Geschiedenis van Miami

Meer dan 4.000 jaar geleden woonden er in de streek van Miami verschillende groepen Indiaanse stammen, waarvan de grootste groep Calusa werd genoemd. Zij hadden er een bloeiende cultuur en leefden van de jacht en visserij, tot Spaanse verkenners onder leiding van Ponce de Leon in 1513 het gebied ontdekten. De naam Miami komt dan ook van het Calusa woord ‘Mayami’, dat ‘Groot Water’ betekent.

De Spanjaarden zagen al snel in dat de regio heel aantrekkelijk was, vanwege het heerlijke milde klimaat en de overdaad aan voedsel en vers water. Zij probeerden het gebied te bezetten, maar stuitten op behoorlijke tegenstand door de oorspronkelijke bewoners. Maar uiteindelijk wisten zij het gebied begin 1700 te veroveren en waren alle indianen zo goed als verslagen. De enkele Calusa die in eerste instantie nog tegenwerking boden werden ook nog eens bedreigd door andere Indiaanse stammen en vertrokken in 1711 op grote schaal naar Cuba.

In 1763 verloren de Spanjaarden Miami aan de Engelsen, maar heroverden het tijdelijk weer in 1783. Nog geen veertig jaar later verkochten zij het deel van Florida dat in hun bezit was echter voor een bedrag van 5 miljoen dollar aan de Verenigde Staten. Het duurde bijna nog een eeuw voordat de resterende gebieden, zoals Key Biscayne, volledig werden veroverd op de nog aanwezig zijnde Indiaanse stammen.

Miami was lange tijd een praktisch niet erkend gebied. Er konden bijna geen gewassen groeien en boeren meden de plaats daarom. Tot in de tweede helft van de 19e eeuw was het voornamelijk een doorgangsroute naar meer aantrekkelijke plaatsen. Vanaf 1870 kwam daar plotseling verandering in. Investeerders en ontwikkelaars begonnen zich voor de streek te interesseren en onder hen was Julia Tuttle. Zij was een rijke weduwe die mogelijkheden zag voor Miami. Zij kreeg het voor elkaar dat de Florida East Coast spoorweg werd verlengd tot Palm Beach. Daarmee werd de locatie ineens aantrekkelijker en de stad werd op de kaart gezet. Vanuit vrijwel niets werd Miami ineens een grote stad van belang waar de ene na de andere ontwikkelaar zich vestigde.

Na de Eerste Wereldoorlog werd het wegennet sterk verbeterd en kwam de stad in een economische opwaartse spiraal. Er werden huizen, hotels, kantoren en wijken opgebouwd en Miami bloeide als nooit tevoren. Een verwoestende orkaan in 1926 zorgde voor een tijdelijke stop, maar tijdens de Tweede Wereldoorlog nam het optimisme weer toe en de stad groeide weer. Ook de toestroom van Cubaanse vluchtelingen en immigranten in 1960 zorgde voor een nieuwe impuls en gaf de stad haar internationale karakter. Tot op heden is Miami één van de meest drukbevolkte steden van de Verenigde Staten en inmiddels tweetalig (Engels en Spaans).

Het toerisme werd één van de grootste industrieën vanaf de jaren ’80, naast handel en banken. Duizenden toeristen reisden naar Miami, aangetrokken door het klimaat, de Art Deco hotels, de stranden en de Caribische sfeer. Tegelijkertijd trokken duizenden bewoners weg uit het gebied vanwege de groeiende criminaliteit, de rassenhaat en de verwoestingen door orkaan Andrew.

Aan het eind van de 20ste eeuw had de stad het moeilijk. De financiële situatie was een groot probleem en Miami behoorde tot één van de vier armste steden in de Verenigde Staten. Daarnaast namen geweld en raciale kwesties toe tot Manuel A. Diaz in 2001 als burgemeester werd gekozen. Hij maakte een eind aan de grootschalige corruptie binnen het landelijk bestuur, justitie en politie en herstructureerde het algemeen beleid. Dit werkte zo goed, dat de stad er binnen drie jaar bijna bovenop was en Diaz kreeg de eervolle onderscheiding ‘Stadsvernieuwer van het Jaar’ uitgereikt door het Instituut van Manhattan. Vandaag is de stad nog steeds bezig met haar economische en financiële opmars en lijkt Miami populairder dan ooit.