Geschiedenis

Prehistorisch rangeerterrein

Uit welke periode precies de mysterieuze ‘cart-ruts’ dateren, is een tot nu toe niet beantwoorde vraag. Op schillende plaatsen in Malta, zowel op het hoofdeiland als op Gozo, zijn min of meer v-vormige, parallelle sleuven in het zachte kalksteen aangetroffen. Vooral aan de zuidkust van het hoofdeiland Malta zijn ze goed waar te nemen, o.a. in de buurt van Borġ in-Nadur aan Marsaxlokk Bay. Daar vormen ze zelfs een soort ‘rangeerterrein’.

Opkomst en ondergang van de Maltezer ridders

Waar moesten de ridders heen toen de Turken in de 13e eeuw het Heilige Land veroverden? Na jarenlange omzwervingen bood Karel V hen het kale Malta aan. Uit dankbaarheid dat de ridders als ‘christelijk schild’ hadden gediend tegen de oprukkende islam, kwam er een omvangrijke financiële hulpactie vanuit de Europese vorstenhuizen op gang. Filips II zond een schip met dukaten. Ook de paus tastte diep in de buidel. Napoleon maakte in 1789 in naam van de Franse revolutie een eind aan hun decadente bestaan.

De geschiedenis van Malta gaat terug tot de laatste periode van de Steentijd. Aangenomen wordt dat tussen 7000 en 4500 jaar vóór onze jaartelling Siciliaanse vissers bij toeval op het eiland zijn beland. Of misschien was het geen toeval. Malta is bij helder weer vanaf Sicilië te zien en waren stammen die van de visvangst leefden om welke reden dan ook opzoek naar een nieuw leefgebied.

De archipel kende daarna een duidelijke toestroom van kolonisten. Geschat wordt dat de eilanden samen meer dan tienduizend inwoners hebben geteld. Dat wordt afgeleid aan de hand van de vele en vaak veel mankracht vergende prehistorische bouwwerken die zijn blootgelegd. Die hadden een duidelijk religieus karakter. Of al deze inwoners die als Għar Dalam-cultuur of Tempelcultuur de geschiedenis in zijn gegaan tot één stam behoorden of dat het ging om verschillende, gescheiden van elkaar levende stammen, is niet duidelijk.

Terwijl stammen in Midden- en Oost-Europa bekend raakten met het winnen van erts en het maken van metaal, bleven de eilandbewoners steken in hun isolement. Ook was het eiland niet instaat de groeiende bevolking te voeden. Of dat de reden is geweest dat de Tempelcultuur ten onder is gegaan, of dat er sprake is geweest van een natuurramp, is niet te zeggen. Wel dat de eilanden er eeuwenlang verlaten bij hebben gelegen.

Rond 2000 v.Chr. komt er weer wat leven in de brouwerij. Nieuwe bewoners, waarschijnlijk afkomstig uit Midden- of Zuid-Italië en technisch hoger ontwikkeld, ontdekken de archipel en stappen aan land. Hun cultuur is duidelijk anders. Dat blijkt o.a. uit de grafvelden van Tarxien. Zij verbranden hun doden en richten dolmen op, megalithische grafmonumenten bestaande uit grote platte, horizontaal geplaatste stenen. Daarvan zijn er in Malta een twintigtal aangetroffen.

Nieuwe bewoners vestigen zich rond 1400 v.Chr. op het eiland en introduceren nieuwe technieken, zoals het weven van textiel, het maken van potten en het bewerken van metaal. Dit hoger ontwikkelde volk wordt aangeduid met de latere naam van de grootste gevonden nederzetting, Borġ in-Nadur.

