Achter de Victoria Lines

Highlights

De zandstranden van Malta

Malta is niet gezegend met veel brede en lange zandstranden. Maar die er zijn, zijn voor wat betreft het hoofdeiland te vinden achter de Victoria Lines, aan de west- en noordkust.

Het schiereiland Qawra

Het schiereiland Qawra heeft zich de afgelopen decennia ontwikkeld tot een van Malta’s belangrijkste toeristencentra. Ondanks het feit dat er geen noemenswaardige stranden zijn.

Mellieħa en de noordelijke baaien

Hoe klein Malta ook is, het stadje Mellieħa in het uiterste noordwesten van het hoofdeiland, heeft toch iets van een uithoek. Het is de toegangspoort tot het grote en in de zomer druk bezochte strand van Mellieħa Bay.

Het betrekkelijk vlakke hoogland van het hoofdeiland Malta, gaat in noordwestelijke richting vrij plotseling over in een sterk geaccidenteerd landschap. Het wordt door twee diep het land instekende baaien – St. Paul’s Bay en Mellieħa Bay – onderbroken. Beide baaien vormen belangrijke toeristencentra.

Dwars over het noordwestelijk deel van het eiland lopen meerdere lage bergruggen die gemiddeld een hoogte bereiken van 150 meter. Tussen twee ervan, Wardija Ridge en Bajda Ridge, ligt een dal dat in het westen uitloopt in de belangrijkste stranden van Malta, van noord naar zuid ijn dat Golden Bay, Għajn Tuffieħa en Gnėjna Bay.

Populair is ook het lange zandstrand van Mellieħa Bay, ten noorden van het gelijknamige stadje. Zandstranden vind je ook op de kop van het eiland, langs de grillig gevormde landtong die veel weg heeft van een hanenkam.

De dalen tussen de bergruggen zijn betrekkelijk vruchtbaar. In de winter en het voorjaar brengt regen het grondwater weer op peil. De boeren profiteren van deze ‘oases’ en zijn tot ver in de zomer op het land te vinden.

In de tijd van de johannieters, de ridders die van Malta tussen de 16e en 18e eeuw een bastion tegen de oprukkende islam maakten, hield het eiland achter de lijn Rabat-Mosta-Naxxar op. De brede en massieve kalksteenbergen die dwars over het eiland lopen, vormden toen een natuurlijke verdedigingslinie. De erachter gelegen stranden waren verleidelijke landingsplaatsen voor de Turken, maar ook voor piraten. Op wat boeren en vooruitgeschoven wachtposten na, is dit deel van het eiland eeuwenlang niet bewoond geweest.

Sommige dorpen zoals Mellieħa, waren voor de komst van de ridders voor die tijd betrekkelijk welvarend. Ze waren echter niet te verdedigen en moesten worden opgegeven. Hoe gemakkelijk het was om ongemerkt op het eiland te landen en naar het hart door te stoten, toonde wel de landing van de Spaanse troepen die de ridders in 1565 te hulp snelden toen hun hoofdstad Vittoriosa door de Turken na vier maanden van belegering dreigde te worden ingenomen.

De Engelsen voelden zich begin 19e eeuw toen zij het bestuur van Malta overnamen ook niet veilig en versterkten deze natuurlijke barrières met enkele forten. Vervolgens kreeg deze linie naar goed Engels gebruik de vorstelijke naam ‘Victoria Lines’.

In de tijd van de Romeinen was het gevaar vanuit zee kennelijk niet zo groot, want rond Mġarr en aan de westzijde van St. Paul’s Bay bevinden zich vele duizenden jaren oude tombes. En langs de zuidwestkust bij Għajn Tuffieħa zijn de restanten opgegraven van een Romeins badhuis.