Landschappelijke indeling

Het voorgebergte de Mahabharat Lekh
Het voorgebergte de Mahabharat Lekh, ©Ronnie Rokebrand

Zuidelijke Terai

Het gehele zuidelijke deel van Nepal bestaat uit de zuidelijke Terai. Dit betrekkelijke laagland is een voortzetting van de Noord-Indiase Ganges-vlakte en bereikt een maximale hoogte van 300 meter. Na de redelijk succesvol verlopen bestrijding van de malaria in 1951 trokken steeds meer mensen naar de vlakke en vruchtbare Terai en tegenwoordig is dit gebied de graanschuur van Nepal. Het grootste deel van de rijstproductie komt uit dit gebied.

Siwalikbergen

Ten noorden van de zuidelijke Terai ontplooit zich het eerste gebergte. Deze bergen, de Siwalikbergen ofwel Churiabergen, bereiken een maxi-male hoogte van 1500 meter. De Siwalikbergen zijn voornamelijk met bos begroeid en vooral in het oosten (Charkose Jhadi) is veel bos in pro-ductie genomen. De bergen zijn opgebouwd uit zand- en kalksteen en zijn zeer erosiegevoelig. In de kalksteenlagen heeft men circa 2 miljoen jaar oude fossielen (uit het Pleistoceen) gevonden van sabeltandtijgers, orang-oetangs, nijlpaarden en verscheidene olifanten- en neushoornsoor-ten.

Binnen-Terai

Ten noorden van het Siwalikgebergte liggen enkele smalle stroken laagland die men tezamen de Binnen-Terai, Bhabar of noordelijke Terai noemt. In wezen betreft het twee gebieden: de Chitwan (Chitawan) in Centraal-Nepal; en de Dangvallei in West-Nepal (ten noorden van de stad Tulsipur). Dit gebied bereikt een maximale hoogte van 700 meter en bestaat voornamelijk uit moessonbossen, moerassen en savannen, waardoor dit gebied een ideale woonplaats voor de dierenwereld is. Om deze dierenwereld te beschermen en in stand te houden zijn bepaalde delen tot beschermd gebied verklaard. Het bekendste reservaat in de Binnen-Terai is het Nationale Park Chitwan.

Mahabharat Lekh

Vlak achter de Binnen-Terai verheft zich de Mahabharat Lekh, een gebergte dat een maximale hoogte van 3500 meter bereikt. Ook dit gebied is rijkelijk bebost en dunbevolkt.

Centrale heuvelland (Voor-Himalaya)

Ten noorden van het Mahabharat-gebergte ontplooit zich het centrale heuvelland, in de volksmond ook wel de Voor-Himalaya genoemd, een heuvelachtig gebied met rivieren en valleien. Dit zogenoemde middelgebergte, dat in hoogte varieert van 600 tot 2000 meter, beslaat ruim de helft van het Nepalese grondgebied. Tweederde van de bevolking woont in dit gebied, voornamelijk in de Kathmanduvallei. De beschikbare landbouw-gronden zijn er echter beperkt en de ontbossing vormt een van Nepals grootste problemen. Momenteel begint hout zowel in de valleien van Pok-hara, Kathmandu als in de Terai en in de door toeristen bezochte berggebieden schaars te worden. Vele Nepalese jongeren verdienen hun dage-lijks brood door het kappen van hout in de bergen. Deze bundels hout verkopen zij in Pokhara of Kathmandu; in Jomosom zijn de bundels hout zelfs tweemaal zo duur als in de Kathmanduvallei. Dit hout kappen bevordert een snelle erosie, die hier en daar al catastrofale vormen aanneemt. Om de bossen te beschermen, is het sinds 2009 op enkele plekken, zoals bijvoorbeeld in Tatopani, niet meer toegestaan om hout te kappen. Zelfs het kappen van dode bomen is in deze gebieden verboden.

Himalaya

Ten noorden van het centrale heuvelland ligt de Himalaya, het hoogste gebergte van de wereld, zie Himalaya.

Gerelateerde onderwerpen