Uit welke periode precies de mysterieuze ‘cart-ruts’ dateren, is een nog niet beantwoorde vraag. Op schillende plaatsen in Malta zijn min of meer v-vormige, parallelle sleuven in het zachte kalksteen aangetroffen, o.a. in de buurt van Borġ in-Nadur dat aan de Marsaxlokk Bay ligt, het aan St. Paul’s Bay gelegen Ṡan Pawl il-Bahar, en bij Mtarfa en Tat-Targa, plaatsen die respectievelijk ten noorden en ten zuiden van Rabat liggen. Op Gozo zijn cart-ruts te zien in de omgeving van Ta’ Ċenc. Sommige ‘karrensporen’ dalen af in zee, anderen stoppen abrupt boven aan een klif. Vooral aan de zuidkust van het hoofdeiland Malta zijn ze goed waar te nemen; ze vormen daar zelfs een soort ‘rangeerterrein’.

Odysseus

Het staat vrijwel vast dat de Grieken nooit in Malta zijn geweest. Tocht speelt met name Gozo in de Griekse mythologie een belangrijke rol. Langs de noordkust bevindt zich in de Rambla-baai de Calypso-grot. Hier zou Odysseus door Calypso zeven jaar in liefde zijn vastgehouden alvorens hij zijn reis door ingrijpen van Zeus kon voortzetten. Zeven jaar waarin Odysseus niets anders deed dan huilen, want op de nimf was hij snel uitgekeken en hij verlangde terug naar zijn enige ware liefde, Penelope.

Tot zover het verhaal zoals dat door Homerus in de Odyssee is neergeschreven. Uit niets blijkt, dat het betreffende eiland waar dit drama zich afspeelt Gozo zou zijn geweest. Maar ter wille van het toerisme houden de Gozitanen er hardnekkig aan vast.

Onder Romeins bestuur

Malta en Gozo vielen in de 3e eeuw v.Chr. zonder slag op stoot in handen van de Romeinen; beide eilanden kregen de status van municipum. Malta heette in die tijd Melita, afgeleid van het Latijnse woord ‘meli’ dat honing betekent.

Gouverneur Diodorius Sicilus meldt omstreeks het jaar 40 v.Chr. aan Rome, dat de eilandbewoners ‘uitmunten in het maken van linnen’ en een ‘overvloedig en rijk bestaan leiden’. Hoewel de bevolking van beide eilanden nog lang vasthield aan de eigen overgeleverde cultuur, werd gaandeweg steeds meer overgenomen van de Grieks-Latijnse beschaving.

Niet dat het er altijd even beschaafd aan toeging. De bekendste (en beruchtste) Romeinse gouverneur die Malta heeft versleten, was Caius Verres. Als heerser over Sicilië en Malta plunderde hij de tempel van Juno, de god die de eilandbewoners net met pijn en moeite waren gaan eren. Ook confisqueerde hij ten eigen bate kostbare Maltezer handelswaar als kleding en honing. In het jaar 70 v.Chr. werd hij te Rome voor Cicero gebracht die hem in een beroemd geworden rede aanklaagde.

De schipbreuk van Paulus

Dat de eilandbevolking onder Romeins bestuur zich massaal tot het christendom bekeerde was toeval. Het Nieuwe Testament legt het uit: Paulus was in het jaar 58 als gevangene samen met 276 andere christenen per schip op weg naar Rome om voor de keizer te worden gebracht. Op de noordoostkust van Malta, in de baai die nu St. Paul’s Bay heet, leden ze schipbreuk.

Tijdens zijn noodgedwongen verblijf op het eiland genas Paulus zieken – kreupelen konden weer lopen, blinden konden weer zien. Ook de Romeinse stadhouder liet zich bekeren en dopen en werd zelfs door Paulus aangesteld als eerste bisschop van Malta. Aangenomen wordt dat de apostel in de catacomben van Rabat min of meer onder huisarrest van de Romeinen heeft geleefd alvorens de tocht naar Rome kon worden voortgezet.

Met het uiteenvallen van het Romeinse Rijk in de 5e eeuw raakte ook de archipel in verval. Voor Byzantium (‘Christelijk Rome’) was Malta niet meer dan een vlootbasis gericht tegen de oprukkende islam.

