Taalgids Maleisisch

De uitspraak van de Maleisische nationale taal, Bahasa Malaysia, is bijna hetzelfde als het Nederlands. Er zijn echter kleine verschillen. Zo wordt de u uitgesproken als oe , bijvoorbeeld: minum wordt minoem. Een ander opvallend verschil is de uitspraak van de c die wordt uitgesproken als tj. Bijvoorbeeld cik wordt uitgesproken als tjik.

Verder spreekt u j uit als dj (Jakarta – Djakarta) en y wordt uitgesproken als een Nederlandse j (ayam – ajam). Ook wordt een tussen e vaak een stomme e. Bijvoorbeeld: selamat wordt uitgesproken als slamat. Cultureel en taalkundig zijn Maleisië en Indonesië sterk aan elkaar verwant. Men kan stellen dat het Bahasa Indonesia en het Bahasa Malaysia zich verhouden als het Hollands Nederlands en het Vlaams. De taal is in wezen hetzelfde maar er zijn verschillen.

De grammatica is eenvoudig; werkwoorden worden niet vervoegd en men kent geen lid- en voegwoorden. Ik houd van aardappelen wordt Saya suka kentang; Ik heb honger wordt Saya lapar. Het Bahasa Malaysia op het schiereiland bestaat uit verschillende dialecten met verschillende accenten. Zo spreekt een inwoner van het sultanaat Perak bijvoorbeeld met een Franse r. Iemand uit Kelantan (Kelattèh) haal je er qua uitspraak direct uit. De taal van de inwoners van Sabah en Sarawak leunt dan weer sterk aan tegen het Bahasa Indonesia. Algemeen beschaafd Bahasa Malaysia noemt men Bahasa Baku. Een aantal Maleisiërs is van mening dat het Bahasa Baku te veel op het Bahasa Indonesia lijkt.

Enkele handige woorden

Aardappel – kentang

Auto – kereta

Avondmarkt – pasar malam

Badkamer – bilik mandi

Beetje – sedikit

Berg – gunung

Bier – bir

Boom – pokok

Boter – mentega

Bril – kacamata

Brood – roti

Brug – jambatan

Bus – bas

Dag – hari

Dames – perempuan

Dank u – terima kasih

Dokter – dokter

Dorpshoofd – kepala kampong

Dorst – haus

Dranken – minuman

Drinken – minum

Duwen – tolak

Eetstalletje – gerai

Eiland – pulau

Eten – makan

Fiets – basikal

Fietstaxi – beca

Fles – botol

Fruit – buah-buahan

Garnaal – udang

Gebakken – goreng

Gekookte rijst – nasi

Gebakken rijst – nasi goreng

Glas – gelas

Geld – wang/duit [doe-iet]

Gevaar! – awas!

Gisteren – semalam

Goed – bagus

Groenten – sayur-sayuran

Groot – besar

Hand – tanggan

Haren – rambut

Heren – lelaki

Heuvel – bukit

Honger – lapar

Hoofd – kepala

Huis – rumah

Hij – dia

Ik – saya/aku

Ingang – masuk Ja – ya

Jaar – tahun

Juffrouw – cik

Jij (u) – anda, awak

Kantoor – pejabat

Kerk – gereja

Ketjap (sojasaus) – kicap

Kip – ayam

Koffie – kopi

Kort – pendek

Koud – sejuk

Lamsvlees (schapen- , geiten-) – daging kambing

Lang – panjang

Links(af) – (belok) kiri

Lopen – jalan

Luchthaven – lapangan terbang

Maan – bulan

Maand – bulan

Markt – pasar

Massage – urut

Melk – susu

Mensen – orang

Mevrouw – puan

Moe – penat

Morgen – esok

Mijnheer – encik

Nat – basah

Neen/niet – tidak

Neus – hidung

Oog/ogen – mata/mata-mata

Oor – telingga

Politie – polis

Politiebureau – pejabat polis

Paleis – istana

Peper – lada

Pijn – sakit

Pittig – pedas

Plein – dataran

Postkantoor – pejabat pos

Rauwe rijst – beras

Rechts(af) – (belok) kanan

Regen – hujan

Reizen – jalan

Rivier – sungai

Schoen(en) – kasut

Slapen – tidur

Slim – pandai

Ster(ren) – bintang

Straat – jalan

Strand – pasir

Station – stesyen

Strand – pantai

Suiker – gula 

Tandarts – doktor gigi

Tanden – gigi

Taxi – teksi

Thee – teh

Toast – roti bakar

Toilet – tandas

Trein – kereta api

Trekken – tarik

Uitgang – keluar

Vandaag – hari ini

Varken(s)vlees – babi

Veel – banyak

Verontschuldig mij – minta ma-af

Vis – ikan

Vlees – daging

Vliegtuig – kapal terbang

Vliegveld – lapangan terbang

Voedsel – makanan

Voet – kaki

Vrucht/vruchten – buah/buah-buahan

Warm – panas

Water – air

WC – tandas

Weg – jalan

Week – minggu

Winkel – kedai

Witte rijst (gekookt) – nasi putih

Wij – kami

IJsblokjes – ais, batu air

Ziek – sakit

Ziekenauto – ambulans

Ziekenhuis – hospital

Zon – matahari

Zout – garam

Zoute smaak – masin

Zuur – masam

Zij – anda

Zij (mv) – mereka

Begroetingen en heilwensen

Goede morgen – selamat pagi [uitspraak: slammat]

oede middag – selamat petang

Goede avond – selamat malam

Tot ziens – selamat tinggal

Goede reis – selamat jalan

Welkom – selamat datang

Enkele praktische zinnetjes

Hoe gaat het met u? – Apa kabar?

