Eten en drinken

Het basisvoedsel voor de bevolking bestaat uit rijst, bonen, maïs, vlees, kaas, en vis. Regelmatig staat er ook gebakken of gefrituurde banaan op het menu. In iedere stad kun je wel ergens comida corriente eten. Dit is een dagschotel die bestaat uit enkele basisingrediënten. Guapote en mojarra zijn veelgebruikte vissoorten. Ze worden onder andere in Lago Cocibolca gevangen. Een bekend verschijnsel is de fritanga. Laat in de middag gaan er op straat deuren open en tafels met kookstellen worden op de stoep gezet. Voor weinig kun je daar lekker lokaal eten. In cafetaria’s heeft men vaak sandwiches op het menu staan, tosti’s met sla, slasaus, kaas, ham, kip of tonijn.

Het is leuk om in een openbare bus eens een van de typische Nicaraguaanse snacks te proberen. Vrouwen en kinderen stappen met hun versbereide waar in de bus om deze aan de man te brengen. Drankjes bieden ze aan in plastic zakjes. Ron of rum is de nationale alcoholische versnapering bij uitstek. Men verkoopt deze drank dan ook in bijna iedere supermarkt en benzinestation. Ga voor de betere Gran Reserva. De Nicaraguanen drinken hem meestal met cola en ijs, eventueel met limoen en iets hartigs erbij. Cerveza is onder de mannelijke bevolking ook een geliefde dorstlesser. Hier weet men vaak wel meer dan raad mee. Victoria en Toña zijn de nationale merken.

De Supermercado of supermarkt is in iedere stad te vinden. In dorpjes kun je terecht bij pulperías. Veel dagelijkse boodschappen haalt men op de mercado of markt. Alleen in de grote steden van Midden-Amerika zijn warenhuizen zoals we die in het westen kennen. Managua heeft enkele shopping malls. Esso ‘On the Run’ benzinestations liggen door het hele land aan uitvalswegen en in de grotere steden. Ze hebben een relatief groot assortiment aan (westerse) versnaperingen. Je kunt er eten en vaak is er een geldautomaat aanwezig.

Nicaraguaanse lekkernijen

Almibar: zoete en zure vruchten op siroop.
Atol: maïs met melk, in verschillende diktes verkrijgbaar, onder andere om te drinken. In lokale bussen verkoopt men dit vaak warm en vloeibaar in zakjes. In plaats van maïs wordt ook wel tarwe gebruikt.
Borracho: een vla-achtig geheel met cake, maïs, melk en rum.
Cajeta: een brok zachte zoetigheid gemaakt van gezoete, gekaramelliseerde melk in de smaken kokos, ananas en leche. De roze brok-ken zijn met suiker bereid en de bruine met dulce (ingedikte siroop).
Cebada: een soms knalroze gerstdrankje.
Chancho con yuca: varkensvlees met gekookte yuca en repollo (kool-salade), een echte Nica-snack!
Churrasco: tenderloin steak, vaak geserveerd met chimichurrisaus, een marinade van onder andere knoflook, oregano en ui in olijfolie.
Cossayorno: maïs/kaascake.
Coyolito: rijpe banaan (maduro; duro betekent onrijp) gekookt met kaneel en dulce, gepureerd en ruim bestrooid met suiker.
Gofio: blok van geroosterde, zoete maïsmeel met honing van dulce.
Güirila: tortilla van jonge, witte maïs bestrooid met witte kaas.
Huevo chimbo: omelet uit Estelí.
Leche con cacao: een gezoete melkdrank met cacao.
Maduro: rijpe of gefrituurde plátano (banaan).
Mamón: een soort lychee met groene, gladde schil.
Mora: een rood, verfrissend drankje gemaakt van vruchten uit de moerbeiboom.
Nacatamal: een traditioneel Nicaraguaans gerecht van maïsmeel, melk, aardappel met een vulling van kip of varkensvlees, rijst, tomaat, knoflook, pepers, uien en kruiden. Dit alles wikkelt men in een bananenblad. Vervolgens wordt het gerecht onder hoge druk gekookt.
Papa Rellena: gefrituurde aardappel gevuld met rijst en vlees, kaas of -cuajada (melkpasta).
Pinol: kruidendrankje van geroosterd maïsmeel met onder andere kaneel.
Pinolillo: pinol met geroosterde cacao.
Piñonate: een soort zoete cake gemaakt met suiker of dulce.
Pio quinto: zie borracho.
Pitahaya: een ronde en rode cactusvrucht, ook wel dragonfruit genoemd; groeit aan een struik en werkt bloedzuiverend. Men maakt er paarse milkshakes van.
Ponche: warm drankje van melk, rum, ei en natuurlijk suiker.
Pupusas: van oorsprong Salvadoraanse tortilla’s gevuld met kaas, kip en/of chicharrón (gefrituurde varkenshuid).
Rellenita: kleine tortilla gevuld met kaas.
Rosquillas: gebakken broodsnack van maïs; vaak in ringvorm.
Semita: wit, zoet broodje, typisch iets voor het noorden.
Tamal: traditioneel Latijns-Amerikaanse snack; deeg met vulling zoals kaas of vlees in een maïsblad gewikkeld.
Tamal dulce: in Estelí zoete tamal van zachte maïs (heet yoltamal in andere gebieden).
Tamal montuca: met vlees, rauw bereid en pas op het laatst gekookt.
Tamal pizque: gemaakt van oude, harde maïs (viejo) of maïs tierno (jong, zacht).
Tamal relleno: gevuld met zoete of hartige spijsen.
Tres leche: natte, compacte, zoete puddingcake.
Vigorón: gekookte yuca of cassave met chicharrón (varkenshuid; in Estelí met varkensvet); ook wel charrasca genoemd.