De Arabieren

Nadat een Arabisch expeditieleger in 711 vanuit Marokko bij Gibraltar voet op Europese bodem had gezet en pas in Frankrijk tot staan werd gebracht, landden Berbers vanuit Tunesië op de Italiaanse kust. En ontdekten vervolgens Malta. Aanvankelijk wist het Byzantijnse garnizoen de Arabieren buiten de deur te houden, maar in 811 is Malta vast in handen van de islamieten en zou dat 200 jaar blijven.

De christelijke cultuur op het eiland kwam onder druk te staan en veel bewoners werden gedwongen tot slavenarbeid. De Nood-Afrikaanse kolonisten lieten zich ook van een andere kant zien. Ze introduceerden nieuwe gewassen zoals katoen en sinaasappelen. De uitgestrekte plantages waarover in oude Arabische kronieken wordt verhaald, raakten echter al snel na het vertrek van de islamieten in verval.

Van de Arabische aanwezigheid in Malta is, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Sicilië, niet veel terug te vinden in de vorm van minaretten of moskeeën. Wel dateren de funderingen van de vestingwerken van Mdina en van Fort St. Angelo uit de Arabische tijd. En er zijn enkele grafstenen gevonden met Arabische opschriften. De belangrijkste erfenis is de taal: de etymologie van veel plaatsnamen is onmiskenbaar Noord-Afrikaans.

Terug in de moederschoot

In de 11e eeuw tijdens de eerste kruistochten, wist Roger I met steun van de paus van Rome het Arabische garnizoen in Malta te verrassen en nam het eiland in bezit. Hij trof een voor die tijd betrekkelijk welvarende bevolking aan, deels islamitisch, deels christelijk. Doel was niet alleen Malta terug te brengen in de moederschoot van Rome, ook de natuurlijke havens van de strategisch in de Middellandse Zee gelegen archipel waren van levensbelang voor de zich ontwikkelende Europese handelsvaart.

Met de eilandbewoners is het echter moeilijk communiceren. Ze spreken geen Grieks of Latijn. Roger I veroverde hun harten op theatrale wijze. Toen hij aan land stapte, zo wil het verhaal, scheurde hij zijn scharlakenrode vlag in tweeën en schonk de ene helft aan de bewoners. Die voegden er een witte helft aan toe. Zie daar de wordingsgeschiedenis van de Maltezer vlag. In de Tweede Wereldoorlog is daar nog het achtpuntige kruis bij gekomen.

Hoewel Roger I van goede wil is, kan hij niet verhinderen dat het eiland speelbal wordt in de strijd tussen de Europese vorstenhuizen. Via vererving valt Malta in de 12e eeuw toe aan het Duitse huis van Hohenstaufen, in de 13e eeuw aan het Franse huis van Anjou, en daarna aan het Spaanse koninkrijk Aragon.

Dat gesol met het eiland leidde er toe, dat de bevolking zich steeds minder gelegen liet liggen aan haar overheersers, die vaak meer in woord dan in daad het eiland bestuurde. In de 14e eeuw ontwikkelden de eilandbewoners zich tot beruchte, zelfbewuste piraten. Ze slaagden er zelfs in de Spanjaarden van het eiland te verdrijven. Na moeizame onderhandelingen kreeg het eiland een zekere mate van autonomie. Maar de bewoners bleken niet in staat zich de piraten uit Noord-Afrika en Turkije van het lijf te houden. Aan het einde van de middeleeuwen is het eiland geplunderd, onteerd en ontredderd en valt in handen van de Habsburgers. En komt zo via een omweg weer in Spaanse handen.

De Maltezer ridders

In 637 viel de Heilige Stad in handen van de mohammedanen. Christelijke pelgrims bleven echter welkom. Aan dit vreedzame tafereel kwam in 1071 abrupt een eind met de komst van de Turken. Die dreven de christenen Jeruzalem uit. Dat was de aanleiding voor de eerste kruistocht.

Een leger van naar schatting 150.000 man, ridders en voetvolk, trekt dan in 1099 over land via Constantinopel naar de Heilige Stad. Ze bestormen Jeruzalem, nemen de stad in en moorden vrijwel de gehele islamitische en joodse bevolking uit.

