Het bewind-Salazar

Einde Portugese monarchie

De revulutie die in 1910 uitbrak, leidde tot het beschieten van Lissabon's koninklijk paleis. De koninklijke familie vluchtte daarom naar Gibraltar, waardoor een einde kwam aan koning Emanuel II's bewind en de Portugese monarchie. In 1926 volgde een volksopstand, die zich richtte tegen de regerende en corrupte elite. Hierdoor kwam een einde aan de Eerste Portugese Republiek. Het militaire bewind noemde zich 'Ditadura Nacional', later veranderd in 'Estado Novo' (Nieuwe Staat, het begin van de Tweede Portugese Republiek).

Visie 'Estado Novo' 

De visie van 'Estado Novo' was ontworpen door António de Oliveira Salazar: pro-kolonialisme, anti-communisme, anti-socialisme en anti-liberalisme binnen de kaders van Rooms-Katholicisme. In 1926 werd Salazar (afgestudeerd econoom) minister van financiën. Twee jaar later was Portugal vrijwel failliet, waarna Salazar het ministerie tot 1940 bestuurde. In 1932 werd Salazar premier van Portugal. Zijn beleid werd autoritair en fel antilinks genoemd.

Gevolgen voor Portugees Oost-Afrika

Het bewind van 'Estado Novo' leidde tot ontbinding van Companhia de Niassa en Companhia de Zambézia (1929). Companhia de Moçambique kon in afgelankte vorm bestaan tot 1972.

Deze bedrijven pasten niet binnen pro-kolonialisme; de gebieden werden (met huidig Zuid-Mozambique) tot Portugese overzeese provincie verklaard. 'Estado Novo' regelde ook dat alle winsten uit overzeese kolonies, aan Europees Portugal ten goede kwamen. 'Prazo's hadden zich ontwikkeld tot multiculturele, semionafhankelijke agrarische centra en werden gesloten. Door deze maatregelen verarmde Portugees Oost-Afrika.

In plaats van prazo's, werden programma's ontwikkeld die tot een effectieve agrarische sector moesten leiden. Ook werden Portugezen gesteund en gestimuleerd om zich in Portugees Oost-Afrika te vestigen. Deze maatregel had aantrekkingskracht op arme Portugezen, dat de complexe en instabiele sociale structuur van het gebied niet ten goede kwam. Bedrijven werden aangemoedigd om in Portugees Oost-Afrika uit te bereiden, in de jaren '50 volgde de modernisering van communicatiesystemen in het gebied.

Salazar ontwikkelde nauwe contacten met de blanke regeringen van zowel Union of South Africa als Rhodesië (zijn relatie met Ian Smith was ronduit vriendschappelijk). Ook de relatie met Hastings Banda in Malawi was hecht. Als gevolg van 'warm buurmanschap' werd geïnvesteerd in wegen en spoorlijnen naar deze landen. Ontwikkelen van infrastructuur in Portugees Oost-Afrika was niet aan de orde.

Houding Estado Novo jegens Afrikanen in Portugees Oost-Afrika

'Estado Novo' was ronduit vijandelijk jegens Afrikanen in het gebied. Bewegingsvrijheid voor Afrikanen was nihil; economische ontplooiing was alleen mogelijk voor nieuwe bewoners uit Europees Portugal.

Gerelateerde pagina: 'Einde tijdperk-Salazar', 'Geschiedenis van Maputo'