Economie

In 1987 maakte de overwinning van de Nationalistische Partij een eind aan zestien jaar socialistisch bewind. Dat kenmerkte zich door staatsmonopolies, nationalisaties, protectionisme en een fors begrotingstekort. De economische teruggang in die periode was mede het gevolg van de inkrimping van de Britse militaire bases waarvan de economie van het eiland goeddeels afhankelijk was.

Met steun van Engeland, Italië en de (toenmalige) EG, kreeg de voormalige Britse marinewerf onder de naam Malta Drydocks in de jaren tachtig een civiele functie. Dankzij de gunstige ligging van Malta halverwege drukke scheepvaartroutes, heeft het eiland sindsdien een sterke positie opgebouwd als reparatie en containerhaven.

Malta is de kleinste economie in de Eurozone. Aan de relatief beperkte financiële sector die bovendien voornamelijk op de binnenlandse economie is gericht, is de financiële crisis grotendeels voorbijgegaan.

Naast scheepsreparatie, scheepsnieuwbouw en containeroverslag, is de lichte maakindustrie door het lage loonpeil een economische factor van belang. De derde poot onder Malta’s economie is het toerisme. Jaarlijks bezoeken meer dan één miljoen buitenlanders het eiland. Een deel van hen wordt met gunstige belastingtarieven en relatief lage huizenprijzen overgehaald zich permanent op het eiland te vestigen. De regering ging daarin begin 2014 zo ver, dat buitenlanders die wat geld mee brachten automatisch een Maltees (dus Europees) paspoort konden krijgen. Onder druk van Brussel zijn de voorwaarden daarvoor intussen flink aangescherpt.

Een groeiende bedrijfstak is de dienstensector, met name ICT, off-shore banking en off-shore gokken. Met gunstige belastingtarieven worden brievenbusmaatschappijen gelokt. Malta kent daarnaast een liberale kansspelwetgeving. Veel internationaal opererende internetgokbedrijven hebben zich om die reden op het eiland ingegraven. Verwacht wordt dat de nieuwe Europese bankenunie een rem zal zetten op Malta’s liberale financiële sector.

Het minimumloon in Malta bedraagt € 718,00 (Ned. € 1487,00). 

Landbouw en visserij

Ongeveer 45% van de archipel is gecultiveerd waarvan een deel in terrasbouw. De meeste kavels zijn klein en van oudsher met stenen muren afgebakend om verdere erosie tegen te gaan. Op kavels waar nieuwe grond is opgebracht of die goed kunnen worden bemest, kan wel driemaal per jaar worden geoogst. De belangrijkste landbouwproducten zijn aardappelen, uien, tabak, tomaten en bloemen. Verder citrusvruchten en aardbeien. Er is een sterke ontwikkeling in kastuinbouw.

De visserij speelt nauwelijks een rol. De vloot is klein en bestaat hoofdzakelijk uit traditionele, bontgekleurde kannizati, kleine vissersboten met eenvoudige drijfnetten. Verder een handvol trawlers. Wat er in de kustwateren wordt gevangen is onvoldoende om aan de binnenlandse vraag te voldoen; er wordt dus vis geïmporteerd die doorgaans wordt aangeland door de vele malen grotere Franse, Spaanse en Italiaanse trawlers. De kustwateren leveren vooral pixxipad (zwaardvis) en de lampuki (goudmakreel).

Energie een water

Dankzij de warme banden die de socialistische regering met Libië onderhield, kon het eiland beschikken over goedkope olie. In de jaren tachtig van de vorige eeuw kwam daar de klad in en steeg de nationale energierekening. Er zijn daarna enkele kolencentrales gebouwd om de afhankelijkheid van olie-importen te verminderen.

Water is altijd een probleem geweest in Malta. De ondergrondse waterbekkens zijn onvoldoende om met name de pieken op te vangen van het toerisme. Op tal van plaatsen zijn daarom zowel publieke als private (hotels) ontziltingsinstallaties gebouwd.