Waarschijnlijk was het Godfried van Bouillon die samen met vrome Italiaanse kooplieden en benedictijner monniken een religieuze orde in het leven riep onder de naam ‘Ridderlijke Orde van de Heilige Johannes de Doper van het Hospitaal te Jeruzalem’, of kortweg:
Johannieters
Hun taak was de pelgrims die nu weer massaal naar de stad kwamen van eten en onderdak te voorzien en zieken te verzorgen.

De Johannieters werden geroemd om hun godvrezend en onbaatzuchtig karakter. Dat leidde tot erkenning van de orde door de paus. En dat opende de weg naar financiële steun van de Europese adel. Niet dat de orde hulpbehoevend was. Uit giften bezaten ze veel land en een aanzienlijk vermogen. Dat werd nog eens vergroot, toen alle bezittingen van de Orde der Tempelieren hen in de schoot werden geworpen – die orde was bij Filips IV (‘de Schone’) in ongenade gevallen en voor een deel uitgemoord. Een ander deel wist te ontkomen naar Rodos.

In de 12e eeuw krijgen de Johannieters een militaire evenknie, de ‘Hospitaalridders van de Heilige Johannes’. Die heeft tot taak de pelgrimsroutes te beveiligen. Later namen zo ook deel aan de kruistochten. Toen de Turken eind 13e eeuw het hele Heilige Land veroverden, waren de ridders gedwongen zich terug te trekken. Ze belandden aanvankelijk ook op Rodos. Dat bouwden ze uit tot een ware vesting van waaruit ze Turkse galeien aanvielen en de slaven bevrijden.

Dat kwam hen te staan op een langdurig Turks beleg. De vesting Rodos viel uiteindelijk in 1522 door het uitblijven van steun van de Europese vorstenhuizen. Die waren vooral met zichzelf bezig. De toenmalige Franse grootmeester van de orde heeft ruim achttien jaar met de ridders langs de Europese hoven geleurd. Totdat Karen V – waarschijnlijk om ervan af te zijn – hen het kale Malta aanbood.

De orde arriveert in 1530 op het eiland en heet vanaf die tijd de ‘Soevereine en Militaire Orde van Malta’. De Maltezer ridders zoals ze kortweg werden genoemd, waanden zich veilig en besteedden meer geld aan auberges, klooster en kerken dan aan verdedigingswerken. Voor zoveel laksheid betaalden ze een hoge prijs.

Turkse aanvallen in 1546 en 1564 kostte de helft van de ridders het leven en de andere helft bijna hun nieuwe thuisbasis. Maar met Spaanse hulp werden die tenslotte afgeslagen. Daarna komen de ridders goed op dreef. Ze kapten de laatste bomen op de eilanden en bouwen een snelle vloot waarmee ze de Middellandse Zee domineren. Ook verrijst het machtige fort St. Elmo.

De Gouden Eeuw

Het einde van het Turkse beleg in 1564 betekende voor Malta het begin van een bloeiperiode die duurde tot eind 18e eeuw. Uit dankbaarheid dat de ridders als ‘christelijk schild’ hebben gediend tegen de oprukkende islam, komt er een omvangrijke financiële hulpactie vanuit de Europese vorstenhuizen op gang. Filips II zendt niet alleen en schip met dukaten, maar ook zijn persoonlijke bouwheer. Ook de paus stuurt geld en een militaire bouwheer.

In deze tijd van vrede en voorspoed kwamen niet alleen civiele en militaire bouwkunst tot bloei, ook kwamen kunst en cultuur tot ontwikkeling. Italiaanse schilders, beeldhouwers en decorateurs trokken naar het kapitaalkrachtige eiland. Maar ook lokale goud- en zilversmeden kregen de kans zich verder te ontwikkelen. De ridders intussen verdienen een zakcentje bij door handelsschepen te kapen en te plunderen – het is bekend dat in die tijd zeker de helft van de bevolking van de archipel leefde van de piraterij.

