Vasco da Gama

Om Afrika's zuidpunt 

Vasco da Gama (1469-1524) kreeg van de Portugese koning Manuel I de opdracht om een zeeroute naar India te ontwikkelen, waardoor Portugal kon profiteren van specerijenhandel.

Da Gama’s schepen (de São Gabriel, de São Rafael, de Berrio en een voorraadschip) verlieten Lissabon op 8 juli 1497 en voeren via Afrika's westkust en de open oceaan naar de Wild Coast, waar Dias zijn reis tien jaar eerder had gestopt. Van de Wild Coast voer Da Gama naar de Afrikaanse oostkust en legde op 10 januari 1498 aan op de plaats waar tegenwoordig Inharrime (ten zuiden van Inhambane) ligt. Hier werd nieuw drinkwater aan boord gebracht.

Door 'Canal de Mocambique'

Na Da Gama's prettige ontvangst aan de Zuid-Mozambikaanse kust, besloot hij richting het noorden te varen. Ten noorden van de Zambezimonding (nabij huidig Quelimane) werd een maand uitgerust en werd door Da Gama een zeeroute naar India uitgestippeld. Op 2 maart 1498 legde de vloot aan op Ilha de Moçambique (Mozambique Island), dat handelde met de Indiase, Perzische en Arabische wereld. De welvaart aan de kust maakte indruk op de Portugezen, net zoals de vestingen die werden bestuurd door sultans.

Da Gama en zijn mannen wisten dat hij zich in Islamitisch gebied bevonden en besloten daarom Moslimkleding te dragen. Op Ilha de Moçambique maakte Da Gama's geschenken geen indruk op de sultan. Hij wantrouwde zijn gasten, waardoor Da Gama van het eiland werd verjaagd. De Portugezen vluchtten naar hun schepen, vuurden kogels en vertrokken richting huidig Mombasa.

Naar Mombasa, Malindi en Calicut, terug naar Lissabon

Ook Da Gama's bezoek aan Mombasa verliep niet zoals gepland: de inwoners keerden zich tegen zijn aanwezigheid. Hij vertrok en voer naar nabijgelegen Malindi, rivaal van Mombasa. Hier werden de Portugezen vriendelijk ontvangen en konden afspraken met het hoofd worden gemaakt. Na het bezoek aan Malindi stak Da Gama de Arabische Zee over. Op 20 mei kwam hij aan in Calicut, tegenwoordig Kozhikode aan de Indiase westkust. Aanvankelijk verliep het bezoek prettig, maar Da Gama's eis aan Calicut's bestuurder (verbod op toelating van Moslimhandelaren) viel in verkeerde aarde.

Vasco da Gama zeilde om de Afrika's zuidpunt en zette koers richting Lissabon, waar hij in september 1499 aankwam. Zijn heldenontvangst had een nare bijsmaak: zijn zieke broer was onderweg van Kaapverdië naar de Azoren overleden. Ook had meer dan de helft van zijn zeemannen de tocht niet overleefd.

Da Gama op oorlogspad, verdragen met vestingen aan Afrika's oostkust

Twee jaar na de Portugese ontdekking van Brazilië door Pedro Álvares Cabral (1500) keerde Vasco da Gama terug naar Afrika. Zijn missie was duidelijk: Calicut aanvallen (als vergelding voor de moord op zeventig Portugezen door Moslimhandelaren) en welvarende Swahili-nederzettingen innemen. Om dit te bereiken, werd hij vergezeld door een vloot van vijftien tot twintig Portugese oorlogsschepen.

Weer terug aan de Afrikaanse oostkust legde hij aan in Monomotapa's goudhaven Sofala (bij huidig Beira, Mozambique). Zijn onderhandelingen leidden hier tot een handelsverdrag. Het noordelijker gelegen Kilwasultanaat werd (als dreigement) door de gehele Portugese oorlogsvloot aangedaan. Emir Ibrahim koos eieren voor zijn geld: hij betaalde Da Gama een enorm bedrag in goud.

In oktober 1502 naderden de Portugezen Calicut. Elk Moslimschip dat in de buurt van de Portugezen kwam, werd tot zinken gebracht; bemanning werd mishandeld. Met de Portugese oorlogsvloot 'voor de deur', was Calicut's bestuurder bereid gesprekken te voeren. Da Gama was echter snel en stuurde hem zijn eis: alle Moslims moeten Calicut verlaten. Op deze eis werd niet ingegaan, waarna de Portugezen de stad twee dagen bombardeerden. De bestuurder begon een tegenoffensief, maar versloeg de Portugezen niet.

Blamage voor Portugal

Na het neerslaan van Calicut's tegenoffensief, zette Da Gama koers richting Cochin (tegenwoordig Kochi) en Cannanore (Kannur). De bestuurders van deze plaatsen lagen op rampkoers met Calicut, waardoor de (reeds bekende) Portugezen welkom waren.

Da Gama zette in september 1503 voet aan wal in Lissabon. Omdat Calicut's bestuurder nog steeds de scepter zwaaide, de stad niet was veroverd en de Portugese belangen aan de Indiase westkust niet effectief waren beschermd, werd Da Gama's reis beschouwd als blamage. Daarom viel Da Gama in ongenade; gedurende het koningsschap van Manuel I was hij irrelevant.