Valletta

Highlights

St. John’s Co-Cathedral – ongekende pracht en praal

In Rome kijken ze nog altijd met een zekere afgunst naar het oogverblindende interieur van de door de Maltezer ridders gestichte St. John’s Co-Cathedral. Die begon zijn leven in de 16e eeuw als eenvoudige kloosterkerk. Maar de eenvoudige, bijna ingetogen façade zet bezoekers op het verkeerde been. Het adembenemende interieur is een weerspiegeling van de ridderlijke macht en rijkdom in dit ooit strategische deel van de Middellandse Zee.

Palace of the Grandmasters

De grootmeesters die Malta in het verleden regeerden, waren aanvankelijk bescheiden gehuisvest. Maar met de toename van hun macht, groeide de behoefde die te etaleren. En dus kwam er een heus paleis. Het Palace of the Grandmasters wordt gerekend tot de belangrijkste 16e-eeuwse gebouwen van Valletta. De mooiste zaal is zonder twijfel Council Chamber, nu in gebruik door het parlement. Als dat niet vergadert, kun je er een kijkje nemen.

Upper Barracca Gardens

De Maltezer ridders legden in de 17e eeuw op verschillende plaatsen op de bastions die Valletta tegen de oprukkende islam moesten beschermen lommerrijke parken aan met balkons met een wijds uitzicht. Ze waren bedoeld als ontspannings- en ontmoetingsplaats. Upper Barracca Gardens is een prachtig park met bloeiende oleanders en geurende bougainvillea’s. Een heerlijke plek oor wie overdag wat koelte zoekt, of ’s avonds van de sterrenhemel wil genieten. Je kijkt uit over Grand Harbour met aan de overzijde van het water de vestigingssteden Vittoriosa en Cospicua.

Geschiedenis

Net als Jeruzalem, is Malta gedurende de kruistochten wisselend in christelijke en islamitische handen geweest. Na een beleg van vier maanden gaven de Ottomanen in 1565 de strijd op om de Maltezer ridders die werden gesteund door de Europese vorstenhuizen, van hun eiland te verdrijven. De meters dikke muren die Vittoriosa met succes hadden beschermd, waren echter zodanig beschadigd, dat de ridders overwogen de boel de boel te laten en te vertrekken. De Heilige Oorlog zou vroeg of laat weer worden hervat, zo was de vrees, en dan was er geen houden meer aan.

De bouw van de vestingstad Valletta

De Franse grootmeester Jean Parisot de la Valetta (met één l), besloot echter tot de bouw van een nieuwe vestingstad, op het schiereiland aan de overzijde van de gehavende vesting Vittoriosa. Daarop bevond zich al een klein fort, Saint Elmo. Dat hadden de ridders na aankomst in Malta gebouwd. De Turken hadden het slecht verdedigbare fort echter snel ingenomen. Van daaruit bestookten ze met hun kanonnen naar hartenlust de vesting Vittoriosa aan de overzijde van het water. Dat nu, bezwoer de Franse grootmeester, mocht nooit meer gebeuren.

Als dank voor het heldhaftig verzet van de ‘soldaten van Christus’ tegen de oprukkende islam, tastten met name het Franse en Spaanse hof diep in de buidel en financierden de bouw van een nieuwe vesting in Malta: Valletta. De paus stuurde op zijn beurt zijn persoonlijke architect Francesco Laparelli die met de bezwering ‘Geef mij tijd en ik geef u leven’ aan de slag ging.

Dat laatste ging niet helemaal op voor de tienduizenden dwangarbeiders die de rots rondom tot vaak onder de waterlijn wegkapten om de fortificaties te kunnen bouwen. De bastions werden voorzien van kantelen en geschutspoorten. Er werd gekozen voor een recht stratenpatroon dat makkelijker was te verdedigen. Maar omdat ook het oog van een ridder wat wil, werd het toch wat saaie straatbeeld opgefleurd met ornamenten en decoraties. Aan de landzijde werd de stad afgesloten door een 15 meter diepe greppel. Erachter verrezen twee cavaliers met kanonnen. Tegen het eind van de 16e eeuw was de vesting Valletta vrijwel gereed. Hij gold in die tijd als onneembaar. De Turken probeerden nog éénmaal via een omweg de stad te bereiken door in Marsaxlokk Baai te landen, maar veel verder dan de baai kwamen ze niet.

De stad was in die tijd verdeeld in twee wijken. In de bovenstad woonden de ridders met hun aanhang, waren de auberges of hoofdkwartieren van de verschillende ridderordes, en waren het hospitaal en de kanselarij van de grootmeester. Iedereen die daartoe niet behoorde woonde in de benedenstad.

In de betrekkelijk vredige 17e en 18e eeuw ontwikkelde Valletta zich tot hoofdstad van de archipel. Schilderkunst, literatuur en theaterkunst kwamen tot grote bloei. Met als hoogtepunt de bouw van een van de mooiste theaters in het Middellandse Zeegebied, het Manoel Theater.

Het roemloos einde

Het is bijna een wetmatigheid: aan zoveel voorspoed en overdaad komt vroeg of laat een einde. Dat werd ingeluid met de Franse revolutie. De ridders verloren de steun van het Franse hof en raakten onderling verdeeld. Ook een groot deel van de meer dan 100 duizend inwoners die de stad intussen telde, begon zich te roeren. Toen in 1789 Napoleon met 400 schepen voor de rede van Velletta verscheen, besloten de ridders zich niet te verzetten en leverden de stad zonder slag of stoot over aan de Fransen. Ook Johannes de Doper, beschermheilige van de Maltezer ridders had, zo leek het, ook de moed opgegeven.

Dat roemloos einde van de vestingstad was ook gelijk haar geluk. Hoewel Valletta bepaald niet ongeschonden uit de Tweede Wereldoorlog kwam – o.a. het Royal Opera House werd door de Duitse Luftwaffe vernietigd – , is dankzij de geweldloze aftocht van de ridders de stad in takt gebleven en sindsdien ‘een lust voor het oog en de ziel’, zoals een onbekende Maltezer dichter noteerde.