Wat is uw naam? – Apakah nama anda?

Mijn naam is ...  – Nama saya ...

Ik kom uit Belgie – Saya asal dari Belgium

Ik kom uit Nederland – Saya asal dari Negeri Belanda

Hoeveel kost dat? – Harganya berapa?

Mag ik de rekening – Tolong kira (in een eetstalletje) Tolong bagi bill (in een restaurant)

Tellen

0 – kosong

1 – satu

2 – dua

3 – tiga

4 – empat

5 – lima

6 – enam

7 – tujuh

8 – lapan

9 – sembilan

10 – sepuluh

11 – sebelas

12 – dua belas

13 – tiga belas

14 – empat belas

20 – dua puluh

30 – tiga puluh

40 – empat belas

100 – seratus

200 – dua ratus

1000 – seribu

2000 – dua ribu

1.000.000 – sejuta

2.000.000 – dua juta

Eten

Banaan – pisang

Gebakken banaan – goreng pisang

Brood – roti

Plat Indiaas brood – roti canai

Boter - mentega

Ei – telur

Gekookt ei – telur rebus

Gebakken ei – telur goreng

Zachtgekookt ei – telur setengah masak

Garnaal – udang

Lamsvlees – daging kambing

Kip – ayam

Krab – ketam

Pittig – pedas

Peper (korrels) – lada hitam

Peper (Spaanse) – cili

Pinda - kacang

Rijst (rauw/ongekookt) – beras

Gekookte rijst – nasi ( ook wel nasi putih – witte rijst)

Gebakken rijst – nasi goreng

Supplement rijst – nasi tambah

Rundvlees – daging

Saus – kuah

Pindasaus – kuah kacang

Zoetzure saus – kuah masam manis

Suiker – gula

Zoet – manis

Minder zoet – kurang manis

Toast – roti bakar

Varkensvlees – daging babi

Vis – ikan

Zout – garam

Zoute smaak – masin

Te zout – termasin

Zuur – masam

Drinken

Als u in een stalletje zonder kommentaar koffie of thee bestelt, dan krijgt u altijd thee/koffie met daarin melk en suiker. Om de puntjes op de i te zetten volgen hier een paar adviezen.

 

Thee zonder suiker en melk – teh kosong

Koffie zonder suiker en melk – kopi kosong

Thee met alleen suiker – teh oh

Koffie met alleen suiker – kopi oh

Thee met alleen melk – teh susu

Koffie met alleen melk – kopi susu

Teh tarik – lokale thee met gesuikerde melk, wordt van de ene in de andere beker gegoten tot er een flinke laag schuim op de drank staat. Heel apart!

Bier – bir

Water – air

Een fles koud water – sebotol air sejuk

 

Fruitsoorten

Belimbing – sterfruit. Als u de vrucht doorsnijdt dan heeft deze inderdaad de vorm van een ster. Lijkt qua smaak een beetje op appel.

Buah susu – passievrucht. Een zeer aromatische vrucht. Wordt uitgelepeld, de zaadjes worden mee opgegeten.

Cempedak – lijkt een beetje op jackfruit. De vrucht bestaat uit parten. Het bevat een twaalftal pitten, die omringd zijn door smakelijk geel vruchtvlees. Vaak wordt deze vrucht gebakken gegeten.

Ciku – Lijkt uiterlijk een beetje op een kiwi. Het vruchtvlees is bruinachtig. De smaak doet een beetje denken aan een zeer zoete peer.

Dragonfruit – drakenvrucht. Vrij recentelijk uit China ingevoerde vrucht (wordt nu ook in Maleisië verbouwd). Aangenaam van smaak.

Durian – De koning der vruchten. Men is er dol op of u hebt er een ontzettende hekel aan! Grote vrucht met een zeer harde schil voorzien van doornen. Bevat grote pitten met daaromheen wit-geel week, zeer zoet vruchtvlees. Heeft een doordringende, zeer kenmerkende geur.

Durian Belanda – In Nederland bekend onder de naam zuurzak. Lijkt uiterlijk een beetje op de echte durian, het vruchtvlees is aangenaam zachtzuur.

Langsat – Heeft een vrij harde goudbruine schil. De inhoud bestaat uit druifachtig vruchtvlees met een zwarte, glanzende pit.

Manggis – mangosteen. Kleine vruchten ter grootte van een pruim met een dikke donkerpaarse schil. Binnenin partjes vruchtvlees, voorzien van pit, met een fris-zure smaak. Wordt vaak gegeten in combinatie met durian.

Nanas – ananas.

Nangka – jackfruit. Zeer grote vrucht met veel pitten. Wordt meestal gekookt of gebakken gegeten.

Pisang – banaan. Er zijn in Maleisië verschillende soorten, onder andere de pisang susu en de pisang rajah. Iedere soort smaakt een beetje anders.

Papaya – Langwerpige groene vrucht. Het vruchtvlees is rood en stevig met een vrij kenmerkende smaak.

Rambutan – Rond, harig vruchtje met een rood-gele schil. Bevat een grote pit met daaromheen wit, aangenaam smakend, geurig vruchtvlees.

Tembikai – watermeloen.

Tembikai susu – suikermeloen.

Indien u MaTiC op de Jalan Ampang in Kuala Lumpur bezoekt, om foldermateriaal te verkrijgen, dan treft u daar hoogstwaarschijnlijk wel een folder of een poster aan met daarop afgebeeld de meeste fruitsoorten die in Maleisië verkrijgbaar zijn.