In de 17e eeuw zet het verval in. Er is te gemakkelijk geld verdiend waardoor niet alleen de landbouw en watervoorziening zijn verwaarloosd, maar ook de onderlinge verhoudingen onder spanning zijn komen te staan. De Franse revolutie leidde uiteindelijk tot een breuk binnen de orde. Toen Napoleon in 1789 met 400 schepen op de rede van Valletta verscheen, gaven de ridders hun eiland en al hun bezit zonder slag of stoot op. Berooid verlieten ze het eiland om nooit meer terug te keren.

Het aanvankelijk enthousiasme van de circa honderdduizend Maltezers over de komst van de Fransen en het vertrek van de ridders, verdween snel. Het achtergebleven garnizoen misdroeg zich en plunderde kerken en kloosters. Dat leidde tot een opstand waarbij de kleine Franse bezetting van Malta en Gozo door de bewoners volledig werd uitgemoord.

Onder Brits bestuur

Na de revolutie in Europa stellen de oude machthebbers op het Wener Congres van 1815 orde op zaken. Malta en Gibraltar vallen toe aan Engeland. De Engelsen bouwen daarna Malta in de eerste helft van de 19e eeuw tot een vlootbasis en handels- er reparatiehaven. Ten zuiden van het schiereiland Sceberras waarop de hoofdstad Valletta ligt, zijn in Grand Harbour in die tijd grote dokken en haveninstallaties gebouwd.

De Angelsaksische invloed op het lokale bestuur nam daarna sterk toe. Het Italiaans en Maltees als ambtelijke taal maakten plaats voor het Engels. De toenemende welvaart moest het echter afleggen tegen de streng katholieke moraal: begin 19e eeuw telde Malta al ca. 200 duizend inwoners. Het werd druk op de eilanden. In de tweede helft van die eeuw verlieten veel Maltezen het eiland om elders een nieuw bestaan op te bouwen.

De Eerste Wereldoorlog betekent voor Malta als vlootbasis ongekende bedrijvigheid. En zorgt tegelijkertijd voor een sterke economische opleving. Als ‘verpleegster van de Middellandse Zee’ hield het eiland ruim 25 duizend bedden beschikbaar voor opvang en verzorging van geallieerde soldaten.

Na lang touwtrekken kreeg Malta in 1921 een vorm van zelfbestuur binnen het Britse gemenebest. De opkomst van het fascisme in Italië deed oude nationalistische idealen herleven. Zo werd het Italiaans als taal weer ingevoerd en werd wel erg nadrukkelijk opgekeken naar Mussolini. Londen zag dat als een gevaar en plaatst Malta in 1933 weer onder Brits gezag.

Malta tijdens de Tweede Wereldoorlog

Direct nadat Mussolini op 10 juli 1940 Frankrijk en Engeland de oorlog heeft verklaard, vallen Italiaanse bommenwerpers Malta aan. Met Engelse hulp worden in allerijl ondergrondse schuilplaatsen voor de burgerbevolking aangelegd. Ook wordt de verwaarloosde luchtverdediging van de Royal Navy op orde gebracht waarna Mussolini, die ook al vecht in Afrika, gas terugneemt.

Berlijn daarentegen maakte van de vernietiging van Malta als vlootbasis een prioriteit om de bevoorrading van Rommels Afrika Korps veilig te stellen. De Luftwaffe viel Valletta aan en Duitse U-boten legden een blokkade.

Malta werd in 1941 en 1942 bijna dagelijks vanuit de lucht bestookt. De schade aan de hoofdstad en de steden rond Grand Harbour was enorm. Het beroemde Royal Opera House en tal van andere historische gebouwen gingen in vlammen op. Na december 1941 kwam de bevoorrading van het eiland vrijwel tot stilstand. Voor de bewoners brak een ‘hongerwinter’ aan die tot ver in de zomer van 1942 duurde.

Hoe belangrijk de strijd om Malta was blijkt wel uit het feit dat zowel Churchill als Roosevelt in het najaar van 1943 het eiland bezochten nadat de Duitse blokkade was doorbroken. De Engelse koning George VI kende de eilandbewoners het George Cross toe voor betoonde moed. Sindsdien siert het kruis trots de nationale vlag.

