Gekoloniseerd

Portugees fort aan Baía da Delagoa

Als gevolg van Omaans bestuur over handel op de Indische Oceaan, werden de Portugezen gedwongen te investeren in zuidelijk gelegen gebied. Dit leidde tot de bouw van een fort aan Baía da Delagoa, tegenwoordig Baía de Maputo. De nederzetting die rondom dit fort ontstond, werd Lourenço Marques genoemd.

Stand van zaken

In het begin van de 19e eeuw zwaaiden de Portugezen de scepter over enclaves, waaronder Ilha de Moçambique, Ibo, Lourenço Marques, Tete en Sena. Het betrof dus geen aaneengesloten gebied.

Gebiedsverbinding, vorming Portugees Oost-Afrika

Stabiliteit, eensgezingheid en effectief bestuur konden alleen worden verwezenlijkt door de Portugese enclaves te verbinden. Om dit te verwezenlijken, werd in 1890 de Gazastaat ingelijfd. Deze actie kon rekenen op sympathie van Afrikaanse volken die om dit land woonden en regelmatig Gaza-aanvallen te verduren kregen. Zij hielpen de Portugezen, waardoor de leiders van Gaza in 1897 werden verslagen.

Fase twee betrof militaire acties in het centrale en noordelijke deel van het gebied. Als gevolg hiervan kwam de Zambezi Valley en het westelijke berggebied in Portugese handen. Het noorden werd bij het gebied gevoegd als gevolg van incorporatie van Makua- en Yaogebied en sultanaat Angoche.

Vrees voor Britse en Duitse bezetting

Terwijl gebiedsuitbereiding plaatsvond, baarde de belabberde financiële situatie van Portugal de Britten en Duitsers zorgen. Zij bestuurden de buurlanden van Portugees Oost-Afrika en konden een 'zwakke buurman' beter opdelen dan aan zijn lot overlaten. Deze dreiging werd reëel toen Londen de Portugese verbindingsstrook tussen Oost-Afrika en West-Afrika opeiste (1891). Lissabon besloot tot investering in het zuiden van haar gebied in Oost-Afrika. In 1891 werden de overige gebieden vijftig jaar geleasd aan:

•, Companhia de Moçambique (sinds 1891, huidig Manica en Sofala, zetel: Beira);

•, Companhia de Niassa (sinds 1890, huidig Niassa en Cabo Delgado);

•, Companhia de Zambézia (sinds 1892, huidig Zambézia, Tete en Nampula).

Deze koninklijke compagnieën werden gesticht om gebieden economisch te ontwikkelen. Hierin domineerde Brits, Frans en Zuid-Afrikaans kapitaal. Met name de Britten waren begunstigd, zij genoten aanzienlijke invloed in de compagnieën en bepaalden de grenzen van Portugees Oost-Afrika. 'Moçambique' was de enige compagnie die flink investeerde in wegenbouw, spoorlijnaanleg, communicatie-ontwikkeling en landbouw. Voor het fysieke werk werden slaven tewerkgesteld. Zij werkten ook op de enorme plantages; leefomstandigheden waren dramatisch.