Verzet en oprichting FRELIMO

Aanleiding (1)

Restricties en rechtenloosheid leidden tot frustraties binnen de Afrikaanse gemeenschap. Zij voelden zich irrelevant en weigerden de opgelegde acceptatie van Portugese cultuur. Omdat tegenspraak werd beantwoord met gevangenisstraf en executie, verlieten vele Afrikanen het land. Zij verenigden zich en vormden een directe bedreiging van Estado Nuovo's regime. Gevaar kwam dus niet van binnenuit, maar van buitenaf.

Aanleiding (2)

Op 16 juni 1960 demonstreerden honderden Afrikanen in Mueda (Cabo Delgado) tegen koloniale overheersing. De Portugezen voelden zich bedreigd; zij openden het vuur en lieten demonstranten in Mueda's ravijn springen. Vijfhonderd Afrikanen kwamen om; de demonstratie ging de geschiedenis in als 'Massacre de Mueda'. De Portugese autoriteiten besloten (als blijk van goede wil)  tewerkstellingen af te schaffen. Dit ging de Afrikanen niet ver genoeg, waardoor verzet toenam.

Dar es Salaam

De leiders van MANU, UDENAMO en UNAMI (nationalistische organisaties die door de Portugezen waren verboden) in Dar es Salaam samen. Dit geschiedde op verzoek van Tanganyika's president Julius Nyerere en vond plaats in juni 1962. Zij concludeerden dat bevrijding van 'Mozambique' niet vreedzaam kon plaatsvinden. Daarom verenigden zij in 'Frente de Liberacão de Moçambique' (kortweg FRELIMO, 'Front voor bevrijding van Mozambique').

Eduardo Chivambo Mondlane werd verkozen tot voorzitter. Hij was een Tsonga en had gestudeerd in Zuid-Afrika en de Verenigde Staten van Amerika. Mondlane kreeg toestemming om Tanganyika te gebruiken voor acties tegen de Portugese 'bezetter'; deel hiervan was de opening van FRELIMO's hoofdkantoor in Dar es Salaam (1963). De organisatie kon bij de stichting rekenen op sympathie van zowel West- als Oost-Europa.

Communistische invloed

Onhervormd kolonialisme, ongelijke armoede en (sociale, culturele en economische) restricties voor Afrikanen in Portugees Oost-Afrika leidden tot ongelijkheid en frustaties binnen de Afrikaanse gemeenschap. Deze vormden de ideale voedingsbodem voor communistisch gedachtengoed.

In de eerste jaren van FRELIMO's bestaan werd duidelijk dat de leiders (zoals Eduardo Mondlane en Samora Machel) vrijheidsstrijd wensten te combineren met socialistische revolutie. Gedurende FRELIMO's tweede congres (1968) werd de organisatie officieel socialistisch. In 1977 noemde FRELIMO zich Lenin-Marxistisch, de naam betrof niet langer de afkorting van 'Frente de Liberacão de Moçambique'.

De socialistische elementen/visie van FRELIMO en Moskou's volledige steun voor deze organisatie waren een doorn in het oog van Westerse regeringen en de autoriteiten van zowel de Republiek Zuid-Afrika als Rhodesië. Zij vreesden grootschalige communistische machtsuitbreiding in Afrika door middel van guerrillaoorlog.

Moord op Eduardo Mondlane (Operation Gladio)

FRELIMO's gewapende strijd tegen de Portugezen begon in september 1964: Portugese infrastructuur en bases in Cabo Delgado en Niassa werden aangevallen door guerrillastrijders die waren getraind in Afrikaanse en Oost-Europese landen.

Eduardo Mondlane werd in 1969 gedood door een bom die in een boek was verstopt. Jaren later bleek deze moord uitgevoerd door de Portugese geheime dienst; deze maakte deel uit van (geheim) Operation Gladio. 'Gladio' werd gesteund door zowel de NAVO als de CIA en had het neutraliseren van de communistische en socialistische invloed in Europa als doel. 

Samora Machel

Mondlane werd opgevolgd door drie FRELIMO-topmannen die de macht deelden. Samora Moisés Machel was één van hen; hij werd in 1970 benoemd tot FRELIMO's voorzitter en behoorde tot de (extreem)linkse vleugel van FRELIMO.

Achtergrond

De Marxist Machel raakte in 1961 bevriend met Eduardo Mondlane en reisde als FRELIMO-topman naar landen waarvan de regeringen sympathiseerden met zijn organisatie en militaire trainingen op hun grondgebieden toestonden. Ook Machel, gelovend in de kracht van guerrillastrijd, onderging militaire training.

In 1964 had Machel zich ontwikkeld tot medogenloze guerrillastrijder. Hij leidde de hierboven genoemde acties in zowel Cabo Delgado als Niassa. In 1970 werd Machel bevelhebber van FRELIMO's 7000 strijders; zij dreven de Portugezen tot complete wanhoop. Het moderne leger van NAVO-lid Portugal bleek niet opgewassen tegen guerrillastrijders in Mozambique's wildernis. Cabo Delgado en Niassa waren daardoor al snel FRELIMO-terrein. In Centraal-Mozambique wisten FRELIMO-strijders te infiltreren, waardoor de Portugezen de volgende tegenslag kregen. Hierop stuurde Portugal, gesteund door de NAVO, meer manschappen en wapens naar de overzeese provincie.