De Arabieren

Arabische man
Arabische man

De meeste landen in het Midden-Oosten zijn door de eerste vier Arabische kaliefen gemakkelijk en snel veroverd: Egypte in drie jaar, Perzië in vier jaar en Syrië in zes jaar. In Noord-Afrika boden de Imazighen (Berbers) zoveel weerstand dat het vijftig jaar duurde.

Tussen 700 en 1000 heeft de islam veel invloed in Marokko gekregen, maar het zijn vooral Berber-dynastieën die de dienst uitmaakten. In die tijd streden de twee hoofdstromingen van de islam: de soennitische en sjiitische al met elkaar. De Omajjaden van soennitische komaf bestreden de sjiieten, die naar Marokko vluchtten. Deze sjiitische Idrissiden, die dus van Arabische afkomst waren, vormden de eerste heersende Marokkaanse dynastie. Zij werden door een Imazigh (Berber) stam in Volubilis als leiders aanvaard. De Arabische gouverneurs die voor de kalifaten van Damascus of Bagdad gebieden bestuurden, hadden geen enkele macht meer.

Vanaf de 11e eeuw kwamen weer Arabische immigranten Marokko binnen. Via de Fatimidische dynastie in Egypte en Tunesië mi-greerden Arabische bedoeïenenstammen naar het westen. Ook kwamen Arabische nomadenstammen het zuiden van Marokko binnen. Hun grote kuddes versterkte het nomadisme onder de Imazighen (Berbers). Deze moesten zich terugtrekken in de berggebieden. Zo ontstond de merkwaardige bevolkingsspreiding in Marokko met veel mensen in de moeilijk toegankelijke berggebieden van de Rif en de Atlas en relatief weinig mensen in de makkelijk toegankelijke en vruchtbare Atlantische kustvlaktes. Door de vele duizenden Arabisch sprekenden versnelde de arabisering van oostelijk Marokko en de Atlantische kustvlaktes, die tot de 14e eeuw doorging.

De Arabische stamvader van de Alawitische dynastie was een directe afstammeling van Ali (neef van Mohammed) en afkomstig uit een streek bij de Rode Zee. De Alawieten kregen macht in het zuiden van Marokko, in de Tafilalt, waar zij contacten legden met de religieuze broederschappen. Door een aantal oases te veroveren wisten ze ook invloed te krijgen op de Saharahandel. Ze verkochten diverse producten van deze handel aan Europese kooplieden, die hun wapens en munitie leverden. Zo vergrootten ze hun macht en werden uiteindelijk vanaf 1631 de leidende dynastie van geheel Marokko.

Tijdens het Franse protectoraat kwam de verstedelijking in Marokko op gang. In de steden ontstond een Arabisch-islamitische cultuur, waaraan ook de migranten uit de Amazigh (Berber) gebieden zich aanpasten. Omdat de verschillende culturen op stadsniveau min of meer met elkaar versmolten zijn, heeft men het nu over Amazigh (Berber)- en Arabisch- taligen.