevuld met jachtbuit, bosproducten en vis uit de nabije rivier. De Dajaks kennen een monogaam huwelijk en men trouwt met iemand van buiten de eigen familie. Ook het fenomeen echtscheiding is bekend. Meer en meer Dajaks zijn tegenwoordig werkzaam in de houtkap en omdat ze op dit gebied specialisten zijn, kunt u hen zelfs aantreffen bij houtkapbedrijven die actief zijn in Afrika en Latijns-Amerika.

Zee-Dajaks

Naast de Land-Dajaks kent men ook nog de zogenaamde Zee-Dajaks. Het zijn geduchte zeelui. In het verleden maakten zij zich nog wel eens schuldig aan piraterij maar nu zijn de meesten vreedzame vissers. Anderen varen met kleine handelsvaartuigen over de regionale zeeën. Over het algemeen leven ze op de oevers van riviermondingen. Ze zijn zo’n 300 jaar geleden naar Sarawak gekomen. In die tijd trok de sultan van Brunei Maleiers uit Palembang (Sumatra) aan als bestuursambtenaar. Deze ambtenaren hadden bemanningen nodig voor hun schepen. Omdat er lokaal geen geschikte mensen voorhanden bleken te zijn, haalden ze familieleden uit Sumatra om deze taak te vervullen.

Penan

Zij kunnen beschouwd worden als de oorspronkelijke bewoners van Sarawak en zijn vermoedelijk gekomen in de tijd dat Borneo nog in verbinding stond met het vasteland, zo’n 40.000 jaar geleden. De Penan leiden in principe nog steeds een nomadisch bestaan. Anders dan de overige volken zijn zij jagers-verzamelaars. Hun basisvoedsel is sago. In feite trekken zij door het oerwoud van het ene sagopalmbosje naar het andere. Daar kloppen ze voldoende sago om van te eten. Ze zorgen er echter wel voor dat de palmen hun behandeling overleven, zodat ze na verloop van tijd weer naar deze plek kunnen terugkeren voor een volgende oogst.

Verder wordt door de mannen in de omgeving gejaagd met behulp van blaaspijpen met giftige pijltjes. Vrouwen en kinderen verzamelen noten, vruchten, jonge bamboe, knollen en andere zaken die eetbaar zijn. Als gevolg van de intensieve houtkap, krijgen de Penan het steeds moeilijker omdat hun biotoop verdwijnt. De overheid heeft langhuizen voor hen neergezet en geeft lessen in landbouw. Men hoopt dat de Penan op termijn een sedentair bestaan zullen gaan leiden.

Maleiers

Naast de bovenstaande volkeren wonen er ook nog Maleiers in Sarawak. Zij werden in het verleden door het bestuur van Borneo gezien als getalenteerde ambtenaren. De sultan van Brunei en later de familie Brooke haalden hen als zodanig naar Sarawak. Hun religie is uiteraard islamitisch. Ook de huidige federale overheid plaatst zoveel mogelijk West-Maleisiërs als ambtenaar in Sarawak, waarschijnlijk om hun grip op dit deel van de federatie zoveel mogelijk te vergroten.

Chinezen

Uiteraard ontbreekt de Chinese bevolkingsgroep ook hier niet. In het verre verleden reeds (12e eeuw) kwamen zij naar Sarawak om handel te drijven. Stille getuigen hiervan zijn de vaten van Chinees porselein waarin de inwoners van de langhuizen hun rijst bewaren en die vaak honderden jaren oud zijn. Ook sommige koperen cimbalen waarop de Dajaks hun traditionele muziek spelen, zijn vaak zwaar antiek. Nog steeds trekken Chinese handelaren vanuit de steden naar de langhuizen om jungleproducten te ruilen tegen goederen uit de stad. In menig langhuis zult u een generator aantreffen om elektriciteit op te wekken, zodat men niet langer de avonden door moet brengen bij een olielampje. Ook radio en televisie zijn al lang geen onbekende fenomenen meer. In de steden zijn, zoals dat vaak het geval is in geheel Maleisië, de meeste winkels en veel restaurants in handen van Chinezen. Veel Chinezen zijn protestants-christelijk, maar het merendeel is boeddhist.

Sabah

Kadazan

De Kadazan vormen de grootste inwonersgroep van Sabah. Over het algemeen zijn het boeren die leven van natte rijstbouw. De meesten van hen zijn christen. Dankzij het feit dat missionarissen hier in het verleden goede scholen hebben opgezet, is een aantal van hen goed opgeleid. We treffen ze aan in hoge posities in de ambtenarij en in de politiek. Kadazan wonen op de vlakten aan de westkust en in de buurt van Ranau en Tambunan.

Bajau

De Bajau zijn van oorsprong afkomstig uit Mindanau op de Filipijnen, vanwaar zij in de 18e en 19e eeuw emigreerden. In het verleden hielden zij zich vooral bezig met piraterij. Maar ook op het land voerden zij de nodige oorlogen. Zo dwongen ze de vreedzame Kadazan om de gronden van hun voorouders te verlaten. Zij werden verdreven tot over de Kinabaluberg. De hedendaagse Bajau zijn vreedzame veetelers. Degenen die rond Kota Belud wonen zijn gespecialiseerd in het fokken van paarden. Zij zijn dan ook uitstekende ruiters. De Bajau zijn aanhangers van de islam.

Murut

Tot voor enkele decennia leefden de Murut vrij primitief als jagers-verzamelaars. Ook verbouwden zij als zwerflandbouwers rijst en maniok. In de loop van de tijd werden zij meermaals verdreven uit hun woongebied. Eerst door de Kadazan en later door de westerse kolonisatoren. Ook zij hadden een koppensnellerstraditie. De huidige Murut bewonen het grensgebied met Kalimantan en leven over het algemeen van de rijstbouw. Slechts een minderheid leidt nog een semi-nomadisch bestaan.

Maleiers, Chinezen en Indiër

In Sabah zijn de Maleiers, meer nog dan in Sarawak, een minderheid (8%). Ook wonen er nog Chinezen, overwegend Hakka, voornamelijk in de steden. Daarnaast is er nog een aantal Indiërs. Hun voorouders werden door The Britisch North Borneo Company naar Sabah gehaald om te werken op de plantages.