Van kroonkolonie tot onafhankelijkheid

Het militaire belang van Malta stond een snelle onafhankelijkheid na de oorlog in de weg. Wel kreeg de archipel in 1947 weer zelfbestuur. Daarmee wilde het niet echt vlotten. De tegenstellingen tussen de conservatieve, door de Rooms-Katholieke Kerk gesteunde nationalistische partij, de Partit Nazzjonalista (PN), en de linkse arbeiderspartij, de Malta Labour Party (MLP), waren (en zijn) groot, maar electoraal hielden (en houden) beide partijen elkaar in evenwicht.

Als de charismatische socialist Dom Mintoff na de verkiezingen van 1955 als prime minister aantreedt, heeft het eiland in acht jaar tijd al vijf regeringen versleten. Knelpunt was telkens de relatie met Engeland. Tijdens een referendum over de staatkundige toekomst van Malta koos de bevolking voor een onafhankelijke staat binnen het Britse gemenebest. Er kon echter geen overeenstemming worden bereikt over de toekomst van de Britse Royal Naval Dockyards, de grootste werkgever van het eiland. Na het aftreden van de regering ontstond er zoveel onrust onder de bevolking, dat de Britse gouverneur de noodtoestand uitriep.

Uiteindelijk vinden alle partijen elkaar, niet in de laatste plaats nadat de conservatieven, die altijd tegen onafhankelijkheid waren uit angst voor links, een draai maken van 180 graden. Tijdens de All-party Independence Conference in Londen worden alle partijen het eens over de voorwaarden voor onafhankelijkheid binnen de British Commonwealth of Nations, het Britse gemenebest. Sinds 21 september 1964 is Malta een onafhankelijke staat.

De woelige jaren tachtig

In de jaren tachtig komt de regerende socialistische regering in de problemen. Zij lonkt naar de zin van het Westen wel erg nadrukkelijk naar het Oostblok en Libië. Dom Mintoff speelt het diplomatieke spel tijdens de Koude Oorlog voorbeeldig. Van beide ‘fronten’ sleept hij aanzienlijke bedragen economische steun binnen.

Maar intern staat hij ook onder druk. De conservatieven, gesteund door de Kerk en werkgevers, voelen zich niet voldoende vertegenwoordigd en organiseren het verzet tegen zijn regering. Stakingen zijn aan de orde van de dag. Mintoff muilkorft daarop de pers en verbiedt buitenlandse diplomaten contact te onderhouden met de oppositie. Kerkelijk bezit wordt onteigent. En het onderwijs, hoofdzakelijk in handen van de Kerk, wordt hervormd. Er ontstaat een heuse schoolstrijd waar zelfs de paus zich mee bemoeit.

Het zijn maatregelen van een kat in nood. Eind 1984 geeft Minthof de strijd op om zijn socialistische idealen te realiseren. Maar het kwaad is dan al geschied. De politieke tegenstellingen zijn verscherpt, er volgen bomaanslagen op regeringsgebouwen en even dreigt er een burgeroorlog. Onder druk van het geweld komt er een grondwetsherziening die het bestaande districtenstelsel zo wijzigt, dat de conservatieven een grotere kans maken om aan de macht te komen.

Nieuwe koers

De nieuwe grondwet, bedoeld om te voorkomen dat door het districtenstelsel de grootste partij buiten de regering kan worden gehouden, wordt de socialisten bij de eerstvolgende verkiezingen van 1987 fataal.

De nieuwe conservatieve regering draait een aantal omstreden maatregelen van de vorige regering terug en herstelt de relatie met Europa en de Kerk. Op 1 mei 2004 werd Malta het vijftiende lid van de Europese Unie; de euro werd in 2008 ingevoerd.

Na de verkiezingen van 2013 kwam de Labour Party weer aan de macht, maar die heeft veel van haar ideologische veren uit de tijd van Dom Mintoff verloren en vaart nu een gematigd sociaaldemocratische koers.